Pleidooi voor optimisme

‘Nooit verwacht dat ik ooit zo een softe titel zou hebben,’ begon Piet Menu zijn speech vorige week donderdag op de nieuwjaarsborrel van Kunstbalie en bkkc. Als artistiek directeur van Het Zuidelijk Toneel kreeg hij de opdracht om te vertellen over hoe kunst juist nu kan inspireren en mensen verder brengt. Die speech vonden we hartstikke goed passen op Mestmag.nl, daarom lees je hem hier terug.

Geschreven door Piet Menu

Geachte aanwezigen, geachte hoogwaardigheidsbekleders. Beste bkkc en Kunstbalie, allereerst natuurlijk een woord van dank dat ik hier een aantal woorden tot jullie mag richten.

Denken we even terug aan de woorden van het jaar in 2016: onze Engelstalige vrienden kozen Post-truth, Brexit en chatbot als meest belangrijke woorden. Duitsland viel voor Postfaktisch, Silvesternacht, Gruselclown. Nederland vond zich in treitervlogger, Pokemonterreur en Trumpisme. Het lieflijke Vlaanderen tot slot koos voor Samsonseks. Samsonseks. Ja, van Gert en Samson. Nee, perverselingen, je hoeft nergens je hand in te steken. Het is gewoon Samson en Gert opzetten voor de kinderen om dan als koppel even lieflijk te kunnen minnekozen.

Maar Samsonseks buiten beschouwing gelaten, levert het grammaticale jaar 2016 een beeld op van een nerveuze wereld waarin alternatieve waarheden en nieuwe technologie‘n onze normen en waarden in vragen stellen.

Vooraleer verder te gaan wil ik u een heel simpele vraag stellen: wordt de wereld in uw ogen beter of slechter? 

Ik vraag jullie straks de hand op te steken met vier categorie‘n als mogelijke antwoorden: beter, slechter, onveranderd (omdat de wereld altijd al een paradijs of de hel is) en tot slot, voor de bedachtzame mensen die nog half in winterslaap zijn de categorie: ik weet het niet.

Ik schipper zelf al lange tijd tussen optimisme en pessimisme en besloot mezelf het nieuwe jaar in te lezen met het boek Vooruitgang: 10 redenen om naar de toekomst uit te kijken. Geschreven door de rechts liberale Zweedse denker Johan Norberg.

Daarin stond de volgende grafiek: in de westerse wereld is het gemiddeld zo dat slechts 5 ˆ 8 % van de mensen vindt dat de wereld erop vooruit aan het gaan is. Ongeveer 70% zegt slechter en 20% ziet weinig verschil.

In dat boek somt hij argument na argument op hoe het objectief beter gaat met de wereld. Niet alleen hier maar in de hele wereld. Hadden wij bijvoorbeeld deze nieuwjaarsborrel in 1900 gehad dan stond ik hier hoogstwaarschijnlijk niet, dan was de gemiddelde levensverwachting 31 jaar en als ik de zaal in kijk dan stonden de meesten van jullie hier niet.

Armoede, ongeletterdheid, kinderarbeid, moord, oorlog, doodslag en genocide, noem maar op. Alles gaat drastisch omlaag. En daar waar er wel stijgende problemen zijn, denk maar aan het milieu of terrorisme zijn er oplossingen in de maak. Kortom: een leestip met zoveel positiviteit dat ik er misselijk van werd. Mijn hele hart en lijf kan niet om met zoveel goed nieuws. En ik dacht nochtans dat ik soms een optimist was.

Hadden wij bijvoorbeeld deze nieuwjaarsborrel in 1900 gehad dan stond ik hier hoogstwaarschijnlijk niet, dan was de gemiddelde levensverwachting 31 jaar en als ik de zaal in kijk dan stonden de meesten van jullie hier niet.

Maar me aansluiten bij de 70% pessimisten lijkt ook geen oplossing. Ik herken hoe de media en de mens in het algemeen een voorliefde hebben voor het spectaculaire en het uitzonderlijke en helaas voor ons zijn dat vaak de meest treurige dingen als lawines, vliegtuigongelukken, Trump,É.

Dat weten we allemaal en toch laten we ons in onze honger naar kennis, structuren en wetmatigheden telkens weer leiden door een eenzijdig filterend geheugen dat bijvoorbeeld bij het woord ebola alweer een doemscenario en dito gevoelens uit de hersenkast trekt. Voor de duidelijkheid: Ebola: 8500 doden in totaal, best veel en verschrikkelijk maar niet iets om heel Nederland ook in rep en roer te zetten.

Daarom dit eerste pleidooi voor 2017: laten we ons geheugen wantrouwen op mondiaal vlak. Het is niet de schuld van de media, zij stillen ook maar onze honger naar wat passief toegediende adrenaline. Wantrouw dat geheugen en schurk wat vaker aan bij die 6% positivo’s. En trek in ŽŽn beweging ook nog wat pessimisten mee in dat lauw-warme bad dat we vanaf uitroepen tot de toekomst.

Pleidooi twee

Stel je twee kleurenblinden voor in discussie of mijn pak nu groen of rood is. Zij gaan elkaar niet overtuigen door steeds harder rood-groen tegen elkaar te roepen. Daar is strategie voor nodig. Kunst gebruikt ook strategie‘n om gelijk- en andersgestemden mee te nemen in een gemeenschappelijk verhaal.

Ik ben opgegroeid in een land wat aan elkaar hangt van de nostalgie en waarbij het verleden een uitstekende strategie blijkt voor succes. Romans, liedjes, TV-series waarin de opgroeiende jeugd bezongen wordt, draaien steevast uit tot een hit voor alle leeftijden. Vlamingen hebben een voorkeur voor corpulente politici die op zondag met blote bilnaad hun tuin omspitten omdat ze ons doen denken aan de zondagmiddagen van vroeger met kroketten en gebraad bij ons bomma.

Nostalgie wordt ingezet als strategie om de optimisten en pessimisten in onze samenleving mee te nemen in een breder verhaal van begrip en vertrouwen. Nostalgie als bindmiddel om te laten zien dat het verschil tussen de kunstenaar en niet-kunstenaar, amateur en professional, tussen globalist en traditionalist, academicus en arbeider toch niet zo groot is. We zijn allemaal mensen, we delen dingen, we verschillen en gaan later andere wegen uit maar dat is geen probleem want we delen een verleden. Op diezelfde nostalgie drijven die nationalistische en populistische partijen die ons nu zo angstig maken. Ze maken dankbaar gebruik van die gevoelens om te refereren naar een tijd toen alles zoveel mooier was.

Ik wil jullie kunstenaars, beleidsmakers, collega’s, burgers oproepen om de nostalgie niet af te laten pakken door Wilderiaanse types. Wij noch zij kunnen noch de toekomst noch het verleden claimen. We hebben gedeelde herinneringen nodig om een toekomstbestendig, globaal verhaal te maken. En hoe jonger de mens, hoe diverser gekleurd dat gedeelde verleden. Dat stemt me hoopvol voor de toekomst.

Ik wil jullie kunstenaars, beleidsmakers, collega’s, burgers oproepen om de nostalgie niet af te laten pakken door Wilderiaanse types. Wij noch zij kunnen noch de toekomst noch het verleden claimen.

Ik wil hiermee helemaal niet de indruk wekken dat alle kunst moet drijven in een nostalgisch soepje. Een goede gemikte dystopie in de onderbuik schudt wakker en werkt ook helend. Ik heb het niet over nostalgie als enige inhoud maar over nostalgie als aanvullende strategie om gemeenschaps- en identiteitsvormend te werken. Goed gedoseerd en afgewisseld met tal van andere kunstuitingen en strategie‘n.

Ik heb het over een strategie om meer mensen te bereiken met wat wij belangrijk vinden. Ik ben er echt van overtuigd dat we meer moeten graven in onze kindertijd op zoek naar onze capaciteiten om mensen aan onze verhalen te binden. Terug naar die leeftijd waarop we allen nog op de speelplaats stonden en ligakoeken, snelle jelles of kapitein koek, aan het uitdelen waren in ruil voor eeuwige vriendschap.

Zo kom ik bij mijn tweede pleidooi: koester je geheugen op dat kinderlijk niveau want daarin besloten zitten de strategie‘n waarmee we de pessimisten over de streep kunnen trekken om mee te bouwen aan die toekomst.

Maar waar moeten we met ons optimisme en onze kinderlijke strategie‘n dan landen?

Ik krijg een beetje jeuk van die mensen die eerst Richard Florida achternaholden en dan nu Benjamin Barber met zijn if mayors ruled the world-boek. Niet omdat de schrijvers zelf ongelijk hebben maar omdat de volgers die eigen interpretaties inzetten voor eigen gelijk, meestal in de onvergelijkbare context. Barber heeft het over verstedelijkte gebieden met miljoenen inwoners. Niet over kleine steden als Amsterdam, Brussel of Rotterdam die als op landelijk niveau als afgesloten dorpen fungeren.

Ik heb de afgelopen 16 jaar in Amsterdam en Maastricht gewoond. Ik wil die steden nu niet bashen maar ik geloof niet dat de oplossing voor de toekomst vanuit die gebieden zal komen. In Amsterdam zijn er waarschijnlijk veel meer optimisten dan elders maar te weinig ontmoetingen met andersgestemden.

Kortom: je hebt een verstedelijkte regio nodig met voldoende zelfdunk en eigenwaarde om de dingen te willen aanpakken. Je hebt de aanwezigheid van dorpen, steden nodig liefst in combinatie met een streepje aangrenzend buitenland, bijvoorbeeld Belgi‘. Je hebt een sociale mix nodig van alle lagen van de bevolking. Je hebt een goed evenwicht nodig tussen samenhorigheid en verschil met de potentie tot ontmoetingen met andersdenkenden, de potentie tot confrontatie met een buitenwereld.

Verrassing, verrassing. Ik dacht aan Brabant en ik dacht aan jullie.

Toen ik op DWDD die ene persoon bij het asielzoekerscentrum, met een steen of blikje in haar hand hoorde zeggen: die mensen zijn hier niet welkom omdat ze niet kunnen omgaan met onze Brabantse gastvrijheid, wist ik. Hier zou het kunnen lukken. En dat meen ik.

Ik dacht aan jullie. Wij wonen of werken met zijn allen naast Brabantse buren, samen met collega’s, winkelen bij vaste plekken en hebben familieleden die hoogstwaarschijnlijk niet allemaal tot die 6 procent mensen behoren die vinden dat het beter gaat met de wereld. Pleidooi 3 is dus: laten we Brabant tot actiegebied uitroepen waar het zou kunnen gebeuren.

Laten we Brabant tot actiegebied uitroepen waar het zou kunnen gebeuren.

Dus hierbij nog eens samenvattend mijn strijdplan. 

Stap 1: We worden met zijn allen beroepsmatig wat optimistischer over onze toekomst door ons geheugen te wantrouwen en te kijken naar feiten. Niet totaal optimistisch want dat is te geitenwollensokkerig. We hebben af en toe een dosis pessimisme en verontwaardiging nodig als brandstof.

Stap 2: we duikelen terug in onze herinneringen en we denken na hoe we vroeger in al onze onbevangenheid op de speelplaats vriendjes en vriendinnetjes meelokten om samen te spelen. Dit klinkt heel na•ef dat weet ik, maar ik bedoel hiermee ook dat er misschien meer waarheid in onszelf, in ons verleden zit dan in al die voorgekauwde marketingconcepten en strategie‘n.

Stap 3: We gebruiken die strategie‘n en gevoelens om hier in Brabant kinderlijk optimistisch de andersdenkende aan te spreken. Met gesprek, met kunst, met onszelf.

Laten we vanavond ook al de daad bij het woord voegen.

Willen degene die denken dat het steeds beter gaat met de wereld nog eenmaal hun hand op steken. Beste anderen, kijk naar hen. Ga naar ze toe voor een wezenlijk gesprek over u en de toekomst.

Ik wens jullie allen, optimisten, pessimisten en twijfelaars, een goed 2017 en zie jullie graag bij een van onze projecten.

Geen reacties

Geef een reactie