Het veranderende landschap van de Brabantse poppodia

In november vorig jaar opende de vernieuwde 013 zijn deuren na een rigoureuze verbouwing: de capaciteit van de grote zaal veranderde van 2.000 naar 3.000 bezoekers en De Kleine Zaal en Stage 01 zijn samengevoegd, waardoor de nieuwe kleine zaal (nu Jupiler Zaal geheten) 700 in plaats van 325 concertgangers kan huisvesten. Een forse verandering dus. Maar: wat vinden de andere Brabantse poppodia eigenlijk van deze verandering? Verandert het landschap hierdoor en heeft het invloed op hun programmeringsbeleid? Ik sprak namens MEST met Robert Schaeffer, concertprogrammeur bij de Effenaar in Eindhoven en Steffi Blonk, programmeur concerten & dance bij Mezz in Breda. Een gesprek over verleden, toekomst, de ‘nieuwe’ 013, concepten en festivals. EŽn ding is zeker: het vak van podiumprogrammeur is nooit saai.

Door Nadzja van der Knaap

Van groots naar groter

Een van de eerste vragen die ik stel aan Robert is of er een trend gaande is qua verbouwingen van poppodia. “Dat is eigenlijk een trend van de afgelopen 15 jaar, die nu een beetje op zijn einde loopt”, antwoordt hij. Opmerkelijk, want ook Doornroosje in Nijmegen en TivoliVredenburg in Utrecht openden onlangs nog hun fonkelnieuwe deuren. Dat heeft volgens Robert de concurrentiepositie van 013 wel veranderd, zeker in relatie tot TivoliVredenburg. Die schaalde de capaciteit van hun grote zaal op naar 2.000 bezoekers, hetzelfde aantal dat voorheen in de Grote Zaal van 013 paste. Nu die zaal 1.000 bezoekers meer aankan, is het verschil aanzienlijk groter. 013 verwacht met een zaal van 3.000 dus meer acts naar Tilburg te halen. Is dat re‘el? Robert: “Dat moet zich uitwijzen. De vraag is of het verschil tussen een capaciteit van 5.000 bezoekers (Klokgebouw Eindhoven, Heineken Music Hall, red.) en 3.000 bezoekers duidelijk genoeg is. Zijn er veel bands die wel 3.000 tickets verkopen, maar geen 5.000? Het is lastig om daar na zo’n korte periode een uitspraak over te doen.”

Door de grote podiumdichtheid vis je dus al snel in dezelfde vijver.

Uitgebalanceerd landschap

Op mijn vraag hoe 013 de concurrentiepositie van de Effenaar verandert antwoordt Robert: “Er is een onderscheid te maken tussen aanbod gedreven podia en podia die meer community ‘driven’ zijn. 013 is er duidelijk ŽŽn van de eerste categorie, de Effenaar kiest meer voor het laatste. Wij redeneren vanuit onze achterban. Zij zorgen ervoor dat de bands die in Eindhoven spelen in een gespreid bedje komen.” Hij geeft aan dat het Brabantse podiumcircuit mooi uitgebalanceerd is. “Dat was wel al zo, maar nu helemaal: je hebt een aantal zalen met een capaciteit van rond de 300 á 400, er zijn zalen met capaciteit van rond de 750. In de grote zaal van de Effenaar kunnen 1.200 mensen, en in de allergrootste zaal van 013 kunnen er nu dus 3.000. De keuze voor bands is nu duidelijker: kiezen voor een zaal van 1.200 of 2.000 is een minder duidelijke keuze dan kiezen tussen een zaal van 1.200 of 3.000.”

Meer samenwerking

Voor Steffi Blonk van Mezz ligt dat net even wat genuanceerder: “Doordat de kleine zaal van 013 nu ongeveer dezelfde capaciteit heeft als de grote zaal van Mezz, is de verdeling onduidelijker. Veel – vooral Nederlandse – acts moeten nu kiezen tussen onze zaal of 013. Bovendien zit Gebouw T ook nog erg dichtbij (Bergen op Zoom, red.). Dat maakt het soms wat lastiger.” Door de grote podiumdichtheid vis je dus al snel in dezelfde vijver. Hoe voorkom je dat? Volgens Steffi door meer onderling contact te hebben. Veel Brabantse podia zijn verenigd in het landelijke VNPF (Vereniging Nederlandse Poppodia en –Festivals), maar een provinciaal overleg is er blijkbaar niet. “Er zijn wel contactmomenten en samenwerkingen met de Brabantse podia onderling, maar de focus is daarbij anders. Wij zouden wel wat meer contact willen over spreiding en afstemming. Dat versterkt elkaar alleen maar denk ik. Elk podium heeft z’n eigen bestaansrecht en specialiteiten. Het is goed om je daar op te focussen en niet op zaken die je niet doet of kan doen.”

Economisch gezien is spelen helemaal niet zo interessant. Dus kiezen bands als ze spelen voor de plek waar ze het meeste geld verdienen. Dat is op dit moment op de Nederlandse festivals.

Het veranderende vak

Steffi vervolgt: “We doen allemaal ons eigen ding, dat gaat al jaren zo. Maar je merkt dat het vak verandert. Het is niet meer zo: je draait je shows af en klaar. Je moet tegenwoordig creatiever te werk gaan en meer samenwerking zoeken met andere partijen.” Robert kan het beamen: “Vroeger verdienden bands hun geld met een cd. Hoe meer je speelde, hoe meer cd’s je verkocht. Dat is echt verleden tijd. Economisch gezien is spelen helemaal niet zo interessant. Dus kiezen bands als ze spelen voor de plek waar ze het meeste geld verdienen. Dat is op dit moment op de Nederlandse festivals.” Zowel de Effenaar als Mezz spelen hier handig op in door eigen festivals en concepten op te zetten. Zo heeft Mezz een duidelijke voorliefde voor muziek uit Belgi‘ en bedient de liefhebber van deze muziek met het Ik Zie U Graag festival, een jaarlijks terugkerend evenement waarin de Belgische muziekscene geheel centraal staat. Ook de Effenaar onderscheidt zich met eigen festivals en concepten. Robert: “We draaien met de Effenaar een aantal hele specifieke festivals (bijvoorbeeld Metal Meeting). De ideale voedingsbodem voor een bepaald segment fans, waardoor bands er graag willen spelen. Daardoor werk je als podium veel meer met concepten. Een singer-songwriter komt bijvoorbeeld heel goed tot zijn recht in een mooie kapel. Daar kom je als bezoeker eerder op af dan wanneer dezelfde artiest in de Effenaar speelt waar je al drie keer bent geweest.” Daarmee verandert de kernactiviteit van poppodia dus duidelijk. “En mijn vak automatisch ook. Super, super leuk”, besluit Robert.

Geen reacties

Geef een reactie