Heeft Brabant meer tradities dan andere provincies?

Heeft Brabant meer tradities dan andere provincies? Je zou het haast denken als je kijkt naar de Nationale Inventaris Immaterieel Erfgoed in Nederland. Eind vorig jaar stonden er op een totaal van dertig, al acht Brabantse tradities op de inventaris, waaronder twee uit Valkenswaard: het Bloemencorso en de Valkerij.

Geschreven door Albert van der Zeijden

De Nationale Inventaris van het Immaterieel Erfgoed vloeit direct voort uit de Nederlandse ratificatie, eind vorig jaar, van de UNESCO-conventie van het immaterieel erfgoed. Immaterieel erfgoed is een rijkelijk abstracte term voor allerlei tradities en rituelen uit het dagelijks leven. Het zijn tradities die je van huis uit hebt meegekregen en ook zelf weer wilt doorgeven aan volgende generaties. Eigenlijk zijn er teveel om op te noemen. Van allerlei feesten als carnaval in Brabant en Limburg tot de Elfstedentocht in Friesland, van levenslooprituelen als beschuit met muisjes tot en met het verzorgen van de graven op 2 november met Allerzielen. UNESCO vindt dergelijke tradities van belang, omdat ze belangrijk zijn voor de culturele identiteit van mensen.

Voor de meeste mensen zijn tradities en rituelen heel vanzelfsprekend. Ze zijn gewoon en alledaags. Eigenlijk denk je er nauwelijks over na. Het Allerzielenritueel kreeg ik bijvoorbeeld mee van huis uit, toen mijn moeder mij meenam naar de begraafplaats om het graf van mijn oma, haar schoonmoeder, te verzorgen. Inmiddels verzorg ik samen met mijn vrouw het graf van mijn moeder, die enkele jaren terug overleed. De traditie wordt zo van generatie op generatie overgedragen.

Het houdt de herinnering aan overledenen levend en zorgt er ook voor dat het rouwverwerkingsproces in goede banen wordt geleid. Zo belangrijk kan immaterieel erfgoed zijn.

Erfgoedzorg

UNESCO vindt het belangrijk dat de wereldwijde culturele diversiteit van tradities behouden blijft, die met name door het proces van globalisering onder druk staat. De UNESCO-conventie is gericht op de bescherming van immaterieel erfgoed. Met het woord bescherming wordt niet bedoeld dat de traditie bewaard moet worden op een manier zoals het vroeger was. UNESCO wil geen stolp over tradities zetten maar probeert ze juist levensvatbaar te houden voor de toekomst, dat wil zeggen ook aantrekkelijk voor nieuwe generaties. Dat vergt soms vernieuwing en aanpassing. Tradities moeten altijd onderhouden worden, je moet er steeds weer aan werken.

Door ondertekening van de UNESCO-conventie verplicht Nederland zich ŽŽn of meer inventarissen aan te leggen van het immaterieel erfgoed in Nederland en ook een gunstig klimaat te scheppen waarin dit immaterieel erfgoed kan gedijen. In Nederland is het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed hiervoor verantwoordelijk dat eind 2012 een Nationale Inventaris van het Immaterieel Erfgoed opzette. Nederland heeft gekozen voor een voordrachtensysteem, waarin de dragers van het erfgoed zelf de eigen tradities kunnen aandragen voor de Nationale Inventaris.

Eind vorig jaar werden, in de eerste ronde, twee Brabantse tradities geplaatst op de Inventaris: het Bloemencorso in Zundert en de Boxmeerse Vaart in, de naam zegt het al, Boxmeer. De Boxmeerse Vaart, voorgedragen door het ComitŽ van de Boxmeerse Vaart, is een traditie met een respectabele geschiedenis. Het is een processie die teruggaat op een bloedwonder in de vijftiende eeuw. Het is een religieuze traditie die nauw verweven is met de katholieke identiteit van de provincie. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw was er even de vrees dat de traditie zou verdwijnen, sinds 1980 houdt een comitŽ de traditie levend.

Het Bloemencorso in Zundert is een traditie die minder ver teruggaat. Deze traditie hangt nauw samen met de geschiedenis van Nederland als bloemenland. Veel bloemencorso’s zijn ooit ontstaan als een feest ter gelegenheid van een festiviteit van het Koninklijk Huis, bijvoorbeeld ter ere van een jubileum van koningin Wilhelmina. Het corso van Zundert is ontstaan in 1936, toen een groep Zundertse notabelen de Oranjefeesten nieuw leven wilde inblazen. Tegenwoordig is het een evenement waar heel Zundert van in de ban is, van jong tot oud. Het gezegde gaat dat elke inwoner van Zundert bij zijn geboorte een hamertje (waar de dahlia’s mee aan de praalwagens worden gespijkerd, red.) krijgt, je groeit er dus van jongs af aan mee op. Het corso vindt plaats in september, maar het hele jaar ervoor staat al in het teken van het ontwerpen en maken van de wagens, door de verschillende buurschappen.

Levensvatbaar houden

UNESCO definieert immaterieel erfgoed als erfgoed dat minstens twee generaties overstijgt en samenhangt met de eigen culturele identiteit. De dragers willen dit erfgoed doorgeven aan volgende generaties. Het kan gaan om tradities die bedreigd zijn. Een voorbeeld hiervan is de traditie van het Driekoningenzingen in Midden-Brabant, dat eind vorig jaar op de inventaris kwam en waarvan het voortbestaan bepaald niet gegarandeerd is. Driekoningen is van oorsprong een middeleeuws bedelfeest. De traditie stond al sinds de jaren twintig van de vorige eeuw onder druk, toen al was er een groep notabelen die zich inzette voor de traditie. Dit gebeurde onder meer door de scholen erbij te betrekken en een competitie te organiseren. Ook nu is er een actieve groep, die nieuw elan aan de traditie wil geven.

Tradities hebben altijd een historische context en wanneer deze context verandert, kan een traditie soms aan betekenis verliezen. Driekoningen als bedelfeest had gedurende de middeleeuwen ongetwijfeld een belangrijke functie, in een samenleving met veel armen en behoeftigen. In een moderne welvaartstaat lijkt de grondslag te zijn vervallen. Ook de ontkerkelijking sinds de jaren zestig van de vorige eeuw maakt dat deze van oorsprong religieuze traditie niet langer vanzelfsprekend is. Als je wilt dat het overleeft, moet je een nieuwe betekenis geven aan dit oude feest. Samen met anderen heeft het organiserend comitŽ, waarin onder andere de heemkundekringen van Goirle en Tilburg zitting hebben, daarvoor een strategie ontwikkeld, met bijvoorbeeld een verkiezing van de mooiste koning of de mooiste kroon. Dit is wat UNESCO bedoelt met het levensvatbaar houden van tradities.

Meer dan andere provincies?

Brabant leverde eind 2013 ruim een kwart van de tradities op de Nationale Inventaris. Naast de al genoemde tradities werden ook, bij de laatste ronde, de reuzentraditie van Jas de Keistamper uit Boxtel en de Brabantsedag in Heeze erkend als immaterieel erfgoed.

Je kunt niet zeggen dat Noord-Brabant zoveel meer tradities heeft dan andere provincies, Brabant was er gewoon snel bij.

Dat met name in Noord-Brabant de immaterieel erfgoedconventie zo snel werd opgepakt, heeft mogelijk te maken met de economische modernisering van Brabant. Verandering leidt vaak tot bezinning op de eigen wortels. Zoekt Brabant – meer dan andere provincies – naar een nieuwe invulling van oude tradities?

De Brabantse tradities op de Nationale Inventaris hebben te maken met de Brabantse geschiedenis, met de godsdienst, maar ook met de specifieke landschappelijke omstandigheden. Het verklaart nog niet waarom een relatief hoog aantal tradities uit Brabant tot de Nationale Inventaris zijn doorgedrongen, want iedere provincie heeft zijn eigen specifieke historische omstandigheden. Friesland als waterland is bijvoorbeeld bekend van zijn tradities op en om het water: van Skžtsjesile tot Elfstedentocht – en het is waarschijnlijk een kwestie van tijd tot ook deze tradities op de inventaris belanden.

Een eigen geschiedenis

Traditioneel hoort Brabant met Limburg tot het katholieke zuiden. Het is dan ook logisch dat hier veel katholieke tradities zijn, zoals processies en andere specifiek katholieke gewoonten en gebruiken. Neem bijvoorbeeld de populaire kersstallenroutes die steeds meer toeristen trekken, waardoor Brabant zich kan profileren als de provincie van het bezinningstoerisme. Oude tradities krijgen zo een nieuwe inhoud. Zoals ook de Boxmeerse Vaart laat zien, dit is nog steeds een religieuze processie maar tegenwoordig vooral belangrijk als plaatselijke identity marker voor de Boxmeerse gemeenschap. Brabanders zijn aan hun tradities gehecht maar geven daar wel een geheel eigen en moderne invulling aan. De Brabantsedag in Heeze is er een voorbeeld van, met altijd een aansprekende cultuurhistorische optocht waarin thema’s uit de Brabantse geschiedenis en volkscultuur worden verbeeld. Een ander voorbeeld is Jas de Keistamper, de reus uit Boxtel. Dit gaat over traditie Žn identiteit; Jas werd al vroeg ingezet in het kader van de city promotion.

Nieuwe tradities

Wat de Nationale Inventaris wil inventariseren is niet wat ‘typisch’ Nederlands of ‘typisch’ Brabants is maar wat mensen en bevolkingsgroepen voor zichzelf van belang vinden in het kader van hun culturele identiteit. Bloemencorso’s zijn bijvoorbeeld niet ‘typisch’ Brabants, maar ze komen hier ook voor, naast Zundert staat inmiddels ook het Bloemencorso Valkenswaard op de Nationale Inventaris. Ook tradities van jongeren en van nieuwe Nederlanders komen in aanmerking. Het leuke van tradities is dat ze komen en gaan maar dat er ook nieuwe tradities kunnen bij komen, bijvoorbeeld van bevolkingsgroepen die van elders zijn gekomen en de eigen tradities hier naartoe hebben meegenomen. Een voorbeeld op de Nationale Inventaris is de Henna Cultuur, een traditie die hier voet aan de grond kreeg door migranten uit onder meer Marokko. In die zin is Henna ook een ‘Nederlandse’ traditie geworden. Tradities hoeven ook niet groot of klein te zijn: het aantal mensen dat eraan deelneemt kan ook een kleine groep zijn, zoals bijvoorbeeld het Prijsdansen in Nieuw-Vossemeer. De Nationale Inventaris is geen populariteitspoll en biedt ook ruimte aan ‘kleine’ tradities.

Ten slotte komen ook tradities van jongeren in aanmerking. Wat te denken van een voorbeeld als graffiti? Het is natuurlijk een voorbeeld waarbij jongeren uit de hele wereld zijn betrokken, ook uit Brabant. Eindhoven profileert zich zelfs als graffitistad, met zijn jaarlijks in de Berenkuil georganiseerde Step in the Arena festival. Graffiti is geen voorbeeld van ‘de’ jongerencultuur, als die al zou bestaan. Het is wel een voorbeeld van een traditie waar ook (een aantal) Brabanders zich mee identificeren en dat maakt het interessant voor de Nationale Inventaris. Graffiti staat overigens nog niet op de Nationale Inventaris, maar komt er mogelijk wel aan.

Welke tradities zou jij willen voordragen?

Zijn er nog andere (Brabantse) tradities die een plaats verdienen op de Nationale Inventaris? Het gaat niet alleen om tradities die bescherming nodig hebben. Het gaat vooral om tradities die hier en nu van betekenis zijn voor mensen die in Brabant of Nederland wonen, om oude en nieuwe tradities die te maken hebben met de eigen culturele identiteit. Uiteindelijk zijn het de mensen zelf die bepalen wat voor hen van waarde is. Welke tradities zou jij willen voordragen?

Dit artikel is een verkorte versie van een artikel dat eerder verscheen in het magazine In Brabant, namelijk nr. 5 van 2013. Kijk voor meer informatie over het voordragen van tradities op www.immaterieelerfgoed.nl.

Geen reacties

Geef een reactie