Ons dorp nieuw leven inblazen

De muzikale traditie is in Brabant en Limburg al eeuwenlang onverwoestbaar. Harmonie en fanfare hren bij het Zuiden. Maar nu hebben de blaasorkesten het zwaarder dan ooit. Jongeren hebben al zoveel te doen en haken af. De hoop is gevestigd op een terugkeer van het gemeenschapsgevoel. ‘Mensen willen weer in gezamenlijkheid beleven.’

Geschreven door Mark van de Voort, foto’s door Sigrid Calon. 
Lees ook het artikel over de harmonie Een vrijdagavond bij de harmonie.

‘Blaosmeziek op eine sjone zndigmorge. Blaosmeziek bleust mich mver.’ Uit volle borst zingt Limburger GŽ Reinders zijn grote hit ‘Blaosmuziek’. Een ode aan de blaasorkesten in zijn streek. Over muziek vol weemoed die je omver kan blazen en het verlangen naar gouden tijden weet aan te wakkeren. De harmonie‘n, fanfares en brassbands in een dorp of stad beantwoorden nog altijd aan dat nostalgische oergevoel. Muziekgezelschappen die in veel dorpen en steden nog steeds een centrale plek hebben en staan voor saamhorigheid en discipline door een gedeelde hartstocht voor muziek. Een ijzersterke, diepgewortelde traditie die soms eeuwen overspant.

Maar de 21e eeuw vraagt om een herdefini‘ring van het blaasorkest. De laatste decennia staan bol van de culturele en maatschappelijke veranderingen en ook de Hafabra-wereld (Harmonie-Fanfare-Brassband) moet uit haar bastion breken wil het overleven in hectische tijden.

Historisch inblazen

Het grijze verleden van het blaasorkest kent een nog langere baard dan menigeen denkt. Blaasorkesten zijn ontstaan vanuit aloude militaire kapellen. In de zeventiende eeuw kregen deze blaasmuziekkorpsen in Frankrijk en later in Duitsland langzaam hun vorm. Voor Franse despoten als Lodewijk XIV en Napoleon was zo’n korps een ultiem paradepaardje. Pas in de negentiende eeuw verloren de blaaskapellen- en orkesten stapsgewijs hun militaire karakter en werden ze ingezet voor allerlei feestelijkere plechtigheden. Harmonie‘n en fanfares ontstonden en de blaasorkesten groeiden uit tot de ‘symfonieorkesten van het gewone volk’. Concertzalen waren te duur of ontbraken gewoonweg, dus werd er in de open lucht gemusiceerd.

Rondom de orkesten ontstond een heel verenigingsleven. In de twintigste eeuw doken blaasorkesten vooral op in dichtbevolkte, ge•ndustrialiseerde gebieden (Zaanstreek, Twente, Brabant) en mijnstreken (Limburg). Er ontstonden bedrijfsorkesten (denk aan de befaamde Philips Harmonie) en muziekverenigingen voor de arbeiders. De emancipatie van het blaasorkest voltrekt zich pas goed na de Tweede Wereldoorlog, als harmonie‘n en fanfares steeds meer gaan optreden in concertzalen en op concoursen, met een vaak erg hoog speelniveau als gevolg.

Teveel te doen

EŽn van de belangrijkste problemen: de vergrijzing en de werving en het behoud van jonge leden. Er is in ieder geval ŽŽn hoopvolle landelijke trend, oppert Bart van Meijl, voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Muziek Organisatie (KNMO). ‘Het aantal beoefenaars van blaasmuziek neemt niet drastisch af. Wel zijn er steeds minder muziekverenigingen en meer fusies. Het hele verenigingsleven staat sowieso onder druk. Brabant wijkt daarbij niet af van de landelijke trends.’

Het probleem is vooral de jeugd die zich niet meer wil binden aan vaste momenten in een week. ‘Er is gewoonweg teveel te doen’, ziet Van Meijl. ‘Elke maandag een uurtje repeteren bij je club is niet meer vanzelfsprekend.’ Zelfs kinderen hebben tegenwoordig een drukke agenda, ziet hij. Voetbal, computeren en ja, de muziek moet daar ook nog tussen gepland worden. ‘Het werven van jeugd lukt nog wel, maar het vasthouden van jongeren zodra ze ouder worden, dat is steeds lastiger.’

Blaasorkesten moeten de boer op, meent Van Meijl. ‘Zoek bijvoorbeeld de samenwerking op met plaatselijke muziekscholen en basisscholen. Maar kijk ook goed hoe andere verenigingen in je omgeving leden weten te binden.’

Het werven van jeugd lukt nog wel, maar het vasthouden van jongeren zodra ze ouder worden, dat is steeds lastiger.

De wondere wereld van de Hafabra

Hafabra! Een muzikale toverformule die niet door iedereen meteen begrepen wordt. Hafabra staat in gewoon Nederlands voor Harmonie, Fanfare en Brassband. De wondere wereld van het traditionele blaasorkest behoeft enige uitleg. Want blaasorkesten worden nogal eens gemakzuchtig over ŽŽn kam geschoren. Voor enige helderheid sla je het offici‘le concoursreglement van de Koninklijke Nederlandse Muziek Organisatie (KNMO) open. Een harmonie is een orkest, bestaande uit zowel houten als koperen blaasinstrumenten, slaginstrumenten, soms aangevuld door cello’s, contrabassen, harp(en) en piano. De kern van het orkest wordt gevormd door houten blaasinstrumenten, met een hoofdrol voor de klarinetgroep. De harmonie kiest vaak voor een symfonische aanpak en kan een heel breed repertoire aan.

Fanfare
De voor Nederland en Belgi‘ typische fanfare is kleiner bezet en bestaat uit koperen blaasinstrumenten, slaginstrumenten, eventueel aangevuld door contrabas(sen), harp(en) en piano. Koperen blaasinstrumenten staan centraal in de fanfare, met een opvallende rol voor de bugels. Vroeger trok de fanfare bij feestelijke gelegenheden nog wel eens door de straten, tegenwoordig is de fanfare vooral uitgegroeid tot een volwaardig muziekensemble dat deelneemt aan wedstrijden.

Brassband
De brassband is een orkest, bestaande uit uitsluitend koperen blaasinstrumenten, alsmede slaginstrumenten, waarbij de kornets (koperen blaasinstrument) meervoudig bezet zijn. Daarnaast beschikken verschillende muziekverenigingen nog over uitgebreide, aparte ensembles voor louter slagwerkinstrumenten (waaronder ook drumbands).

Dweilorkest
En ja, dan hebben we nog het onontkoombare dweilorkest. In de hafabra-wereld wordt er wat meewarig naar gekeken, maar tijdens carnaval kun je er niet omheen. Een dweilorkest of dweilband is een muziekkapel bestaande uit een los groepje blazers en slagwerkers. Dat zich enkele weken per jaar vol vlijt stort op veelal versleten carnavalskrakers.

Steeds meer verenigingen fuseren en 1+1 is niet altijd 2.

Groot belang voor gemeenschap

Het Tilburgse Fontys Conservatorium leidt zowel docenten blaasinstrumenten op als dirigenten voor harmonie- en fanfareorkesten. Studiecošrdinator Nico Vis: ‘De animo voor het musiceren in amateurblaasorkesten staat in heel ons land minder in de belangstelling. Ik denk dat je kinderen op de basisschool al moet laten kennismaken met blaasmuziek. Onze trombonedocent Mark Boonstra promoot met zijn New Trombone Collective de trombone en de blaasmuziek onder schoolgaande jongeren. En heeft daar veel succes mee.’

Vis ziet ook in de rest van het land talloze interessante initiatieven. ‘Zo nodigt het Metropole Orkest amateurs uit voor hun concerten. Aanvullend geven orkestleden workshops op repetities van plaatselijke amateurmuziekverenigingen.’

Het belang van muziekverenigingen voor een gemeenschap blijft onverdeeld groot, vindt Frank de Jong, adviseur kunstbeoefening bij Kunstbalie (Brabantse organisatie voor cultuureducatie en amateurkunsten) en actief als harmoniedirigent. Maar niet iedere vereniging kan momenteel het hoofd boven water houden. ‘Steeds meer verenigingen fuseren en 1+1 is niet altijd 2. Als twee orkesten samengaan, leidt dat niet altijd tot een extra groot orkest. Er kunnen leden afvallen. Zeker bij de kleinere muziekverenigingen heb je dan een daadkrachtig bestuur nodig en een dirigent die de kar blijven trekken.’

Nieuw muziekexamensysteem

Mede als gevolg van het verdwijnen van veel muziekscholen heeft Kunstbalie _ in samenwerking met onder meer de Brabantse Bond van Muziekverenigingen, lokale overheden, verenigingen en docenten _ een nieuw muziekexamensysteem opgezet in Noord-Brabant. Landelijke erkende muziekexamens kunnen nu behaald worden op verschillende locaties in een regio. PrivŽ-muziekscholen en -docenten kunnen zo op een flexibele wijze examens afnemen. Frank de Jong van Kunstbalie: ‘Voor aspirant-leden van de kleinere regionale blaasorkesten betekent dit een extra stimulans om een opleiding door te zetten.’

Meer lef tonen

Wat niet helpt, is de gestage teloorgang van de muziekscholen. Plekken waar aspirant-leden van blaasorkesten traditiegetrouw hun opleiding krijgen. De Jong: ‘Veel muziekinstellingen vielen de afgelopen jaren om. In Brabant gingen we van 26 naar 17. En dat worden er nog minder. Een aantal grote muziekverenigingen _ zoals harmonie Oefening en Uitspanning uit Beek en Donk _ houden de opleiding in eigen hand. Maar de kleinere verenigingen beschikken vaak niet over een eigen opleiding en hebben het moeilijk.’

Volgens ervaren blaasorkestdirigent Alex Schillings moet de gangbare muzikale smaak binnen de blaasmuziek veranderen. ‘Cross-overs met pop en klassieke muziek moeten de orkesten een breder muzikaal smoel geven.’ Verenigingen moeten met meer lef gaan programmeren en een breder publiek gaan aanspreken, vindt Nico Vis. ‘Denk aan thematische concerten of samenwerking met bekende artiesten.’ Nodig gastdirigenten uit die gespecialiseerd zijn in een bepaald genre of een specifieke stijl, oppert Vis. Frank de Jong hoopt dat de blaasorkesten hun gesloten vesting meer en meer durven te verlaten. ‘Naast de vaste kern aan musici zou een orkest bijvoorbeeld ruimte kunnen bieden aan ad hoc musici die flexibel inzetbaar zijn.’

Cross-overs met pop en klassieke muziek moeten de orkesten een breder muzikaal smoel geven.

Terug naar traditionele waarden

Een andere optie is de keuze voor een heterogeen muziekgezelschap, stelt De Jong voor. ‘De muziekvereniging van de toekomst moet uitgroeien tot een grote paraplu met daaronder meerdere muzikale smaken en ook andere, heterogene ensembles. Denk bijvoorbeeld aan meer rockgeori‘nteerde groepen waarin gitaristen en keyboardspelers hun ei kwijt kunnen. Op die manier versterk je als vereniging je identiteit als dŽ belangrijkste muziekplek binnen een dorp of kleine gemeenschap.’

De grootste drijfkracht van muziekverenigingen en blaasorkesten is en blijft het aloude verenigingsgevoel. ‘In een tijd van individualisering blijft het cre‘ren van zo’n gemeenschapsgevoel de belangrijkste overlevingsstrategie voor ieder orkest’, meent KNMO-voorzitter Bart van Meijl. Volgens hem is er een tegenbeweging gaande waarbij we als mensen weer terugverlangen naar oude, traditionele waarden. ‘Kijk naar de onverwacht grote populariteit van een tv-programma als Heel Holland Bakt. Mensen willen weer in gezamenlijkheid ondernemen en beleven. Muziekverenigingen kunnen meevaren op zo’n trend. Daar putten we absoluut hoop uit.’

Dit artikel lees je ook in MEST magazine #13. Liever op papier lezen? Neem dan een abonnement!

Geen reacties

Geef een reactie