Een vrijdagavond bij de harmonie

Koninklijke Harmonie Oefening en Uitspanning uit Beek en Donk – een van de beste harmonie‘n in Noord-Brabant – viert dit jaar haar 125-jarig bestaan. Op vrijdagavond repeteren de muzikanten altijd in muziekcentrum Het Anker te Beek en Donk. Stadsjongen en MEST-redacteur Bart Smout vertrok sceptisch richting dorp. En kwam bekeerd terug. ‘Stel je voor dat je op je zestiende al een volle zaal aandurft. Dat moet het leven later toch een stuk makkelijker maken.’

Geschreven door Bart Smout, foto’s door Maria van der Heyden. 
Lees ook het artikel over de harmonie Ons dorp nieuw leven inblazen.

Op mijn zestiende was de vrijdagavond het hoogtepunt van de week. De laatste schooldag was voorbij, even geen gezeik over huiswerk, een nog onontdekt nachtleven lag voor me. Van mijn ouders moest ik om twee uur thuis zijn. Een minuut later en de hel brak los. Met een paar schoolvriendjes gingen we vroeg de deur uit, zodat we het maximale uit de avond konden halen. Het maximale was in mijn geval niet veel. Door onze Nikes kwamen we de discotheken niet binnen, en door onze puistenkoppen en het totale gebrek aan baardgroei werden we in de kroeg uitgelachen als we nonchalant vijf whisky’s bestelden.

Welke zestienjarige ging nou op vrijdagavond blokfluit spelen in een godvergeten dorp?

Meestal hingen we wat rond voor coffeeshop Muze in de Tuinstraat. Buiten vroegen we aan oudere klanten of ze voor ons een grammetje wilden meenemen. Als we beet hadden gingen we op een plein zitten. Dan was het rollen, likken, roken. Als er een mooi meisje voorbij liep joelden we.

Mijn middelbare school stond in Tilburg en ongeveer de helft van mijn klasgenoten kwam daar vandaan. De rest woonde in de omringende dorpen. Hilvarenbeek, Middelbeers, Moergestel. Een dorpsmeisje uit onze klas ging iedere vrijdag naar de harmonie. Ze speelde blokfluit. Hilarisch vonden we dat. Welke zestienjarige ging nou op vrijdagavond blokfluit spelen in een godvergeten dorp? We lachten, namen een hijs van de joint, keken hoe de kegel rood oplichtte in de nacht.

Weer fantastisch!

Nu ben ik 32 en rij ik op een vrijdagavond naar Beek en Donk, een dorp boven Helmond. Voor een reportage over de plaatselijke harmonie. Oefening en Uitspanning, heet-ie. Wat een idiote naam, denk ik, terwijl ik door het raam van de bus naar het voorbijschietende landschap kijk.

Ik stap uit op de Lieshoutseweg. De busrit duurde niet lang en de chauffeur reed beheerst, dus ik ben niet misselijk. Door de bomen zie ik de kerkspits van Beek en Donk. Tienduizend inwoners, las ik op Wikipedia. Als de bus is vertrokken, wordt het muisstil.

Over de Irisstraat loop ik naar een kruispunt. Rechts een klein tankstation, links branden de lichten van muziekcentrum Het Anker. Mensen lopen naar binnen, koperklanken vluchten door de openstaande deur naar buiten. Ik rook een sigaret, zucht, en loop de muziek tegemoet.

Binnen is het druk. Ik loop door de kantine en kom uit in een grote gymzaal, met zo’n groene vloer waarover lijnen in allerlei kleuren lopen. Ik adem diep in: de ruimte ruikt naar vroeger. Aan het eind van de gymzaal staat een groot podium waarop minstens vijftig muzikanten zitten. Veel koperblazers, maar ook slagwerkers, gitaristen, koorzangers, noem maar op. Door de gymzaal lopen mensen opgewonden heen en weer. Door de speakers klinkt een zware basstem: ‘Vanavond nemen wij u mee op een muzikaal avontuur vol sprookjes en magie!’

Alleen met carnaval spelen wij een licht repertoire. Voor de rest zijn wij een serieuze harmonie met een hoog niveau.

Stravinsky! Vivaldi!

De muzikanten zijn nog aan het warmspelen. Voorzitter Pierre Heesakkers komt naast me staan. Hij legt me uit dat dit de generale repetitie is voor de jaarlijkse carnavalsconcerten. Als ik opmerk dat ik nog nooit zo’n groot dweilorkest heb gezien, word ik aangekeken alsof ik Satan in hoogsteigen persoon ben. “Alleen met carnaval spelen wij een licht repertoire. Voor de rest zijn wij een serieuze harmonie met een hoog niveau. Stravinsky! Vivaldi! Er zitten ook conservatoriumstudenten in ons orkest.”

Pierre wijst naar het orkest.

Ik doe net alsof ik een conservatoriumstudent zie.

“Ah, ja”, zeg ik.

Hij somt de prijzen op die de harmonie heeft gewonnen, en de uitstekende dirigenten die voor het orkest hebben gestaan. In 2014 wonnen ze nog de eerste prijs op het bondsconcours te Veldhoven. Ik mompel iets in de trant van: “Ja, uiteraard, dat wist ik ook wel.”

De harmonie bestaat dit jaar 125 jaar, vertelt Pierre. En ze zijn misschien nog nooit zo goed geweest als nu. “We hebben een naam hoog te houden. We horen toch bij de beste harmonie‘n van het land.” Pierre krijgt een seintje dat hij plaats moet nemen in het orkest. De repetitie gaat beginnen. Voordat hij wegloopt zegt hij: “Mijn drie dochters treden ook op. Ze zingen K3 in groene glittertruitjes.”

The greatest online JavaScript tools can be found at html-css-js.com: script beautifier, compressor, cheat sheet or just read the blog.

Gesneuvelde glimlach

Marianke HobŽ laat er evenmin gras over groeien. Ze is zesentwintig jaar oud en dirigent van het jeugdorkest. De liefde voor een man bracht haar uit de Achterhoek naar Beek en Donk, haar liefde voor muziek leidde haar vervolgens naar Harmonie Oefening en Uitspanning.

‘Kwaliteit staat voorop. Daarom sneuvelt er weleens iets.’
‘Sneuvelt er weleens iets?’, herhaal ik aarzelend.
‘Ja, ik bedoel, gezelligheid is leuk, maar het mag niet ten koste gaan van het spel. Daar ben ik streng in. Dus soms sneuvelt er weleens een glimlach.’

De spelers in het jeugdorkest van de harmonie zijn tussen de elf en twee‘ntwintig. Ze kunnen de strenge aanpak van Marianke best waarderen. De zeventienjarige Laura Verrijt speelt altsaxofoon en is erg gedreven.
‘Ik wil graag beter worden. Ook wil ik beter leren samenspelen. Goed samenspelen is het moeilijkste, maar ook het leukste wat er is.’

Ondertussen speelt het orkest de filmtune van Harry Potter. Het klinkt fantastisch, eerlijk is eerlijk. Het begint me te dagen dat de harmonie geen gezelligheidsvereniging voor mensen met een instrument is. Dit is serious shit. Hier wordt een niveau neergezet waar het gemiddelde buurtorkest een joekel van een punt aan kan zuigen.

Goed samenspelen is het moeilijkste, maar ook het leukste wat er is.

Vrienden voor het leven

‘Natuurlijk vervult de harmonie ook een belangrijke sociale functie’, zegt Marianke. ‘Hier ontstaan liefdes en vriendschappen voor het leven. Ook mensen die de harmonie verlaten, blijven elkaar zien.’ Het orkest is gestopt met spelen. Het is tijd voor een act. Twee jonge jochies verkleed als bejaarden lopen het podium op. Ze hebben het over roken.

‘Roken, het blijft een teer onderwerp’, zegt de een met zware stem.
‘Hou toch op met je eeuwige woordgrapjes’, zegt de ander. ‘Ik krijg er tabak van.’
De jochies staan op het podium met een achteloze vanzelfsprekendheid. Ze vinden het duidelijk niet eng om in de schijnwerpers te staan. Vanuit de zaal worden ze door de toeschouwers bemoedigend toegelachen.

Ik denk aan de jongens van de middelbare school waarmee ik vroeger op vrijdagavond blowde. Hoeveel van hen zie ik eigenlijk nog? Toevallig liep ik laatst Ties tegen het lijf bij een theatervoorstelling. De rest heb ik jaren geleden voor het laatst gezien. We zeiden vroeger vaak dat we voor altijd vrienden zouden blijven. Blijkbaar duurde altijd te lang voor ons.

Hier ontstaan liefdes en vriendschappen voor het leven.

Laatst nog Itali‘

Als de avond vordert, raak ik meer en meer onder de indruk van de harmonie. Het mooiste is misschien nog wel dat het orkest uit alle leeftijdscategorie‘n bestaat en toch vloeiend samenspeelt. Ook mooi: de acts die de jongeren tussen de muziek door opvoeren, het zelfvertrouwen dat daaruit spreekt. Ronduit indrukwekkend: een klein, vriendelijk ogend mannetje dat de microfoon ter hand neemt en Angels van Robbie Williams begint te zingen alsof zijn leven ervan afhangt. Inclusief imposante uithalen, dramatische handgebaren en overtuigende rocksterposes.

Pierre vertelt me dat er tijdens een officieel concert makkelijk vijfhonderd man in de zaal zit. Stel je voor, denk ik, dat je op je zestiende al een volle zaal aandurft. Dat moet het leven later toch een stuk makkelijker maken.

Frans Rooijakkers komt naast me staan. Hij is zesenvijftig jaar oud en speelt al meer dan dertig jaar in de harmonie. Hij heeft er zijn vrouw ontmoet. Zijn beste vrienden zitten ook in de harmonie. ‘Als ik speel vergeet ik de wereld om me heen’, zegt Frans. Ik vraag Frans wat er zou gebeuren als de harmonie uit Beek en Donk zou verdwijnen.
‘Dat zou verschrikkelijk zijn. De harmonie zorgt voor binding in het dorp. Het verbindt niet alleen de mensen die spelen, het verbindt ook de mensen die komen kijken. Je maakt ook zoveel mooie dingen mee. Laatst speelden we in Riva la Garda, in Itali‘, op een concours. Vlakbij het Gardameer. Dat is toch schitterend?’

Als ik speel vergeet ik de wereld om me heen.

Blauwzwart pakpapier

Drie meisjes betreden het podium. In groene glitterjurkjes. Een nummer van K3 wordt ingezet. Danspasjes rollen soepel uit de benen. Ineens staat Pierre naast me, een grijns op zijn gezicht zo breed als de horizon. Hij geeft me een klap op mijn schouder, drukt een biertje in mijn hand. ‘Schitterend toch?’
Zijn drie dochters op het podium. Daar kunnen nog geen tien bezoekjes aan Riva la Garda tegenop. 
Bij het dichtslaan van de deur hoor ik nog net de basstem een laatste keer door de speakers knallen: ‘Wij hopen dat u een geweldige avond heeft en bij het verlaten van muziekcentrum Het Anker wederom zult zeggen: het was weer fantastisch!’
De repetitie is afgelopen. In de kantine is het nog een drukte van jewelste.

Over de Irisstraat loop ik terug naar de bushalte. Ik kijk achterom. Het dorp is door de nacht ingepakt met blauwzwart pakpapier. Alleen muziekcentrum Het Anker geeft licht.

Mannen van de wereld

In de bus kijk ik weer door het raam naar buiten. Ik denk terug aan vroeger. Hoe we als zestienjarigen op vrijdagavond rondhingen. We vonden onszelf heel wat. Mannen van de wereld. Mannen met verstand van zaken.

Nu ik erop terug kijk, waren we vooral heel erg verloren. We deden alsof we de weg wisten, maar hadden geen idee waar het noorden was. We deden alsof we samen waren, maar we waren vooral verveeld. Ondertussen vroegen we ons af waar het gebeurde. Ja, we vonden ons maar wat stoer, zittend op een plein met een joint tussen de lippen. En toch wisten we: dit is niet de bruisende vrijdagavond die ons is beloofd.

Nu weet ik waar het op vrijdagavond gebeurt. Niet op de pleintjes in de stad. Niet in de coffeeshops. Niet in de discotheken. Het gebeurt in Beek in Donk. In muziekcentrum Het Anker, waar de harmonie speelt en de lichten tot laat blijven branden.

Dit artikel lees je ook in MEST magazine #13. Liever op papier lezen? Neem dan een abonnement!

Geen reacties

Geef een reactie