Om te vermenigvuldigen moet je delen’

Stel je voor dat jij als amateur-koorzanger samen kunt werken met de Nederlandse top, dat zou toch geweldig zijn? Een aantal koren in Brabant heeft deze kans gekregen met behulp van stichting Babel. Ze hebben die kans met beide handen aangepakt met als resultaat een mooie en unieke samenwerking. Wij waren benieuwd naar dit verhaal en spreken met Wim Arts (bestuurslid bij Stichting Babel) en Marc Versteeg (zowel dirigent bij Capella Brabant, een amateur kamerkoor dat meedoet in de samenwerking en zakelijk leider bij Cappella Pratensis, het professionele koor in de samenwerking).

Geschreven door Inge de Kok

De vraag voor deze unieke samenwerking kwam uit de dirigenten. Zij gaven aan: “met elkaar kunnen we meer dan elk koor individueel.” Stichting Babel realiseerde naar aanleiding van deze vraag een serie koorconcerten onder het motto Brabants VolKoren. Het aanvankelijke doel van deze koorconcerten was om de samenwerking tussen amateurkoren op gang te brengen, maar toen het professionele koor zich aansloot sloeg er een ware vonk over. Alle dirigenten werden bij elkaar werden gezet en er ontstonden ontelbaar veel idee‘n. Vanuit daar is een samenwerking uitgegroeid en nog steeds groeiende.

Hoe ziet de samenwerking van topamateurkoren met professionele koren eruit in de praktijk?

Marc: “Er waren wat zorgen in de korenwereld., Zo was het gevoel aanwezig dat de koren te weinig naar elkaar zouden gaan luisteren. Stichting Babel heeft ervoor gezorgd dat er met respect wordt geluisterd naar elkaar, er was geen sprake meer van concurrentie. Ze inspireerden elkaar en kennis en ervaringen werden gedeeld.”

EŽn ding bindt ze allemaal enorm; dat is de liefde voor muziek en voor samenzang. Daar heb je elkaar voor nodig en dat is de grote drijfveer geweest voor deze samenwerking.

Wim: “Tijdens Brabants VolKoren voegen we de koren ook samen, dan moet er soms worden gewisseld van repeteerplek en dirigent. Zo kan aan den lijve worden ondervonden wat de overeenkomsten en verschillen zijn in cultuur en repertoire benadering. Een van de allerleukste dingen vond ik dat de koren het gevoel hadden bij elkaar in de keuken te kunnen kijken.”

Marc: “Het is een ontdekkingsreis om te zien wat er bij de andere koren gebeurt. Amateurkoren hebben wat vrees voor een calimero-effect: ‘zij zijn groot en ik ben klein en dat is niet eerlijk’. Professionele ensembles zijn bevreesd voor kwaliteitsverlies, omdat ze zich vrij moeten maken voor de samenwerking met de amateurkoren. Babel overbrugt deze problemen, verkent nieuwe kansen, geeft nieuwe oplossingen, biedt mogelijkheden voor nieuwe samenwerking en dit leidt tot een nieuwe en extra stimulans voor het koorleven in Nederland, voor Brabant in het bijzonder.”

Wat zijn de onderlinge verhoudingen van deze samenwerking?

Wim: “We houden rekening met de verschillen in identiteit en cultuur, wederzijdse acceptatie en respect is hiervoor van belang.”

Marc: “Een muzikale metafoor die dit goed omschrijft is polyfonie; een manier van componeren waarin verschillende stemmen zelfstandig worden behandeld, maar goed naar elkaar luisteren. Iedereen heeft zijn eigen stem, die zich moet voegen met alle andere stemmen.”

Wat hebben de partijen aan deze samenwerking en welke behoefte is daarmee opgevuld?

Wim: “De koren krijgen een bredere blik op de mogelijkheden en leren verder te kijken dan hun eigen grenzen. Ook hebben ze het gevoel bezig te zijn met iets waardevols, het versterkt de identiteit van een koor maar tegelijkertijd worden ze deel van het ge•ntegreerd denken en kunnen ze op elkaar rekenen. Iedereen probeerde zijn eigen publiek te bereiken, nu staat een Tilburgs koor in Eindhoven op te treden.”

Marc: “Beide partijen maken kennis van wat de ander doet, ze leren nieuw repertoire. Ook leidt de samenwerking tot bijzondere en waardevolle topproducties.”

Hoelang heeft het geduurd totdat die behoeftes waren vervuld?

Marc: “Dat is snel gegaan, de eerste keer dat de koren echt bij elkaar waren was er een bijenkorfachtig gezoem te horen, daar ontstond iets bijzonders wat niemand meer wilde loslaten. Dat is nu ongeveer 2,5 jaar geleden. Mensen willen hun horizon verbreden, dat betekent kennis nemen van nieuwe, onbekende dingen. Soms is die afstand te groot, zoals een eenvoudig kamerkoor en de afstand naar het Nederlands Kamerkoor. In deze samenwerking wordt die afstand overbrugt.”

Ik heb zelf als musicus ook repertoire leren kennen wat veel interessanter is dan ik zelf van te voren had gedacht!

Zijn er ook negatieve resultaten te benoemen, of verbeterpunten?

Wim: “Er ligt een uitdaging in het publieksbereik, we zijn op zoek naar vaste podia. Ieder koor heeft zijn eigen publiek op eigen locatie, we probeerden tot nu toe het publiek mee te krijgen naar andere locaties. Nu krijgen we in de gaten dat we misschien beter de koren naar het publiek kunnen brengen.”

Marc: “Wij willen andere kunstdisciplines betrekken bij wat we doen om de presentatie aan te laten sluiten bij deze tijd, bijvoorbeeld met theater, po‘zie en beeldende vormgeving. We moeten af van het idee dat een kamerkoor statisch staat te zingen met een grote map voor hun neus. We willen koren letterlijk in beweging krijgen door wellicht dans of choreografie.”

Wat zouden jullie andere koren willen adviseren?

Wim: “De manier waarop de artistieke en organisatorische laag met elkaar communiceren moet je goed structureren. Zet ook die dirigenten eens bij elkaar, dan heb je voor een paar jaar materiaal om door te werken.”

Marc: “Beschouw elkaar niet als concurrent, maar als collega. Zet de deuren en ramen open en gun elkaar echt succes, dan kom je uiteindelijk zelf ook verder.”

Wat is jullie ambitie, wat zouden jullie nog graag bereiken en doen?

Wim: “Er komt een groot samenwerkingsproject met betrekking tot het Jeroen Bosch jaar in 2016. Vijf Brabantse koren, Cappella Pratensis en het Nederlands Kamerkoor gaan zich storten op een compositie van een Engelse hedendaagse componist, Antony Pitts.”

Marc: “Deze compositie wordt voor het eerst gecombineerd uitgevoerd en gaat op tournee door de Brabantse steden, een echte wereldpremire. Acht concerten in vijf Brabantse steden, iedere Brabants koor treed op in eigen stad, er ontstaat hierdoor een moza•ek van concerten die op iedere locatie zijn eigen kleur krijgt.”

Dit project heeft subsidie ontvangen van kunstbalie.

Geen reacties

Geef een reactie