Brabants toptalent krijgt speelruimte

Boekman is het tijdschrift van de Boekmanstichting, studiecentrum voor kunst, cultuur en beleid. Boekman 100 gaat in z’n geheel over talentontwikkeling; het verscheen in de maand dat ook Jet Bussemaker bekendmaakte extra geld beschikbaar te stellen voor talentontwikkeling. Ook in Brabant is er geld voor talentontwikkeling. AndrŽ Nuchelmans, redacteur van Boekman, schreef in deze recente aflevering een reportage over Proud of the South. Een bijzonder talentontwikkelingstraject in de popmuziek, uniek voor Nederland, ontwikkeld in Brabant. Hieronder is het stuk integraal te lezen. 

Geschreven door AndrŽ Nuchelmans

Op Noorderslag Eurosonic 2014 tekenden de directeuren van zes Brabantse poppodia (013, Effenaar, Gebouw T, Groene Engel, Mezz en W2 Poppodium) een convenant om samen met het Brabants Kenniscentrum Kunst en Cultuur (BKKC) en een aantal professionals een talentontwikkelingsproject voor Brabantse popbands en -artiesten te starten. Het initiatief werd ingegeven door veranderingen in de popsector. Initiatiefnemer Frank van Iersel, directeur van poppodium Mezz in Breda, constateerde dat het aanbieden van oefenruimtes in het podium met bijbehorend cafŽ niet meer lonend was. ‘Het voldeed bovendien niet meer aan het idee van ‘from the cradle to the top’ en was meer een vorm van vrijetijdsbesteding geworden. Daar is op zich niets mis mee, maar er is tegenwoordig ook oefenruimteaanbod in de private sector, dus waarom blijven subsidi‘ren op de oude manier?’ Van Iersel zocht een dynamische, meer bedrijfsmatige opzet waarbij bands en muzikanten worden gekozen op basis van hun potentie. Talent alleen is niet voldoende om verder te komen, carrireplanning, zakelijke eigenschappen en marketing spelen daarbij een belangrijke rol. Het project, Proud of the South, biedt tien geselecteerde bands en artiesten een coachings- en leertraject aan. De betrokken poppodia maken in hun programmering plaats voor 120 optredens van de geselecteerde talenten. Dat betekent dat elke act minimaal twee keer op elk van de deelnemende podia wordt geboekt.

In het geval van Proud of the South staat, net als bij trajecten in andere disciplines, centraal dat kennis, faciliteiten en netwerken binnen dit samenwerkingsverband allemaal met elkaar verknoopt worden ten behoeve van het talent.

In de dagelijkse praktijk van de poppodia was altijd al aandacht voor talentontwikkeling, maar dat was vooral op amateurniveau. Proud of the South richt zich specifiek op het toptalent. Van Iersel: ‘Het programma ondersteunt bands en muzikanten die de keuze gemaakt hebben om beroepsmuzikant te worden.’ De bedoeling is dat de geselecteerde bands en artiesten vanuit een stevige basis in Brabant de provinciegrenzen achter zich kunnen laten. Van Iersel benadrukt dat beginnende popmuzikanten nog altijd op poppodia terechtkunnen bij presentaties, open podia en lokale festivals.

Financiering

Het project kon van start gaan dankzij medefinanciering van het BKKC. Sinds 2013 voert BKKC een impulsgeldenprogramma uit, om het culturele systeem in de provincie te versterken. Talentontwikkeling is een van de aandachtsgebieden, waarbij de adviseurs van BKKC naar brede samenwerkingen zoeken. Proud of the South voldeed aan de eisen. BKKC benadert de beroepspraktijk van talenten als een loopbaan waarbij gekeken wordt naar meerdere competenties: vakmanschap, ondernemerschap en werkhouding. ‘In het geval van Proud of the South staat, net als bij trajecten in andere disciplines, centraal dat kennis, faciliteiten en netwerken binnen dit samenwerkingsverband allemaal met elkaar verknoopt worden ten behoeve van het talent’, legt Rick Hoedemaker, adviseur bij BKKC uit.

Proud of the South kreeg 70.000 euro uit het impulsgeldenprogramma. De totale begroting van 168.000 euro werd aangevuld met eigen inkomsten, een bijdrage van de deelnemende bands en podia, recettes en een bijdrage via de Vereniging van Nederlandse Poppodia en Festivals (VNPF).

Selectie

De bands en muzikanten worden geselecteerd door de programmeurs en marketingspecialisten van de betrokken poppodia. Jasper van den Dobbelsteen, cošrdinator van Proud of the South, legt uit hoe dit in zijn werk gaat. ‘Per stad en omliggende regio wordt een aantal bands waarvan de programmeurs van de lokale popzalen vinden dat ze geschikt zijn voor deelname, op een groslijst geplaatst. Criteria zijn kwaliteit, statuur in eigen stad, bereidheid om fanatiek aan de slag te gaan en geloof van de programmeur dat er kans is op een provincial en landelijke doorbraak.’ Het is dus belangrijk om je in de kijker van de programmeur te spelen. Deze selectieprocedure zorgt er bovendien voor dat de kwaliteit van bands en muzikanten in de provincie nog verder stijgt. ‘Een grote groep jonge acts laat meer en beter van zich horen’, vertelt Van den Dobbelsteen, ‘om extra op te vallen.’

‘Mede door de selectie zijn we een stuk volwassener ingesteld en groeien we ontzettend.’

Een van de geselecteerde bands is Lookapony uit Veldhoven. De band is opgericht in 2011 en speelt ‘druggy garagepunk’. Vooralsnog combineren de vier leden het musiceren met studeren, maar de bedoeling is om uiteindelijk fulltime met Lookapony bezig te zijn. Volgens drummer Jeroen Cremers komt Proud of the South precies op tijd. ‘Niet zo lang voor we benaderd werden voor deelname, zijn we als band serieuzer geworden. We willen naar een hoger niveau en daar komt Proud of the South goed bij van pas. Er komt steeds meer bij kijken, wat het interessanter en leuker maakt, maar ook moeilijker. De betrokkenen adviseren ons, we krijgen belangrijke en nuttige contacten en de twaalf optredens in Brabants beste zalen zijn een mooie bonus. Mede door de selectie zijn we een stuk volwassener ingesteld en groeien we ontzettend.’

Samenwerkende podia

Mooie bijkomstigheid is dat niet alleen de deelnemende bands en muzikanten van het project profiteren maar ook de podia. ‘Aardig extraatje is dat wij als zalen ook meer uitwisseling hebben, niet alleen op directieniveau maar ook de programmeurs en marketeers’, aldus Van Iersel. ‘Kortom, dit is een talentontwikkelingsprogramma dat staat voor de komende jaren.’

Geen reacties

Geef een reactie