Co-creatie: win-win voor basisscholen én musea

Co-creatie, een attitude waarbij culturele instellingen actief samenwerken met hun doelgroep en participatie centraal stellen, wint steeds meer aan terrein. Een specifiek voorbeeld hiervan, zijn co-creatieprojecten ter bevordering van cultuureducatie. Wat gebeurt er als musea (basis)scholen meer betrekken bij hun programma? Een sterkere positionering voor het museum, zo blijkt, en kinderen die geprikkeld worden in hun ontwikkeling. Een win-win, dus. 

– Geschreven door Grete Simkuté

Het is mooi als de dromen en ambities van culturele organisaties overeenkomen met de buitenwereld. Daar waar de wereld van de instelling en de wereld van de bezoeker samenkomen, zit het raakvlak, de relevantie. En het is juist op dit punt dat co-creatie van bijzondere meerwaarde kan zijn. Esther Leenders, adviseur kunsteducatie bij Kunstloc Brabant, merkt dat met name de grotere musea de laatste jaren een omslag maken in hun houding, specifiek ook naar de jongere doelgroepen toe. In plaats van enkel inside-out te werken, leggen musea zoals bijvoorbeeld De Pont, het Van Abbemuseum en het Design Museum het accent (ook) juist op het outside-in principe, waarbij de wensen en behoeften van de doelgroep centraal komen te staan. Leenders: “In plaats van eenzijdige kennisoverdracht tijdens een museumles, merk je dat veel musea benieuwd zijn naar de betekenis die een leerling zélf haalt uit een kunstwerk. Er is echt de wens tot een dialoog: ‘wat zie je hier en wat doet dit met je?’ in plaats van ‘dit is de interpretatie die wij als museum willen meegeven aan jou’.”

Hoe kunnen we samen iets creëren dat een toegevoegde waarde heeft voor kinderen?

Weg van aanbodgerichte werkwijze

Als gevolg hiervan, zijn musea meer en meer geïnteresseerd in samenwerkingen met scholen. “In plaats van de eenzijdige, aanbodgerichte manier van werken – wij als cultuureducatoren bieden jullie, scholen, een oplossing -, wordt er veel meer een contact gelegd op basis van gelijkwaardigheid. Hoe kunnen we samen iets creëren dat een toegevoegde waarde heeft voor kinderen?”, zegt Leenders. Ze voegt toe dat dit uiteraard meer vraagt van beide partijen: musea investeren tijd om meer interactie te hebben met scholen en moeten afstappen van het ‘expert’-imago, terwijl van scholen gevraagd wordt om hun verantwoordelijkheid te nemen voor het cultuuronderwijs dat ze aanbieden. “Scholen moeten zich plots vragen stellen als ‘Wat is onze visie wanneer het aankomt op cultuureducatie? Wat voor een programma kiezen we? Waarom? En met wie werken we daarvoor samen? Het is een heel andere houding dan een website openen en een gesubsidieerd project kiezen zonder dat het ergens in is ingebed”, aldus Leenders.

Gapende gezichten

Maar, zo benadrukt ze: de tijd, moeite en mentaliteitsverandering die co-creatieprojecten veelal met zich meebrengen werpen absoluut hun vruchten af. “Wanneer kinderen en jongeren betrokken worden bij tentoonstellingen, bijvoorbeeld in de vorm van op maat gemaakte workshops, reageren ze veel actiever. Stel je de gapende, slapende gezichten voor je tijdens een rondleiding van een uur en je weet wat ik bedoel…”, aldus Leenders. “Andersom is het natuurlijk geweldig voor musea dat hun tentoonstellingen langer bezocht worden, er positief op wordt gereageerd en ze echt doel raken. Aan betrokken, jonge bezoekers hebben veel musea in Nederland wel baat.” Leenders is betrokken bij De Cultuur Loper, een uitvloeisel van een groot landelijk subsidieprogramma, waarmee aan scholen een traject wordt aangeboden om de kwaliteit van hun cultuuronderwijs te verbeteren. Hierbij gaan visie en de praktijk hand-in-hand: scholen die bijvoorbeeld onderzoekend leren willen implementeren, worden door partijen als een trainer of cultuuraanbieder ondersteund in de ontwikkeling van een project.

Ron Magielse
Ron Magielse

Fotografie als focus

Ook musea die ‘het anders willen doen’, krijgen evengoed steun vanuit De Cultuur Loper. Zo ook het Speelgoedmuseum in Oosterhout, dat twee jaar geleden besloot een project op te zetten voor groep 3, 4 en 5 van de basisschool. Franske van Bekhoven, hoofd educatie bij het museum: “Er stond al een tentoonstelling op het programma genaamd ‘Van toverlantaarn tot mobieltje’, waarin objecten uit de collectie van de Oosterhoutse fotograaf Harry van Aperloo ten toon zouden worden gesteld, met de ontwikkeling van de fotografie als focus. Via De Cultuur Loper zijn we gaan samenwerken met verschillende partijen, om te kijken hoe we deze tentoonstelling relevant konden maken voor kinderen. Uiteindelijk duurden de voorbereidingen driekwart jaar, maar het resultaat was voortreffelijk.”

Projectie, licht en schaduw

Deze partijen waren onder meer drie basisscholen uit Oosterhout en de stichting Toeval Gezocht. Deze stichting, opgericht door pedagoog Annemieke Huisingh, werkt regelmatig samen met musea om programma’s te ontwikkelen waarin kinderen zelf kunnen experimenteren en ontwikkelen.” Huisingh: “Voor het Speelgoedmuseum, dat immers over spelen gaat, was het logisch om een andere manier van tentoonstellen te onderzoeken, waarin spelend leren centraal staat.” Ze haalde onder andere een natuurkundige aan boord, wiens expertise gebruikt werd om een ateliergedeelte te ontwikkelen waar kinderen aan de slag konden rond fotografie-gerelateerde concepten als projectie, reflectie, licht en schaduw. Ook konden kinderen (met begeleiding) zelf een foto ontwikkelen in een donkere kamer en glaasjes beschilderen voor gebruik in de toverlantaarn.

Wanneer kinderen en jongeren betrokken worden bij tentoonstellingen, bijvoorbeeld in de vorm van op maat gemaakte workshops, reageren ze veel actiever.

Terug met de ouders

Eén van de scholen die de tentoonstelling bezocht en betrokken was bij de opzet ervan, was de Montessorischool Oosterhout, waar Madeleine Wassink leerkracht is. “Op onze school hadden wij een kleinschalig atelier ingericht, waar kinderen konden ervaren hoe het is om zelf met licht te spelen. Na drie maanden experimenteren, namen we ze mee naar de tentoonstelling. Hier herkenden ze natuurlijk al wel het een en ander, maar er trad verdieping in het spel op. Zo begonnen enkele kinderen uit zichzelf aan een décor voor een film te bouwen. Eenmaal terug op school wilden ze ermee verdergaan en schreven een toneelstuk. Het is ongelooflijk wat er ontstaat als je kinderen de ruimte geeft.” Al met al was dit project niet enkel voor de Montessorischool een groot succes, ook het Speelgoedmuseum kijkt er zeer positief op terug. Van Bekhoven: “Kinderen bleven lang geboeid door het atelier en wilden vaak niet weg! Ook kwamen ze vaak later nog een keer terug met hun ouders. Co-creatie was als benadering voor ons dus heel succesvol. En daarnaast was het ook interessant om als museum met heel andere partijen samen te werken dan we voorheen hadden gedaan. Wij willen vanaf nu minimaal eens per jaar een project opzetten waar nóg meer scholen bij betrokken worden. Co-creatie zou echt gemeengoed moeten worden. Wij zijn in ieder geval om.” (lacht)

De Cultuur Loper is ontwikkeld door Kunstloc en Erfgoed Brabant. Wil je als culturele instelling of school ook een co-creatie starten? Vraag een adviesgesprek aan via info@decultuurloper.nl

Share on Facebook35Share on LinkedIn0Tweet about this on Twitter
Tags:
Geen reacties

Geef een reactie