De traditionele kunstkaders voorbij

Toen kunstenaarsinitiatief lokaal 01 (Breda) wegens gebrek aan subsidie haar deuren sloot, besloot een groep Bredaase kunstenaars -waaronder Thomas Bakker- om het pand nieuw leven in te blazen: het begin van Club Solo. In samenwerking met Steven ten Thije en Diana Franssen (curatoren van het Van Abbemuseum in Eindhoven) is de basis gelegd voor een innovatief kunstproject tussen het kunstenaarsinitiatief en kunstmusea: iets dat nooit eerder heeft plaatsgevonden. Hoe gaat deze samenwerking precies in zijn werk? En waarom is deze zo belangrijk voor zowel de kunstenaar als de kunstsector? MEST ging in gesprek met Thomas en Steven, over het begin, het belang, en de toekomst van deze bijzondere samenwerking.

Geschreven door Liza Voetman

De dialoog

De naam ‘Club Solo’ vertegenwoordigt direct de focus van het kunstinitiatief, dat zich richt op individuele solo-exposities van mid-career kunstenaars. Volgens Thomas zijn kunstenaars vaak gebonden aan groepstentoonstellingen, waardoor ze maar weinig de kans hebben om hun totale oeuvre te kunnen tonen. ‘Of het gebeurt via galeries, maar daar komt een verkoopdruk bij kijken. En in het museale circuit is er weer een andere spanning. Een kunstenaarsinitiatief dat ŽŽn kunstenaar de totale vrijheid en ruimte ter beschikking stelt, is dus van grote toegevoegde waarde’, vertelt Thomas enthousiast. Dit belang werd gedeeld door Steven ten Thije, die het idee om een dialoog te cre‘ren tussen het museum en de solo-expositie voorlegde aan zijn directeur bij het van Abbemuseum. Thomas: ‘Een museum dat sowieso al erg ge•nteresseerd is in samenwerkingen. Zij konden daarin dus makkelijk aansluiten.’ Het museum reageert daarbij op het ge‘xposeerde oeuvre van de individuele kunstenaar, met een werk uit de eigen, museale collectie. Om dit concept meer draagvlak te geven is in overleg met Steven ook het M HKA (Antwerpen) aangesloten. Thomas: ‘En zo reageren het Van Abbemuseum en het M HKA om de beurt op de solo-exposities.’

Het gaat echt om een lange termijn samenwerking. De kunstenaar, Club Solo, het museum: je probeert elkaar te leren kennen.

De formule

De keuze voor een solo-kunstenaar komt binnen Club Solo democratisch tot stand. Alle leden van het initiatief, tien in totaal, brengen om de drie ‡ vier maanden een nieuw voorstel voor een kunstenaar in. ‘En iedereen heeft een gelijke positie in de uiteindelijke beslissing. We houden daarbij wel rekening met diversiteit. Als vorige editie werk van een beeldhouwer toonde, kiezen we nu niet weer voor een beeldhouwer. Daarnaast zoeken we altijd naar een evenwichtige verdeling tussen mannen en vrouwen’, legt Thomas uit. Voor Thomas maakt deze formule Club Solo tot een uniek, zelf organiserend kunstenaarsinitiatief. ‘Wat je ziet is dat veel kunstenaarsinitiatieven toch nog vaak zijn opgebouwd vanuit een oud, klassiek anarchistisch model; dat zich afzet tegen de established musea. Dat stadium zijn we in werkelijkheid inmiddels allang gepasseerd. Onze samenwerking met de musea is niet hi‘rarchisch. Er bestaat geen hoog of laag.’ Ook voor Steven is dit een grote uitdaging. ‘Het is toch best onorthodox om zoiets vanuit het museum doen, en het is ook best wel een inspanning om museaal werk te exposeren op een plek die niet gebouwd is als een museum’, aldus Steven.

Van Eindhoven naar Breda

Wanneer Steven een werk heeft vastgesteld, verplaatst het zich vanuit het Eindhovense Van Abbemuseum -voor even- naar Breda. Hierdoor krijgt de museale collectie van Eindhoven een nieuwe zichtbaarheid en een andere functie: ‘Zeker in deze tijd, waarin veel bezuinigd is, is het belangrijk om even pas op de plaats te maken. Breda heeft op dit moment geen echt modern kunstmuseum. Ik vind het mooi om, vanuit een kern als Eindhoven, Breda te kunnen ondersteunen.’

Ik vind het mooi om, vanuit een kern als Eindhoven, Breda te kunnen ondersteunen. Als je kijkt naar de publieke missie van ons museum, denk ik dat we die hier heel goed mee dienen.

Daarnaast levert de samenwerking nieuwe, vruchtbare contacten op. ‘De ontmoetingen die ontstaan zijn heel interessant. We zijn als museum natuurlijk wel een belangrijke presentatieplek voor kunstenaars, maar onze capaciteit is beperkt, en in deze open setting krijgen we de mogelijkheid om kunstenaars op een nieuwe manier te ondersteunen, dat is een verrijking’, vertelt Steven. Vanuit deze ontmoetingen zijn al nieuwe netwerkrelaties voortgekomen, waaronder tussen het Van Abbemuseum en Iris Kensmil (1970), die in 2015 haar werk bij Club Solo exposeerde. ‘We hebben na haar solo-expositie -waarop wij reageerden- werk van haar aangekocht, en in de lente doen we een project met Iris. Zo komt van het een ook weer het ander. Door Club Solo heb ik veel kunstenaars leren kennen en leren waarderen. Het is daarnaast erg waardevol om de beroepspraktijk van de kunstenaar aan het publiek te kunnen tonen, en het levert ook nieuwe aanknopingspunten om naar museaal werk te kijken. Het is dus positief voor alle partijen’, zegt Steven.

Een blik op de toekomst

Voor Steven is Club Solo een goed voorbeeld van wat kan ontstaan wanneer partijen elkaar wat gunnen. ‘Je ziet dat dit steeds meer in het denken van de mens geworteld zit. We zitten in een tijdsomslag. Mensen hebben lange tijd gedacht dat ze beter functioneerden op het moment dat ze competitie met elkaar aangingen, nu zoeken ze juist naar samenwerkingen. Dat is een klein en indirect resultaat dat met het beleid van Bussemaker is ingezet’, legt Steven uit. Voor Steven is dit een positieve ontwikkeling, maar is het wel belangrijk om de focus van de samenwerking helder voor ogen te houden. ‘We moeten ons blijven realiseren dat we het concept ook samen verder moeten blijven ontwikkelen. De samenwerking lijkt misschien klein, maar het vergt een enorme openheid van alle betrokken partijen. We moeten allemaal het gevoel hebben vorm te geven aan een publieke missie. En als je dit model echt als grotere formule wilt gaan gebruiken, moet je er als museum ook echt de capaciteit voor krijgen. In principe vind ik nu dat de stad Breda gebruik maakt van iets dat burgers in Eindhoven financieren. Ik zou het netjes vinden als die capaciteit op een nette manier vergoed gaat worden’, aldus Steven. Daarnaast hoopt hij dat een bezoek aan Club Solo in de toekomst vanzelfsprekender gaat worden voor de inhoudelijk ge•nteresseerde Eindhovenaar. ‘Op dit moment vindt deze nog geen directe weg naar Breda. Ik hoop dat mensen er in de toekomst sneller even naar binnen wandelen’, vertelt Steven.

Dat is het charmante van Club Solo: je loopt er gewoon naar binnen, kijkt wat rond, je ziet de praktijk van een nieuwe kunstenaar, en gaat weer weg. Je kunt ŽŽn museaal werk bekijken in dat ene zaaltje: dat is uniek in Breda.

Daarvoor is het zaak dat mensen met het concept in aanraking worden gebracht. ‘En dat ze ervan af weten wanneer er ook in Breda een werk van Charley Toorop uit 1927 te zien is. Een Toorop tentoonstelling is voor een museum een publiekstrekker, ik hoop dat het dat ook wordt voor Club Solo’ legt Steven uit. Om zichtbaar te zijn treedt Club Solo meer en meer naar buiten. Afgelopen maand stonden ze op Art Rotterdam, binnenkort reizen ze naar Stockholm. Thomas: ‘Hierdoor neemt Club Solo steeds grotere vormen aan. We staan nu erg in de picture. Dat is positief: het model is namelijk interessant genoeg om uit te rollen op meerdere plekken in het land. Vooral op plekken zoals Breda, waar geen kunstmuseum bestaat, heeft het een belangrijke toegevoegde waarde.’ ‘Ik zie het echt als een model dat je kunt kopi‘ren, en dat doorgevoerd kan worden!’, besluit Steven.

Benieuwd naar het visuele resultaat van deze samenwerking? Breng dan een bezoek aan de website.

Geen reacties

Geef een reactie