Een kind spreekt honderd talen

Wanneer je basisschool Marco Polo binnenkomt, lijkt het in eerste instantie een school als vele anderen. Maar wanneer je beter kijkt valt op dat er heel veel vitrines met kunstwerkjes staan. De school oogt kleurrijk, licht, open en transparant. In de hoeken staan lichtbakken, spiegeldriehoeken en wanneer je een stukje doorloopt kom je bij een heus atelier. De Marco Polo school in Bergen op Zoom is ŽŽn van de enkele scholen in Nederland waar zogenaamd Reggio Emilia onderwijs wordt gegeven. Dit is een onderwijsbenadering die kunst en cultuur zo’n centrale rol geeft dat de school ook kunstenaars in dienst heeft. Tijd voor een gesprekje met basisschooldirectrice Annemiek Martens en docent Esther van Poppel om te kijken wat dit onderwijstype precies inhoudt.

Geschreven door Inge Verdonschot

Een kind heeft 100 talen. Dat is het uitgangspunt van de Italiaanse pedagoog Loris Malaguzzi, grondlegger van de pedagogische denkwijze Reggio Emilia. (red. De uitgangspunten van Malaguzzi zijn mooi verwoord in zijn gedicht. Dit gedicht is onderaan dit artikel geplaatst.) Kinderen drukken zich niet alleen uit in gesproken en geschreven taal, maar ook via geluid, beeldende vorming, dans, drama en muziek. Al deze verschillende vormen van communicatie hebben hun eigen zeggingskracht en uitdrukkingmogelijkheden en moeten daarom ontwikkeld worden. Kunstzinnige vorming speelt bij Reggio Emilia dan ook een centrale rol; aan elke school of kindercentrum met deze benadering zijn zowel pedagogen als kunstenaars verbonden.

En alle kinderen hier weten bijvoorbeeld wat een artotheek is, dat zul je niet zomaar op alle basisscholen tegenkomen.

Werken in ateliers

Basisschool Marco Polo school is vijf jaar geleden ontstaan uit een fusie van twee scholen en heeft nu 160 leerlingen. ‘We doen eigenlijk alles wat een gewone school ook doet, maar daarnaast hebben we een ‘Reggio Emilia-lijn’ lopen’, geeft directrice Annemiek Martens aan. Deze Reggio Emilia-lijn krijgt vorm door het werken in ateliers onder leiding docenten van het Centrum voor de Kunsten, zogenaamde atelierista’s. ‘Het Centrum voor de Kunsten is van het begin af aan betrokken. De atelierista’s zijn ook echt onderdeel van het schoolteam en aanwezig bij studiedagen en vergaderingen. Er worden beeldende ateliers gegeven, maar ook dans, drama en muziek. Daarnaast zijn er ook ateliers voor koken, tuinieren en techniek.’ ‘Kunst en cultuur spelen een wezenlijke rol in de Reggio Emilia filosofie’, geeft Esther aan. ‘Kinderen worden gezien als jonge onderzoekers, die leren observeren en ook verder te kijken. Creativiteit speelt een centrale rol. En alle kinderen hier weten bijvoorbeeld wat een artotheek is, dat zul je niet zomaar op alle basisscholen tegenkomen.’

Deze ateliers staan echter niet op zichzelf, ze zijn onderdeel van projectmatig werken. ‘Als jonge onderzoekers formuleren kinderen zelf een leervraag. Aan de hand van een schoolbreed thema vraagt het kind zich af: wat wil ik ontdekken? Deze leervraag is de basis van het leerproces. Naar deze vraag wordt onderzoek gedaan in de klas en er wordt op kunstzinnige wijze invulling aan gegeven in het atelier’, vertelt Annemiek. ‘De pedagogiek van Reggio Emilia is eigenlijk nog maar ontwikkeld tot 7 jaar, maar met deze leervraag-methode trekken we de leerlijn door tot en met groep 8.’

Wanneer alle atelieruren samengenomen worden kom je uit op zo ongeveer 2,5 uur per week dat een kind in een atelier werkt.

Ontdekken, verwonderen en presenteren

In de school is ook goed te zien dat ontdekken en verwonderen centraal staan; naast lichtbakken, spiegels en vitrines vol knutselwerkjes, zie je veel beschilderde vensters en grote ramen. Alles lijkt uit te nodigen om naar de omgeving te kijken en creativiteit te stimuleren. Wanneer alle atelieruren samengenomen worden kom je uit op zo ongeveer 2,5 uur per week dat een kind in een atelier werkt. ‘Met alle eisen in het onderwijs is het ook lastig om hier nog meer ruimte aan te geven’, vertelt Annemiek, ‘de klassen worden wel in twee‘n gedeeld zodat er in kleinere groepjes kindgericht gewerkt kan worden.’

En er is ook aandacht voor presentatie. Eens in de zoveel tijd is er een culturele avond. ‘Dan wordt het procesverloop en de resultaten van de afgelopen periode getoond’, vertelt Annemiek. Ze benadrukt dat juist het proces hier aandacht krijgt, ‘want dat is belangrijker dan het eindproduct bij Reggio Emilia onderwijs. Dit zie je ook terug in het rapport dat bij ons een portfolio is met veel procesverslagen en bijvoorbeeld ook uitspraken van kinderen.’ ‘Op zo’n culturele avond treden leerlingen op en worden werkjes getoond, maar vorige keer was er bijvoorbeeld ook door de leerlingen een ontdekruimte gemaakt. De speelzaal was volgehangen met materialen, stoffen, lichten en ‘reggio-muziek’ (ontspanningsmuziek) die de zintuigen prikkelden. De leerlingen hadden voelbakken gemaakt en in het midden van de zaal zaten kinderen te verven en te tekenen. Iedereen was zo enthousiast, dat was echt een tastbare succeservaring’, aldus Esther.

Andere scholen komen regelmatig langs om te kijken wat ze van basisschool Marco Polo kunnen leren.

Vaardigheden voor de toekomst

‘Aankomend schooljaar bestaat de school vijf jaar en we zijn nu op het punt aangekomen dat alles ‘stabiel’ is. Inmiddels zijn de leraren gewend aan de werkwijze, de verbouwing van de school is afgerond en we beginnen nu ook met groeien. Er zijn ouders uit Steenbergen, Roosendaal of de andere kant van Bergen op Zoom die hun kind bewust naar deze school toesturen’, vertelt Annemiek trots. ‘In Reggio Emilia onderwijs staat brede talentontwikkeling centraal, met ook juist de soft skills. De creatieve actie methodologie leert kinderen divergent denken, en voor deze belangrijke vaardigheid voor de toekomst blijkt veel belangstelling. Andere scholen komen regelmatig langs om te kijken wat ze van basisschool Marco Polo kunnen leren.’

‘Reggio Emilia is onderdeel van je manier van denken en werken. Dat zit hem in grote dingen maar soms ook in hele kleine’, vertelt Esther, ‘wanneer een leerling ’s ochtends in de klas met zijn handen verrekijkers voor zijn ogen maakt, kun je uiteraard zeggen dat hij recht moet gaan zitten. Maar je kunt ook vragen wat het kind aan het doen is en wat hij ziet. Met zo’n onderzoekende houding stimuleer je de verbeelding en daar komen hele mooie dingen uit.’ Annemiek onderstreept dit, ‘Een kind komt zoveel beter tot zijn recht wanneer er aandacht is voor meer dan alleen de cognitieve vakken. Helaas is de inspectie vaak nog vooral op dat laatste gefocust.’

De PVV legt de nadruk op ons erfgoed. Dit erfgoed beslaat het gehele Brabantse culturele doen en laten inclusief onze geschiedenis. Het gaat hierbij wel om amateurkunst, heemkundekringen en monumentenzorg maar niet om elitaire kunstprojecten die volgens de PVV door de markt zonder subsidie zouden moeten worden opgepakt. Wanneer dit niet gebeurt, zijn ze blijkbaar overbodig en/of irrelevant. Als het aan de PVV ligt, wordt het cultuurfonds per direct opgeheven en zouden de Essentgelden, die deels in het Brabant-C fonds zitten, alleen naar automobiliteit, leefbaarheid of cultuur erfgoed moeten gaan. Of, terug in de portemonnee van de Brabander.

> lees het hele partijprogramma van de PVV

Geen reacties

Geef een reactie