connectie & collectie

Donderdag 3 juli opende bij bkkc de expositie Jump!, het startpunt van een talentontwikkelingstraject voor acht kunstenaars in samenwerking met vier galeries. Edwin Jacobs, directeur van het Centraal Museum in Utrecht, hield een bevlogen openingstoespraak. Hieronder is zijn tekst te lezen.

Door Edwin Jacobs

Laat ik het volgende met u delen. Ik haal in mijn verhaal een paar keer Art Basel aan. Dat doe ik opzettelijk. In een van de persberichten waarin over uw initiatief wordt geschreven, staat tussen haakjes ‘dure’ beurzen, een verwijzing – in mijn woorden – naar een terrein waarvoor de initiatiefnemers hun neus durven op te halen? Het doel van het aanhalen van Art Basel is niet om uw initiatief plat te slaan of af te zetten tegen tot dat wat niet tot uw actieradius hoort, maar eerder als een oefening in contrast, om duidelijk te maken hoe bijzonder uw samenwerkingsinitiatief is. Via Art Basel stip ik ook bezit van geld aan, en dat het hier in eerst in eerste instantie daar niet om draait en dus het bijzonder is dat er publieke gelden aan uw initiatief verbonden worden in plaats van dat er in eerste instantie commercieel succes wordt nagestreefd. Ik maak een buiging voor een gesofisticeerde manier van ‘fuck you we zoeken het zelf wel uit’ en eigen vindingrijkheid om echt iets nieuws te willen uitvinden. Immers, de kunstwereld is behoudender dan u zou denken.

4 galeries en 8 kunstenaars

Uw samenwerkingsinitiatief is getiteld Jump! en verbindt via begeleiding vier Brabantse galeries, HŸsstege, Van Hoof, Luycks en Pennings acht beeldend kunstenaars, iedere galerie twee kunstenaars. Galerie Pennings, Eindhoven begeleidt Noortje Haegens en Wiesje Peels, Galerie Majke HŸsstege, ‘s-Hertogenbosch, begeleidt Lindert Paulussen en Stijn Poelstra, Luycks Gallery, Tilburg begeleidt Matthias Schaareman en Roos Holleman; Jan van Hoof galerie, ‘s-Hertogenbosch begeleidt Marthe Zink en Matijs van Kerkhof.

Heel bijzonder, hier neemt de overheid actief haar verantwoordelijkheid.

Als ik de stukken lees die het initiatief uitleggen doet me de titel een beetje vreemd voor als ik zo vrij mag zijn en denk ik eerder aan ‘connectie en collectie’. Sorry, ik val voor het Nederlands als je het in het Nederlands kan zeggen. Ik denk aan ‘connectie en collectie’ vanwege enkele mooie dubbelheden in betekenis, in connectie van koppelen (denk aan een koppelstuk) en ontmoeten in de betekenis van geestverwantschap. Collectie zie ik hier in de meervoudige betekenis van verzamelen en bijeenbrengen. Uiteindelijk draagt het initiatief daartoe bij, dat kunst wordt gekocht en verzameld. De randvoorwaarden daartoe zijn gevat in processen van verandering. De galerie als galerie herijkt zich, de kunstenaar als maker onderzoekt nieuwe wegen om diens product te verkopen. En dat allemaal tegen de stroom in van ontwikkelingen die door de markt worden gestuurd, zoals grote beurzen waar geld telt. Heel bijzonder, hier neemt de overheid actief haar verantwoordelijkheid.

De publieke partij is in dit initiatief de Provincie Noord-Brabant, die zich op een voorbeeldige wijze cultuur-minded engageert en de makelaar is het bkkc. Waar gaat het nu inhoudelijk om? Het gaat om een talentontwikkelingstraject van acht beeldend kunstenaars waarbij vier galeries de handen ineen slaan samen met het bkkc. De uitwerking heeft iets weg van een coachingstraject voor de betrokken kunstenaars om ondernemender te worden en samen nieuwe wegen te zoeken in de kunstwereld, in andere woorden, samen werken om samen voor zich zelf bekender te worden en te gaan verkopen om geld te verdienen. Er zit aan dit alles ook een filosofisch tintje. Het is een project in het kader van de Impulsgelden die de provincie Noord-Brabant om de creatieve sector meer aansluiting te geven op de maatschappij. Via deze samenwerking wordt tevens de rol van kunstenaars geduid, en hier zit het filosofische, als humus voor verstandige en mooie dingen die de samenleving kleur en vorm geeft. Plus, werpen vier galeries zich op om over hun schaduw heen te kijken en zelf een andere rol te pakken dan de reguliere koppelaarsrol tussen kunstenaar, kunst en koper. Wat de uitkomst voor hen zal zijn is een spannende. Ik ben daar – als ik eerlijk ben – het meest nieuwsgierig naar, want het zal betekenen dat als de galeries serieus in deze samenwerking stappen zij bewust afstand zullen nemen van hun positie, want in samenwerking gelden nu eenmaal andere wetten en regels dan waar geen samenwerking is. En hun positie is gebaseerd op verdienen aan kunstenaars en hun werk.

Ambitie van de regio

En dan nu naar Art Basel 2014. Op facebook werd recent een opsomlijst gedeeld van werken die tijdens Art Basel zijn verkocht en de prijzen die er voor betaald zijn. Deze lijst kreeg een vervolg in een opsomlijst van wie allemaal op Art Basel waren, museumcollega’s, verzamelaars, galeriehouders, beeldend kunstenaars. Ik mag al twintig jaar naar Basel reizen om Art Basel te bezoeken. Eigenlijk gaat het me meer om drie nevenactiviteiten die wellicht nog belangrijker zijn dan de beurs, althans dat zijn ze geworden. En dan bedoel ik belangrijker in termen van er toe doen. Ik doel op de tentoonstellingen in Schaulager, Fondation Beyeler, Vitra Design Museum. Gelukkig lopen de activiteiten in deze musea ook na de beursweek door dus dat is niet het ding. Het ding is dat deze musea altijd iets te bieden hebben dat ambitie toont. Ambitie van de musea, ambitie van de regio, namelijk de regio om Basel waar de musea gevestigd zijn. Samenwerking ligt ten grondslag aan de succesformule. Alles is op elkaar afgestemd. Zelfs de feestjes die de verschillende openingen kenmerken hebben afstemming. Het boeiende derhalve is dat iedere plek in de samenwerking zijn eigenheid heeft behouden en is versterkt. Art Basel is in dit geval een gebeurtenis in de kantlijn van de regio in plaats van dat een regio aanleunt tegen de hoofdstad Basel met zijn Art Basel. Hier werkt de kracht van meerdere factoren samen en naast elkaar. Maar er is wel duidelijk een epicentrum. Dat is Art Basel.

Hopelijk vinden de galeries een epicentrum. Een museum bijvoorbeeld, in Den Bosch, Eindhoven, Tilburg.

Als ik het bruggetje naar Jump! mag maken zijn er referenties op te sommen. Vier galeries verspreid over de regio weten vanuit de eigen kracht en aard, en eigen geschiedenis, een verbinding aan te gaan die elkaar zal versterken. Hoe dan ook. Los van het feit dat ik kort moest denken aan de start van de galeries aan de Lijnbaansgracht in Amsterdam in 1993, dat ergens wel een beetje het zelfde voelt, denk ik dat dit uitgangspunt een spannende start is om samenwerking op te zoeken. Hopelijk vinden de galeries een epicentrum. Een museum bijvoorbeeld, in Den Bosch, Eindhoven, Tilburg. Mijn advies is dan ook, probeer samen een plek te vinden, dat het project laat zien, zoals nu hier het bkkc het startpunt presenteert. Het zou, zonder het in te vullen maar als denkrichting hier te positioneren, met enige goede wil het startpunt kunnen zijn van een Brabant Bi‘nnale die ooit in verschillende musea in Brabant plaatsvond. En mogelijk kan de Provincie Noord-Brabant er ook een rol in spelen en dit initiatief opnemen in haar beleidskader, en er vervolgens een ketengedachte op los laten. U bent dan het begin van de keten en meteen een best practice en de kunstenaars de peers voor aankomende academieverlaters en andere talenten.

Geld

We gaan even weer terug naar Basel. Dit jaar was ik niet in Basel. De reden is dat ik aan het sparen ben. Met twee galeries, Ropac in Parijs en Frith Street in Londen heb ik verscheidene kunstwerken vastgelegd die mijn budget te boven gaan, maar onze collectie zullen verrijken. Het is een monumentaal brons van Tom Sachs en een serie foto’s en tapisserie van Graigie Horsfield. De galeries werken overigens zeer mee aan mijn verwervingsplan. Ze weten dat ik heel serieus ben en druk aan het werven. Overigens, nog belangrijker, de kunstenaars zijn betrokken, kennen het museum, kennen mij. Ja. Geld is de factor x ook in de kunstwereld dat de motor van evenementen als Art Basel draaiende houdt. En als je spaart dan ligt de motivatie om te gaan, althans zo drong zich dit feit dit jaar aan mij op, stil. Sparen is toch iets anders dan graaien, het is wel een beetje het gevoel dat zich opdringt als je prijzen ziet en wie graait. Bovendien, zo meen ik toch, je kunt beter gericht kiezen en sparen en bij je doel blijven dan de afleiding zoeken. Mis ik dan iets? Bedacht ik me. Mijn goede vriend Vicente Todoli, oud directeur van Tate Modern, die nooit naar beurzen ging, vertrouwde me toe: ‘Kunstbeurzen? Dat zijn tuincentra. Geen tuin te bekennen.’

Doen we nu in de kunstwereld in lijstjes of doen we in visie en opinie, bedacht ik me. De indruk die ik niet van me kon afschudden is dat we in de kunstwereld meer en meer in lijstjes doen dus, en geen visie of een opinie te bekennen.

Het samenwerkingsverband Jump! wekt niet de schijn van geld verdienen en in lijstjes denken. Het roept de visie op in personen te denken en persoonlijkheden. Dat zijn de galeriehouders en de kunstenaars. De visie wordt gedragen door een scholingstraject, inhoudelijk gebaseerd op ervaring en aanpak. Ik denk, en dat zie ik ook zo voor me, dat er nog wel eens een nieuwe aanvullende vorm van cultuureducatie kan ontstaan, een vorm van ervaringsgericht leren door professionals voor professionals. Een hogere vorm van peering. Brabant heeft verscheidene academies en op dit punt is de samenwerking door te trekken de academie in als traject van portfoliomanagement. Brabant zal daarmee een voorloper kunnen zijn. Ook op dit punt schakels in een keten.

Goede gezondheid

En dit alles is gebaseerd op wederzijds vertrouwen, in elkaar en in elkaars kunnen, maar ook het vertrouwen van de kunstenaar dat diens tijd goed wordt besteed, zijn kunst in goede handen is, er tijd is voor meer professie dan aan het werk zijn. En je moet maar durven je vertrouwen in handen te geven van een commerci‘le partij die je ontwikkeling vooruit wilt helpen en daarmee misschien alleen maar goodwill verdient en geen rooie cent. Geld maakt niet gelukkig, een goede gezondheid wel. En helemaal een goede geestelijke gezondheid. Die is onbetaalbaar. Vier galeries die samen zelfs geen quote opleveren maar wel een vorm van filantropie beoefenen die de wereld een stuk aangenamer maken. Terecht dus dat de overheid in de persoon van de Provincie ondersteunt. Zij kan die rol vanuit filantropisch perspectief oppakken, alleen al uit oogpunt van er voor zorgen dat initiatieven als deze kans krijgen om te ontwikkelen. Immers, een ieder heeft recht op kunst en cultuur en om er aan deel te nemen en er van te genieten. Dit recht is de basis voor een goed werkende democratie en dient uit dat oogpunt verzorgd te worden. Uiteindelijk zal de kunstenaar zich in een dergelijk rechtvaardig klimaat vestigen en doorontwikkelen en daar hebben meerderen baat bij, de samenleving in het bijzonder.

Geen reacties

Geef een reactie