De creatieve industrie bestaat niet

Veel mensen die al jaren ongestoord hun werk deden, zijn sinds 2012 werkzaam in de topsector creatieve industrie. Daarmee wil de overheid dat ze gaan innoveren, een grotere bijdrage gaan leveren aan de groei van de economie en ondernemender gaan denken. Het verwarrende is alleen: die creatieve industrie bestaat helemaal niet, concluderen Koen van Vliet en Jozien Wijkhuijs.

Geschreven door Koen van Vliet en Jozien Wijkhuijs

Op een nazomeravond in 2014 besloten wij tijdens een goed gesprek een onderzoek te starten naar een onderwerp dat ons zowel interesseerde als verwarde: de creatieve industrie. We hadden geen eigen, duidelijke definitie voor dat begrip, maar dachten er een te kunnen vormen door verschillende mensen te interviewen die werkzaam zijn in en rond die industrie. We spraken vijftien ondernemers en vijf wetenschappers. Die gesprekken vormden de basis van ons boek, We moeten eens koffie drinken. Nu het boek verschijnt, moeten we concluderen dat we nog steeds geen antwoord hebben op de vraag ‘maar wat is die industrie dan?’.

Niet dat we met dat doel aan dit boek begonnen. Het idee kwam voort uit een opmerking van Jet Bussemaker tijdens de Asia Europe Meeting-conferentie (ASEM) in 2014: “De concrete verbinding van kunstenaars en creatieven met andere maatschappelijke en economische werelden is ŽŽn van de meest veelbelovende ontwikkelingen van deze tijd.” Over welke ‘creatieven’ had ze het hier? Waren die mensen zich ervan bewust dat zij op dat moment werden verbonden met ‘andere maatschappelijke en economische’ werelden? Wat vonden ze daarvan?

Het is een absurde gedachte dat authenticiteit puur en alleen bereikt kan worden door een individu in zijn eentje.

Mannen met elleboogstukken

Wetenschappers, creatief ondernemers, overheidsmedewerkers en consumenten van creatieve producten zijn het nog niet eens geworden over wat er precies onder het begrip ‘creatieve industrie’ valt. Iedereen die we spraken cre‘erde tijdens onze gesprekken een eigen definitie van de creatieve industrie. Daardoor hebben we interessante kenmerken gehoord. Kenmerken waarover de meeste mensen het wŽl eens zijn.

Bijvoorbeeld dat we nu echt eens af moeten van het idee van het creatieve genie dat het beste functioneert in totaal isolement. Creatieve idee‘n zijn het vruchtbaarst in een goed netwerk. Juliet Gagnon, schrijfster en oprichter van literaire gemeenschap Watershed, wil bijvoorbeeld af van het idee dat de beste literatuur gemaakt wordt door mannen met elleboogstukken die eenzaam aan een tafeltje hun meesterwerken maken. “Het is een absurde gedachte dat authenticiteit puur en alleen bereikt kan worden door een individu in zijn eentje.” Authenticiteit is volgens haar het cre‘ren van een eigen stem, maar die ontwikkel je in het contact met anderen.

Dat netwerk is ŽŽn van de dingen die steeds in onze gesprekken naar voren is gekomen. Het is voor een mens nagenoeg onmogelijk om alles alleen te kunnen, ook (of misschien wel juist) als het gaat om ondernemerschap. Arjan van den Born, verbonden aan Tilburg University, trekt uit zijn onderzoek dan ook de conclusie dat de meest succesvolle ondernemers opereren in duo’s of trio’s. “Je hebt binnen een bedrijf een business mindset, een sociale mindset en een creatieve, technische mindset nodig om slagkracht te hebben.” Iemand die al die verschillende rollen zelf probeert te vervullen, is na een jaar of vier wel toe aan iets nieuws, of haakt helemaal af.
Als creatieve mensen als ondernemer verder willen, hebben ze een sterke basis nodig om zichzelf op artistiek gebied niet te verloochenen.

Het proces van geld verdienen

De intenties van de overheid worden dan ook regelmatig in twijfel getrokken. Een van de ge•nterviewden zegt bijvoorbeeld: “Als een soort schaamlap is de creatieve industrie in het leven geroepen en is er een topsector van gemaakt. Buiten de retoriek stelt het weinig voor.” Een ander stelt zelfs dat hij niet gelooft dat er bij het ministerie van Economische Zaken iemand rondloopt die echt in dit verhaal gelooft. Vanwege de onduidelijkheid rond de grenzen van de creatieve industrie en de zakelijke benadering van creativiteit, staan veel mensen er wantrouwend tegenover.

De zoektocht naar de maatschappelijke relevantie van creativiteit lijkt allang niet meer zo omstreden als vroeger. Dat zie je goed terug bij de jonge honden die net aan hun creatieve carrire beginnen. “Waarom zouden we allemaal bezig blijven met het bedenken van nieuwe koffiekopjes?” vragen ze zich af. Ontwerper Roos Meerman verwoordt het zo: “Ik wil geen lampen maken als ik ook de kracht heb om te innoveren en nieuwe dingen te vinden.” Maar weinig mensen zijn tŽgen het zoeken naar het ‘nut’ van creativiteit. Wel vinden ze het belangrijk om daarin de eigen, artistieke waarden te bewaren. Florentijn Hofman, beeldend kunstenaar, stelt dat het daarom belangrijk is dat studenten op een creatieve opleiding in aanraking komen met filosofie. “Als creatieve mensen als ondernemer verder willen, hebben ze een sterke basis nodig om zichzelf op artistiek gebied niet te verloochenen.” Dat is wel een risico als je middenin het proces van geld verdienen zit.

Harde definitie

Zo zijn er nog veel meer zaken waar creatief ondernemers tegenaan lopen in hun werk en waar ze ons tijdens de gesprekken over vertelden. Ze doen dit allemaal met compleet verschillende definities van de term ‘creatieve industrie’ in hun achterhoofd. De creatieve industrie bestaat niet, maar is er wel. Of zoals Martijn Stevens het verwoorde: “De creatieve industrie is een manier van denken, geen sector.” De overheid zou er goed aan doen te luisteren naar wat er speelt onder bij creatieve professionals, in plaats van ŽŽn beleid te hanteren voor een groep die zo divers en kleurrijk is.

We moeten eens koffie drinken Vormgeving Jolijn Ceelen

Op 22 oktober wordt We moeten eens koffie drinken gepresenteerd tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven (aanmelden kan via Evenbrite) en is het boek verkrijgbaar in de boekhandel en online via bol.com en managementboek.nl, voor die tijd is het boek te reserveren bij de auteurs en academische uitgeverij Eburon.

Winnen!

Wat is volgens jou een goede definitie van de creatieve industrie en waarom die? Onder de reacties verloten we twee exemplaren van het boek ‘we moeten eens koffie drinken’.

3 Reacties
  • 026
    Geplaatst op 13:59h, 17 september Beantwoorden

    De creatieve industrie is het bruto nationaal product van subsidie aanvragen, pitches, juryrapporten en afwijzingen.

    De creatieve industrie was de meest geliefde bobotaal paradox van het vorige decennium (voor de opkomst van het hersengestuurde internet of things tijdperk waar we nu in leven). Iedereen mocht herhalen dat het toch zo fijn was dat anderen in ons kleine kikkerlandje zo creatief waren, en kijk eens hoe goed dat is voor de export en het toerisme. Elke gesjeesde student, uitkeringsgerechtigde schijnzelfstandige of sjoemelsoftwarebouwer werd aangemoedigd om vooral een nieuwe startup te beginnen (of een ordentelijk jargonvertaalbedrijfje) maar het mochten er niet te veel worden dus ze moesten het wel zelf crowdfunden.

    Uitgerangeerde politici en beroepsbestuurders van federaties van koepels van branche instituten en door Napoleon opgerichte koophandelskamers hebben jaren mogen vergaderen over de herverdeling van al lang afgetopte innovatiesubsidies en aardgasbaten. Met als gevolg een hele nieuwe industrietak voor het organiseren en jureren van subsidie aanvragen: de creatieve industrie.
    Wie niet mee-pitcht hoort niet bij de creatieve industrie. Die mag eenzaam op een zolderkamertje of in een schuurtje blijven knutselen zonder overheidssteun. De grote bedrijven ontvangen dezelfde subsidies, maar nu met top-label.

  • IRVINX
    Geplaatst op 14:03h, 18 september Beantwoorden

    De creatieve industrie is een ongenuanceerd containerbegrip, het woord industrie vind ik niet van deze tijd, artisinale bedrijvigheid/sector liggen mij beter, hierin het verlangen naar ambacht met creatieve (innovatieve) inslag en culturele overlappingen.Interessante crossovers in de vorm van co-creaties maar ook de nieuwe verdienmodellen, Nu doet het voorkomen alsof de creatieve klasse de motor van de economie is of gaat worden. In werkleijkheid denk ik dat die creatieve klasse toch kleiner is, maar al iets een mode woord is doen velen zich daar in passen.

  • Ine Willems
    Geplaatst op 14:05h, 18 september Beantwoorden

    De creatieve industrie is wat mij betreft het klimaat van vurige scheppingsdrang. Industrie komt van het Latijnse industria: nijver, bedrijvigheid, gedreven vuur. Ga je terug naar die oorsprong van de woorden, dan vallen de vervuilende, eenzijdige connotaties van ‘fabriekswezen’ en ‘bedrijfsleven’ of juist ‘op een houtje bijtende, geniale en vereenzaamde kunstzinnigen’ weg en krijg je glashelder zicht op een adembenemende werkelijkheid van onblusbare verbeeldingsbranden met oneindige spontaan ontstane verbanden en uitlopers in alle richtingen die dwars door alle lagen van realiteit heen licht, lucht en klaarheid verspreiden. De creatieve industrie is de levensader van alles wat de mens tot mens maakt, van alles wat schoonheid, vernieuwing en vernuft brengt.

    Het zou gezond zijn als het spontane klimaat van die levensader werd gewaardeerd en gestimuleerd. In plaat daarvan wordt de ene vorm van scheppingsdrang in de praktijk al eeuwen werktuiglijk van de andere gescheiden – de ene wordt onder de economisch waardevolle activiteiten geschaard, de andere onder het (verliesgevende) kunst & cultuur. Er schuilt kunst – bezieling – in een uitgekiend wegontwerp, net zoals er kunst/bezieling schuilt in een raak businessplan en in muziek, schilderen, letteren, sport, scholing. De creatieve industrie is de energie die vrijkomt bij de wrijving tussen invalshoeken die met elkaar in aanraking komen.

Geef een reactie