ekwc: een begrip onder kenners, een mythe voor publiek

Het Europees Keramisch Werkcentrum (EKWC) in Oisterwijk: een begrip onder kenners wereldwijd, een mythe voor het publiek. Want voor hen blijven de deuren dicht, de kunstenaars moeten er in rust kunnen werken. Maar: sinds deze zomer is er vier keer per week een rondleiding. En krijg je een inkijkje in de meest bijzondere werkplaats van ons land. Gericht op experimenten met het oermateriaal dat mening kunstenaar tot wanhoop drijft: klei. Redacteur Anneke van Wolfswinkel en fotografe Anke van Iersel mochten komen kijken. En zagen onder andere een Pontiac van porselein.

Dit artikel verscheen in MEST Magazine #15 en is geschreven door Anneke van Wolfswinkel, fotografie: Anke van Iersel

Buiten liggen metershoge bergen. Zand, puin, resten van de oude riolering. De inrichting van het KVL-terrein in Oisterwijk is nog in volle gang. Binnen in het EKWC heerst ogenschijnlijk rust. Het licht valt overvloedig binnen door het zaagtanddak van de voormalige leerfabriek. Ergens klinkt het tikken van een hamer, iemand slaat met een vlakke hand op klei – je ziet het niet direct, maar je voelt het: hier wordt gewerkt. In het midden van de hal staat een oven, waar makkelijk een man of vijf tegelijk rechtop in kunnen staan. Hij is dicht en geruisloos, en pas als je er vlak naast staat voel je warmte. Binnenin voltrekt zich een wonder.

Ranti Tjan heeft het in de zes jaar dat hij hier directeur is, al vaak gezien: hoe de oven opengaat, soms na vier dagen stoken, bakken en afkoelen, en dat de kunstenaar dan begint te huilen. ‘Van geluk, omdat het goed is gegaan, of uit pure frustratie omdat zijn werk helemaal kapot blijkt te zijn. De klei kan scheuren, ontploffen, smelten – en na tien, elf weken hard werken doet dat verschrikkelijk pijn.’

Tjan spreekt zacht en weloverwogen, maar is voelbaar gepassioneerd, en verrassend stellig in wat hij zegt. ‘Als je niet ŽŽn keer in je leven met keramiek gewerkt hebt, kun je geen goede kunstenaar zijn. ‘Het is een materiaal dat in alle culturen een lange en rijke geschiedenis heeft. Als je keramiek maakt, kun je je van Azi‘ tot Afrika tot die geschiedenis verhouden. Maar klei is heel moeilijk en kan je echt tot wanhoop drijven.”

Permanente tegenspraak

De papiertjes op de deuren van de studio’s vermelden de namen van de kunstenaars en hun land van herkomst: Hongarije, Nederland, China, VS, Turkije – van over de hele wereld komen ze naar Oisterwijk. En ze betalen vaak 18.000 euro of meer voor een verblijf van drie maanden. Waarom? Ook omdat je hier alles tot je beschikking hebt: werkplaatsen en materialen voor mallen, kisten en glazuur, een compleet ingericht fablab, alle mogelijke soorten klei en gereedschap. Een team van vijf specialisten die je alle denkbare technieken kunnen uitleggen. Maar die samengebalde technische expertise, in Europa en misschien zelfs wereldwijd onge‘venaard, is niet de hele verklaring voor de aantrekkingskracht van het EKWC.

‘Waar wij goed in zijn,’ legt Tjan uit, ‘is tegenspreken. Iedereen die hier komt is een ervaren, professionele kunstenaar. Wij geven advies, maar dagen de deelnemers tegelijk uit om het heel ‡nders te doen. Het gaat erom dat ze hier uit hun comfort zone komen, en dingen gaan uitproberen van wie iedereen van tevoren denkt dat het onmogelijk is. Er is hier geen meester-leerling-verhouding, niemand heeft gezag. Het is ook belangrijk dat driekwart van de kunstenaars die hier komt, nog nooit eerder iets met keramiek gedaan heeft. Door die permanente tegenspraak, en de kennis en ervaring die kunstenaars en ontwerpers uit andere vakgebieden inbrengen, zorgen we ervoor dat de grenzen van wat in keramiek mogelijk werd geacht, telkens weer worden overschreden.’

Waar wij goed in zijn, is tegenspreken.

Grote plak klei

Hoe dat werkt, laat Tjan zien met het werk van Katrin MŸller-Russo en Rhett Russo, twee Amerikaanse architecten. Glanzend geglazuurde objecten, beeldschoon, waar je (voorzichtig) op zou kunnen zitten. ‘Ze zijn eerst een vorm gaan vouwen met kleine lapjes textiel. Die vorm wilden ze vervolgens ook gaan maken met een grote plak klei, maar daar bleek een mal voor nodig te zijn. Karen Lamonte, een glaskunstenaar die ook uit Amerika komt, liet zien hoe zij mallen maakte voor haar glas, met een totaal andere techniek dan we voor klei gebruiken. Dat bleek heel goed te werken. En sindsdien hebben we die mallentechniek dus ook in huis.’

Tegenspraak is ŽŽn pijler van het EKWC, kennisdeling is een tweede. Hield iedere 19e eeuwse plateelbakkerij zijn glazuurrecepten angstvallig geheim, hier is alles open source. In de glazuurwerkplaats laat Tjan de mappen zien waarin iedere kunstenaar de samenstellingen van de glazuren heeft gedocumenteerd. Wie precies hetzelfde glazuur wil dat Marien Schouten gebruikte voor zijn Groene Kamer in De Pont, of wie wil zien wat voor klei Armando in 1992 gebruikte voor zijn eerste ladders en schalen, kan het hier allemaal terugvinden. Door die kennisdeling krijgt de ontwikkeling van technieken en idee‘n hier alle ruimte.

Eindeloze zondagmorgen

Wie bij keramiek nog dacht aan saaie vaasjes, raakt bij het EKWC voorgoed genezen. Zelden kom je op een plek waar het zo zindert van experiment, van durf, van idee‘n en beelden die vari‘ren van po‘tisch en beeldschoon tot stoer en ronduit krankzinnig. Kopjes van klei die je kunt opeten (Masha Ru), groen geglazuurde tegels met het patroon van een groentekratje (Maaike Roozenburg), een kast van zachte, roomwitte buiken (Dorine Camps), het is hier allemaal op een eindeloze zondagmorgen ontstaan. Of neem de artistieke stunt van Filip Jonker: die kwam het EKWC binnen in een rode Pontiac Fiero uit 1985, en verklaarde dat hij twaalf weken later in dezelfde auto, maar dan van keramiek, weer wilde wegrijden. En hij staat er, gewoon tussen de 3D-printer en de freesmachine. En ja, hij kan echt rijden. Je weet niet wat je ziet (zie ook Filip’s site voor een mooi verslag van het maakproces).

Maar ook de meest fantastische keramiek begint bij die aardse grondstof die al sinds diep in de prehistorie en in alle culturen gebruikt wordt: klei. In een afgesloten ruimte staan de pallets op stellingen, met in plastic verpakte blokken, in tientallen tinten en samenstellingen. Het is er stil en schemerdonker, een streep licht valt door een hoge kier. Een waterverstuiver verspreidt met een lange sis een wolk fijne druppeltjes. De klei wacht geduldig, tot de hand van de kunstenaar het kneedt, en een kus het tot leven wekt.

sundaymorning@ekwc

Een groep kunstenaars richt in 1969 in Heusden het Keramisch Werkcentrum op. Het centrum wordt allengs te klein en verhuist in 1991 naar Den Bosch, waarbij ‘Europees’ aan de naam wordt toegevoegd. Het EKWC ontwikkelt zich tot een expertisecentrum waar kunstenaars worden uitgedaagd om de mogelijkheden van keramiek te verkennen en de grenzen van het ambacht zo ver mogelijk op te rekken. In 2015 betrekt het centrum, inmiddels omgedoopt tot sundaymorning@ekwc, een 5000 m2 groot gebouw op het terrein van de voormalige leerfabriek KVL in Oisterwijk.

De kunstenaars, ontwerpers en architecten komen van over de hele wereld, voor een werkperiode van twaalf weken. Ze krijgen een eigen studio tot hun beschikking en kunnen in het complex werken, eten en slapen. Zo kunnen ze loskomen van de dagelijkse routine en ŽŽn ononderbroken sundaymorning lang doorwerken. De lijst van deelnemers is lang en indrukwekkend. Anish Kapoor, Amie Dicke, Tony Cragg, Hella Jongerius, Joris Laarman, Anne Wenzel – ze hebben hier allemaal met hun poten in de klei gestaan.

Ondanks de internationale statuur is het EKWC bij het publiek nagenoeg onbekend. Dat moet anders, in een klimaat waarin het draagvlak voor cultuur afneemt. Daarom opent het EKWC voor het eerst in zijn geschiedenis de deuren voor bezoekers. Vanaf deze zomer is er van woensdag t/m zondag dagelijks een rondleiding.

Kleikenners kiezen hun favoriete EKWC-objecten 

MEST vroeg vier kenners van hedendaagse keramiek om een favoriet werk te kiezen dat binnen de muren van het EKWC is ontstaan, recent of langer geleden.

Geen reacties

Geef een reactie