In Brabant liggen duizenden euro’s te wachten op goede ideeen

In oktober start de nieuwe parttime opleiding ‘Kunstenaar in de Samenleving’ op de Fontys Hogeschool voor de Kunsten in Tilburg. Tamara ging namens Mestmag.nl op pad om Romijn Conen, studieleider, te interviewen.

Geschreven door Tamara Nelemans

Hij wacht geduldig zijn beurt af tijdens de ‘Day of the Young Artist’ in museum De Pont in Tilburg. Als zijn half uurtje spreektijd ingaat, vertelt hij de aanwezigen vol passie over zijn reis door de culturele wereld, van acteur tot oprichter en directeur van Het Makershuis in Den Bosch. Wat hij heeft geleerd in de zeven jaar waarin hij kunstenaars aan werk hielp en ruim 1,5 miljoen euro aan gelden binnen sleepte, is simpelweg de durf om te vragen: “Durf te vragen, durf jezelf te zijn en durf samen te werken.’

Vanaf oktober is Romijn Conen studieleider van de eenjarige parttime opleiding KiS, Kunstenaar in de Samenleving in Tilburg, die kunstenaars leert hun talent op een juiste manier in te zetten binnen een sociaal-maatschappelijke setting.

In 2011 draaide een soortgelijke opleiding in Utrecht, met 15 deelnemers. Het opzetten van de opleiding in Brabant heeft drie jaar geduurd, waarbij met name het bundelen van kennis om in een sociaal-maatschappelijke omgeving te kunnen werken voorop stond. Denk hierbij aan de zorg, op scholen, in probleemwijken en binnen welzijn, maar ook op het vlak van cultureel erfgoed. In het algemeen: kunst die van invloed is op het welbevinden van mensen.

De term Community Art wil Conen zo min mogelijk gebruiken. “Deze term is bezoedeld door knutselkunstenaars, die alleen korte termijn dachten en kunst hebben ingezet op vaak totaal verkeerde manieren.’ KiS moet kunstenaars met name bijbrengen hoe zij hun eigenheid en werk op een positieve en bovenal kwalitatieve manier kunnen inzetten, zodat het daadwerkelijk iets kan gaan betekenen.’

Kunst in plaats van schimmel

“Deze eigenheid willen we bevorderen en stimuleren. Vaak lopen projecten die door kunstenaars zelf zijn opgezet spaak, omdat zij in de loop van het werkproces gaan twijfelen aan de meerwaarde van hun project. Ze gaan de omgeving waarin ze zitten en de problemen die zich daar afspelen, afzetten tegen de kunst die ze daar willen inzetten. Als bewoners dan ook nog roepen dat er beter ge•nvesteerd had kunnen worden in de aanpak van schimmel in huis dan aan kunst, wordt de noodzaak van hun project weg gerelativeerd. En dit terwijl het positieve van de kunstenaar, die over de problemen heen denkt en creatief is, hele nieuwe dingen met een wijk en zijn bewoners kan doen.’ 

Als er ook maar ŽŽn leven verandert door de aanwezigheid van een kunstenaar, die daadwerkelijk met de mensen in een aandachtswijk in gesprek gaat, hebben wij alles gewonnen.

Met de opleiding willen wij zorgen dat kunstenaars toegang tot kennis krijgen die al verworven is: door niet zelf het wiel opnieuw uit te vinden, maar door te leren van andere kunstenaars, van mensen in het culturele veld, maatschappelijk werkers, corporaties, door de fondsen te leren kennen en gaandeweg te leren wat hun eigen toegevoegde waarde kan zijn binnen het sociaal-maatschappelijke veld.’

De vraag leidt altijd

Conen is hierbij ook kritisch naar de kunstenaars zelf: ,,Je kunt geen idee bedenken aan de keukentafel met een glas wijn en dat zomaar in een ‘wijk persen’. Je moet jezelf telkens de vraag stellen of en op welke manier je een bijdrage kunt leveren. En altijd moet je werk een antwoord zijn op een vraag! We hebben genoeg aanbod waar niemand op zit te wachten.’

Als we na een jaar zouden stoppen met de opleiding is dat geen zwaktebod, integendeel. Het vereist moed om jezelf op te heffen als je niet meer nodig bent.

En na het eerste jaar?

Na een jaar wordt er ge‘valueerd, waarbij de grote vraag wordt of de opleiding door moet gaan in september 2015 of wellicht een jaar moet overslaan. ãWe willen de markt niet overspoelen met kunstenaars die vervolgens geen werk kunnen krijgen. Qua financi‘n zal deze opleiding niet mislukken. Driekwart van de kosten wordt gedekt door de deelnemers zelf, daarnaast krijgen we een impuls van 25.000 euro. Ik ben er zelf van overtuigd dat als het eerste jaar slaagt in haar opzet, we verder kunnen met minder of zelfs zonder subsidie.’

Meer informatie

KIS is een initiatief van CAL-XL en Cultuur-Ondernemen en een gezamenlijke onderneming met DOK-e en het brabants kenniscentrum kunst en cultuur (bkkc). De opleiding wordt ‘gehost’ door Fontys Hogeschool voor de Kunsten in Tilburg. Op dit moment zijn er 13 aanmeldingen voor de opleiding. De deelnemers vari‘ren in discipline (dans, theater, mode, beeldend, design) en leeftijd (28 tot 58 jaar). Aanmelden kan nog tot donderdag 18 september. De studiekosten bedragen 2500 euro, de verwachte opbrengst voor de deelnemers ligt rond 1500 euro.

Kijk voor meer info en achtergrond over de opleiding op de site van Cultuur Ondernemen en Cal Xl (laboratorium voor Kunst & Samenleving).

Geen reacties

Geef een reactie