Mecenaat in Brabant: op zoek naar een nieuwe Van Gogh

Helleke van den Braber is docent Cultuurwetenschappen aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ze doet onderzoek naar mecenaat. Na de bezuinigingen vinden we het woord ‘mecenaat’ steeds vaker weer terug als het gaat om alternatieve financiering. We vroegen haar om een kort opiniestuk over mecenaat in Brabant. 

Geschreven door Helleke van den Braber

Zijn de bezuinigingen op de kunsten terecht of onterecht? Zijn ze goed voor de kunstsector, of juist de dood in de pot? Wordt er betere kunst gemaakt als kunstenaars geen geldzorgen hebben, of juist minder goede? Tot nu toe was het de overheid die bepaalde wie zulke goede kunst maakte dat steun op zijn plaats was. Maar wie gaat die taak van selectie op zich nemen nu de overheid dat niet meer doet?

Prangende vragen, die ik regelmatig voorleg aan mijn studenten van de masteropleiding Kunstbeleid en Mecenaat aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ze gaan die discussie enthousiast aan. Als toekomstige beleidsmakers in de cultuursector zijn ze betrokken bij het onderwerp, maar omdat ze nog student zijn, en nergens aan gebonden, staan ze vrij en open in het debat. Dat levert mooie gesprekken op.

Bijvoorbeeld over de eisen die het kabinet-Rutte tegenwoordig aan kunstenaars stelt. Voordat ze in aanmerking komen voor subsidie moeten kunstenaars en instellingen eerst hebben aangetoond over ‘verdiencapaciteit’ te beschikken: eerst zelf een publiek veroveren, en dan pas vragen om aanvullende financiering. Er is altijd wel een slimme student die vervolgens vaststelt dat deze eis weliswaar redelijk klinkt, maar bepaalde typen kunstenaar ernstig benadeelt. Wat nu, vragen de studenten zich af, als er een nieuwe Vincent van Gogh (m/v) opstaat?

Laten we zeggen dat dat dit keer een dansende Van Gogh is, een Brabantse choreograaf die (net als zijn schilderende evenknie in de negentiende eeuw) geniaal werk maakt dat zijn tijd ver vooruit is. Zover zelfs dat wij, zijn publiek, er weinig van begrijpen. Wij bezoeken (net als de kunstkopers in de tijd van de echte Van Gogh) liever de voorstellingen van andere makers, die toegankelijker werk presenteren dat beter aansluit bij onze verwachtingen. Bij onze hedendaagse Van Gogh blijft het publiek dus grotendeels weg. Net als bij de negentiende-eeuwse Van Gogh, die dreigde te moeten stoppen met schilderen, maar gered werd door zijn broer Theo, die bereid bleek hem te steunen.

Onnodig guur

Op dit punt in de discussie oppert een deel van de studenten steevast dat Rutte gelijk heeft door te stellen dat moderne Van Goghs hun eigen boontjes maar moeten doppen. Wie in de eigen tijd geen publiek weet te vinden is kennelijk te weinig in staat om relevant werk te maken. Postume roem – zoals Van Gogh ten deel viel – is eigenlijk niet interessant. Steun van de overheid, zo betogen ze, moet steun zijn aan kunstenaars die het publiek van nu iets te zeggen hebben – en ja, dat geldt ook voor dansers, voor wie het grote publiek sowieso niet erg in de rij staat.

Andere studenten vinden zo’n onbegrepen maar geniale danser het slachtoffer van het marktdenken van de overheid. Vr de bezuinigingen was het van veel minder groot belang hoeveel publiek een kunstenaar wist te trekken. Talenten werden herkend door de kenners van het Fonds voor de Podiumkunsten, en gemeentes en provincies financierden productiehuizen en andere kweekplaatsen. Beginnende kunstenaars zonder publiek kregen de tijd om te groeien, en om op den duur (voor of na hun dood) erkenning en waardering te vinden. Voor potenti‘le Van Goghs is het klimaat na 2010 onnodig guur geworden, betogen ze.

Jonge dansers met te weinig publiek zouden, net als Vincent honderd jaar geleden, een list moeten verzinnen en hun nadeel om moeten zetten in een voordeel.

Komen de studenten ook met een oplossing? Ja. Jonge dansers met te weinig publiek zouden, net als Vincent honderd jaar geleden, een list moeten verzinnen en hun nadeel om moeten zetten in een voordeel. Ze mogen dan weinig publiek hebben, het publiek d‡t ze hebben is over het algemeen zeer betrokken. Wie om zich heen kijkt bij moderne dansvoorstellingen ziet fanatieke en trouwe bezoekers die zich vaak emotioneel verbonden voelt met de makers. Een goudmijn, zo betogen de studenten.

Potenti‘le Theo

In elk van die betrokken toeschouwers schuilt een potenti‘le Theo, menen ze. Spreek ze aan, leg uit dat je steun nodig hebt. Maak ze eerst Vriend, voed ze op tot Donateur, en verleid ze daarna tot een rol als Mecenas. Dat zo’n plan kans van slagen heeft, bewijst het Arnhemse Introdans, dat in Donald Reichel een gulle en betrokken mecenas vond. Het Nederlands Dans Theater slaagde erin eerst Vrienden, en daarna Ambassadeurs om zich heen te verzamelen. En liefhebbers gaven het Nationale Ballet 40.000 euro om 300 handgemaakte kostuums aan te schaffen.

Zou zoiets ook in Brabant kunnen? EŽn van de studenten Kunstbeleid en Mecenaat liet het niet bij discussi‘ren alleen, en besloot tot een onderzoeksstage bij DansBrabant. Ze werkt daar op dit moment aan een plan om Brabantse dansliefhebbers tot substanti‘le steun te verleiden. De kunst is om hun enthousiasme voor dans om te zetten in een bereidheid tot geven. Dat zou moeten lukken. DansBrabant heeft mecenassen veel te bieden.

De Nijmeegse studenten hebben de geschiedenis van het mecenaat bestudeerd, en weten dat mecenassen niets zo aantrekkelijk vinden als het idee onmisbaar te zijn. Gevers houden ervan kunstenaars tot bloei te brengen die zonder hun steun lang niet zo ver zouden komen. Via DansBrabant bieden ze dansers een platform dat cruciaal is voor hun ontwikkeling. Dansers worden er gecoacht en begeleid, ze kunnen er samenwerken en groeien. Zo bekeken is DansBrabant bij uitstek een plek waar jonge, onontdekte Van Goghs te vinden zijn. De organisatie biedt een uitgelezen kans aan aspirant-Theo’s die ervan dromen hun ontdekker en ondersteuner te zijn.

Aan het einde van het college is er altijd wel een student die me even apart neemt. Een Van Gogh komt toch maar eens in de eeuw voor, zegt ze. Het zou toch wel sterk zijn als zo’n genie opnieuw in Brabant geboren zou worden…?

Geen reacties

Geef een reactie