Op reis in het Brabantse land

De zomervakantie is al voorbij, maar wie nog niet genoeg heeft van het reizen komt komend weekend nog aan zijn trekken. Op 13 en 14 september is het namelijk Open Monumentendag, dat dit jaar in het teken staat van ‘op reis’. Behalve vele monumenten, die vaak gratis toegankelijk zijn, is er dit weekend ook mobiel erfgoed te bewonderen. Sabine reist terug in de tijd en selecteert alvast enkele pleisterplaatsen die je aan kunt doen.

Geschreven door Sabine Ticheloven

Reizen door Brabant was eeuwenlang niet iets dat je voor je plezier deed; het was oncomfortabel, afzien en ging erg langzaam.

Landwegen

Reizen door Brabant was eeuwenlang niet iets dat je voor je plezier deed; het was oncomfortabel, afzien en ging erg langzaam. Het wegennet bestond voornamelijk uit zandwegen die moeilijk begaanbaar waren. In de zomer was het zand rul en de rest van het jaar modderig. Boeren kwamen met hun paard en wagen vaak niet verder dan de naburige dorpen. Reizen met een postkoets of diligence was duur en enkel weggelegd voor de welgestelden.

Er waren twee wegen die wel verhard waren, zij maakten deel uit van de twee belangrijkste verbindingsroutes die Brabant rijk was. In West-Brabant liep die vanuit Antwerpen over Breda naar Amsterdam. Meer oostelijk lag de weg van Luik naar ‘s-Hertogenbosch en verder noordwaarts.

Pleisterplaatsen Landwegen

Waterwegen

Pas in de 19e eeuw kwamen verbeteringen in de infrastructuur op gang. Koning Willem I, ook wel ‘kanalen-koning’ en ‘koning-koopman’ genoemd, zag het economisch nut van goede vervoersverbindingen. Brabant was immers een belangrijke schakel in de verbinding tussen Noord- en Zuid-Nederland.

Onder zijn gezag werd tussen 1822 en 1826 het eerste kanaal in Brabant gegraven: de Zuid-Willemsvaart, van ‘s-Hertogenbosch via Helmond naar Maastricht (123 km.). Eigenlijk bedoeld voor vrachtvervoer, maar reizigers plukten er ook de vruchten van. In 1830 vertrok er vanuit ‘s-Hertogenbosch dagelijks een trekschuit – door paarden op de kade getrokken – met passagiers naar Maastricht en Veghel en twee keer per week naar Helmond. Met zo’n zes kilometer per uur ging het niet heel snel, maar het was in ieder geval niet zo hobbelig als over land.

Pleisterplaatsen Waterwegen

Spoorwegen

De belangrijkste ontwikkeling voor de ontsluiting van Brabant was de komst van de spoorwegen. Hoewel halverwege de negentiende eeuw vele zandwegen werden verhard, werd de wegenaanleg grotendeels gestaakt toen de trein haar intrede deed. Een verademing voor de reiziger! Het railvervoer was namelijk niet alleen sneller maar ook veel comfortabeler en goedkoper. 

Roosendaal had de primeur van eerste Brabantse treinstation, als enige stop op de lijn Antwerpen – Rotterdam.

Vanaf 1860 werd er een samenhangend spoorwegennet aangelegd. De eerste Brabantse lijn van de Staatsspoorwegen liep van Breda naar Tilburg, gevolgd door de lijn Boxtel-Eindhoven en Eindhoven-Venlo. In diverse steden werden grote monumentale treinstations gebouwd.

Waar de trein hoofdzakelijk belangrijke knooppunten met elkaar verbond, werd vanaf 1880 ook het platteland ontsloten door de aanleg van tramwegen en buurtspoorwegen. In de stad werd de stoomtram vaak geweerd en werd er gekozen voor de paardentram.

Pleisterplaatsen Spoorwegen:

Motorvoertuigen

Behalve fietsen verschenen er vanaf het begin van de twintigste eeuw langzaamaan ook de eerste auto’s en motorfietsen in het Brabantse straatbeeld. Autobussen verdrongen uiteindelijk in de jaren 30 de paarden- en stoomtrams.

Doordat de nieuwe vervoersmiddelen voor steeds meer mensen toegankelijk werden, nam ook de verkeersdrukte en het aantal verkeersslachtoffers toe. Brabant zou Brabant niet zijn als niet de hulp van een heilige werd ingeroepen. Christoffel, patroonheilige van de reiziger, werd aangewend bij de autozegeningen die vanaf 1927 plaatsvonden in Hoeven. 

Tijdens de zegening reden de auto’s over een voorplein langs de kerk en besprenkelde de pastoor de auto met wijwater terwijl hij een gebed uitsprak.

Het ritueel kreeg al snel navolging in andere Brabantse steden.

Brabants trots was natuurlijk DAF uit Eindhoven. In 1928 opgericht als constructiewerkplaats door de gebroeders Doorne. Later gingen ze ook aanhangwagen maken en verkopen onder de naam DAF (Doorne’s Aanhangwagen Fabriek). De personenauto’s die zij vanaf eind jaren 50 op de markt brachten waren speciaal gemaakt voor ‘de gewone man’. Die kon nu, samen met zijn gezin, op reis in zijn eigen auto!

Pleisterplaatsen Motorvoertuigen

Luchtvaart

Het eerste gemotoriseerde vliegtuig van Nederland steeg in 1909 op vanaf de heide bij Etten-Leur. Precies zes minuten duurde de vlucht. Een succesvol vervolg kwam er niet. Pas in de jaren 30, de crisisjaren, werden als werkgelegenheidsproject drie nieuwe vliegvelden aangelegd in Eindhoven, Hoogerheide (Woensdrecht) en Gilze-Rijen.

Pleisterplaatsen Luchtvaart

Genoeg te doen dus komend weekend! Behalve bovengenoemde pleisterplaatsen zijn er nog vele andere monumenten die speciaal worden opengesteld. Zoals de vele kerken en andere religieuze bouwwerken die zich prima lenen voor een spirituele reis. Het volledige programma lees je op de website van Open Monumentendag

Geen reacties

Geef een reactie