SLEM: schoenenrevolutie in Waalwijk

Studenten uit China, India en Amerika komen naar SLEM in Waalwijk, misschien wel de enige plek ter wereld waar je leert hoe je waanzinnig spannende schoenen ontwerpt Žn in de markt zet. Met een sterke focus op duurzaamheid en nieuwe technieken. SLEM wil voor een revolutie in de schoenenbranche zorgen. Volgens directeur Nicoline van Enter dragen we straks schoenen uit een 3D-bioprinter.

Geschreven door Anneke van Wolfswinkel, illustraties door Marjolein Schalk

Wie door de glazen poort het gebouw van SLEM binnengaat, betreedt een lichtblauwe wereld. De vloeren, muren en plafonds van het voormalig stadhuis van Waalwijk, en zelfs de fietsen die de medewerkers en studenten gebruiken; alles is gedrenkt in die vreemde, futuristische kleur. ‘Dit is de kleur die bij het leerlooien ontstaat door het gebruik van chroomzout’, legt directeur Nicoline van Enter uit. ‘Een controversi‘le kleur, want chroomzout is giftig. Het is in Europa allang verboden, maar het wordt in Azi‘ nog gewoon gebruikt. Het is ook mooi, natuurlijk, maar ik heb het pand vooral zo laten schilderen om ons er voortdurend aan te herinneren dat het roer om moet.’

Sociale misstanden

Alles draait om vernieuwing bij SLEM, dat sinds 2013 studenten van over de hele wereld opleidt in footwear design. Tijdens de laatste Dutch Design Week in Eindhoven presenteerde SLEM een serie spectaculaire schoenen uit de 3D-printer. Ontwerpers als Charles Bergmans (zie ook pag XXX), Chris van den Elzen en Pauline van Dongen ontwierpen, op uitnodiging van SLEM, geprinte schoenen van zacht plastic, die ook echt draagbaar zijn. Minister Jet Bussemaker droeg de creatie van Pauline van Dongen op Prinsjesdag, als onderdeel van haar volledig 3D-geprinte outfit.

Ook op deze doordeweekse herfstdag staat bij SLEM in een hoekje een 3D-printer, op een vintage houten tafeltje, zacht zoemend een dikke zwarte schoenzool te printen. Voor SLEM is de gehypte techniek veel meer dan een geinig nieuw speeltje. Het is een stap op weg naar een totaal nieuwe manier van schoenen maken.

‘De milieuschade Žn de sociale misstanden bij het maken van schoenen zijn groot’, legt Van Enter uit. ‘De verhalen die we kennen van gammele, overvolle kledingfabrieken in Azi‘ gaan ook op voor schoenfabrieken. Leerlooien is een proces dat het milieu zwaar belast, schoenen zijn niet of nauwelijks duurzaam of recyclebaar, en de mensen in die fabrieken werken onder miserabele omstandigheden. Robotisering en automatisering zouden die problemen voor een deel kunnen oplossen, maar er zijn veel ingrijpender veranderingen nodig.’

Kleinschalige productie 

Nicoline van Enter, een internationaal vermaarde autoriteit op het gebied van schoeninnovatie, richt haar blik op de toekomst, maar put daarbij nadrukkelijk uit het verleden. SLEM _ een afkorting van Shoe, Leather, Education en Museum _ is pas compleet als ook die M erbij getrokken is. In de loop van 2016 verhuist het Nederlands Leder en Schoenen Museum, dat nu nog op een industrieterrein staat, ook naar het voormalig stadhuis in het Waalwijkse centrum. Volgens Van Enter schuilt in de museumcollectie een schat aan kennis over de rijke geschiedenis van de schoenenindustrie in deze regio. Die kennis wil ze opnieuw gaan toepassen. ‘Schoenen van vr de industri‘le revolutie hebben vaak een betere en vooral milieuvriendelijkere constructie dan nu. Er werd bijvoorbeeld geen lijm gebruikt, alles werd gestikt. Het was kleinschalige productie, met grondstoffen uit de directe omgeving. Precies waar we weer naar toe moeten – maar dan op een manier die bij deze tijd past.’ 

En daar komen de nieuwe technologie‘n om de hoek kijken. Met slimme software, robots en 3D-printers kunnen technieken die met de hand of met de huidige machines nauwelijks meer uitvoerbaar zijn, toch weer worden toegepast. Als het aan Nicoline van Enter ligt, wordt Waalwijk weer hŽt schoen- en leercentrum van Nederland. Waar ontwerpers live schoenen maken. Maatwerk, geproduceerd met regionale grondstoffen en cutting edge technologie. ‘Stel je voor: ’s ochtends loop je de werkplaats binnen en laat je je voet scannen. En aan het eind van de dag kun je een customized paar schoenen komen ophalen. Dat is toch fantastisch?’

Internationaal een begrip

SLEM verwelkomt dit jaar tien nieuwe masterstudenten. Ze komen van over de hele wereld naar Waalwijk: Chinezen, Australi‘rs, Amerikanen, Italianen. Negen maanden lang werken ze aan een intensief, op de persoon toegesneden traject, met als uiteindelijk doel een eigen onderneming. Het zijn lang niet allemaal schoenontwerpers, en piepjonge studenten zijn het ook niet, iedereen heeft al ruime ervaring in zijn eigen vakgebied.

Je kunt het zo gek niet bedenken of SLEM-studenten maken het: schoenen met lichtjes erin die je stemming weergeven, bergwandelschoenen met ingebouwde gps die de hulpdiensten waarschuwen als je verdacht lang niet beweegt. Een schoen die je zelf af moet maken met een lap leer of stof, Žn die je zelf kunt herstellen als dat nodig is. Een sneaker waarvan je de zool kunt stapelen: overdag heb je bescheiden schoenen aan op je werk, ’s avonds klik je er een paar knalgele zolen onder en ga je lekker fashionable naar de club. Of schoenen speciaal gemaakt voor demonstranten – met afneembaar traangasmasker en een versterkte wreef, voor als de ME uitrukt.

‘Waalwijk’ is in een paar jaar tijd internationaal een begrip geworden, waar mensen die iets baanbrekends in de schoenenwereld willen doen, graag een paar oceanen voor oversteken. Van Enter: ‘Als je iets doet dat niemand anders in de wereld doet, komen de mensen vanzelf naar je toe. Ook al ben je maar een klein plaatsje.’ Ze noemt als voorbeeld hŽt wereldwijde innovatiecentrum voor 3D-printen. Dat zit niet in Silicon Valley, Tokio of Helsinki, maar in Chattanooga, een kleine stad in de Amerikaanse staat Tennessee. ‘Misschien kun je stellen dat juist in de periferie vaak de meest interessante innovaties plaatsvinden.’

Nadruk op duurzaamheid

Liza Snook, schoenenkenner en -verzamelaar en oprichter van het Virtual Shoe Museum, volgt SLEM met belangstelling. ‘Nederlandse schoenontwerpers staan al jaren wereldwijd bekend om hun innovatieve instelling’, zegt ze. ‘SLEM overbrugt de kloof tussen designopleidingen en de schoenenbranche. Ik zie genoeg mensen die met waanzinnig mooie ontwerpen afstuderen maar die daarna zoeken hoe ze dit moeten vertalen naar de praktijk.’

Bij SLEM gaat het niet alleen om het ontwerp, maar ook om trendwatching en een goed businessplan, geeft Snook aan. SLEM onderscheidt zich volgens haar ook door de nadruk op duurzaamheid. ‘Daar is Van Enter echt een voorloper in. Ik denk zeker dat studenten van SLEM die manier van denken meenemen. Of het nou in hun eigen bedrijf is of bij de grotere schoenmerken waar ze na hun opleiding gaan werken.’

Een plastic schoen uit de 3D-printer oogt al behoorlijk futuristisch, maar er is nog een ontwikkeling die Van Enter op de voet volgt: bioprinting. ‘Er komt een totaal nieuwe manier van maken aan, en dus een nieuwe manier van ontwerpen. Bioprinting wordt nu al ontwikkeld voor toepassingen op medisch gebied, voor het kweken van organen en huid. D‡‡r gaan we naartoe, ook in de architectuur, ook in de schoenenproductie. From building to growing, daar ben ik honderd procent van overtuigd. Er komen totaal nieuwe materialen aan, die zichzelf in elkaar kunnen zetten, en die ook weer afsterven als ze niet meer nodig zijn. Dat proces van groei en verval, dat zo dicht bij de natuur staat, is eigenlijk het meest primitieve maakproces dat er is. Het was er al vr het ambacht, en zelfs vr de mens. We staan aan de vooravond van een revolutie.’

Dit artikel is afkomstig uit de papieren MEST magazine #14. Lees de preview, bestel een proefexemplaar of neem een abonnement!

Geen reacties

Geef een reactie