Daar moet je wat mee doen

Lucas de Waard heeft afgelopen donderdag, op de Werkconferentie Amateurkunst die Kunstloc organiseerde, zijn tekst ‘daar moet je wat mee doen’ voorgedragen. Lucas schreef onder andere voor Bos theaterproducties, BNNVARA, Matzer theaterproducties en het Zuidelijk Toneel. Deze tekstvoordracht is in 2016 al eens eerder verschenen als artikel op Mestmag.nl, Lucas heeft hem onlangs in een nieuw jasje gestoken. Een mooi moment om de vernieuwde versie te publiceren.

Wie “amateurkunst” zegt, roept bij veel mensen associaties op met te lange voorstellingen zonder pauze, gezien vanaf een wiebelig, plastic kuipstoeltje. Met acteurs die hun tekst vergeten. En dan zeggen: ‘Ik ben mijn tekst vergeten’. Of met goed bedoelde keramiekwerkjes, Instagram-fotografie, schilderijen zonder perspectief en coverbands die The Final Countdown spelen. Lelijke dingen waar wij dan naar moeten komen kijken.

– Geschreven door Lucas de Waard

Ik zat zelf lange tijd in een bandje. We heetten Mores, en we bestonden uit vijf dertigers die pleurisherrie maakten. Met die pleurisherrie traden we op in kroegen en op bandwedstrijden. Die wedstrijden wonnen we nooit, omdat we te oud waren. Niemand geeft een stimuleringsprijs aan dertigers, en terecht. Ik kan me een avond in een Utrechts popzaaltje herinneren, waarbij er minder publiek was dan er bandleden op het podium stonden. Van de vier man die was komen opdagen wisten we er twee halverwege de set naar buiten te spelen.

Ik ben me bewust van het treurige beeld dat ik daarmee oproep. Maar, zoals de Engelsen dat zo mooi zeggen, bare with me. We zijn er nog niet.

Wat is een amateur? Het woord heeft een licht negatieve connotatie. In feite betekent het niet veel meer dan: iemand die een zekere vaardigheid uitoefent zonder daar geld voor te krijgen. Laat het maar aan ons Nederlanders over om de nadruk te leggen op het ‘zonder daar geld voor te krijgen’-gedeelte. En op wat dat zegt over de kwaliteit. In Frankrijk noemen ze het “liefhebber”. Dat is natuurlijk een veel beter woord. Maar goed, Fransen hebben weer andere hinderlijke eigenschappen. Zoals Frans praten.

Hoe dan ook: in de ogen van veel mensen is de amateurkunstenaar iemand met minder talent dan zijn professionele medebeoefenaars. Anders zou hij of zij er wel geld voor krijgen. De vraag is of dat terecht is.

Want wat ook een mogelijkheid is, en daar hoor je zelden iemand over: het is iemand die geen zin heeft om er geld voor te krijgen. Iets dat maar weinig mensen zich kunnen voorstellen.

Werkconferentie Amateurkunst | Foto door Imara Angulo Vidal

Werkconferentie Amateurkunst | Foto door Imara Angulo Vidal

Mijn buurman is kok. Jarenlang zeiden mensen dat hij EIGENLIJK kunstenaar is, want in 2002 studeerde hij af aan de kunstacademie. Maar hij heeft al jaren geen kwast aangeraakt. Hij kookt en in zijn vrije tijd maakt hij een computerspel. Niemand weet of dat ooit af gaat komen, en het interesseert hem ook niet. Hij vindt het leuk om zichzelf iets te leren. Als amateur dus.

Het ding is: Cas – want zo heet mijn buurman – verkocht best wat schilderijen. Hij kreeg een stipendium en exposeerde met succes. Maar hij vond er geen reet aan. Hij moest allemaal dingen doen die hij helemaal niet leuk vond, zoals netwerken, en doeken verkopen waar hij zich inmiddels aan gehecht had. Door het stipendium voelde hij druk, want omdat hij geld had gekregen werd er ineens iets van hem verwacht.

Dat is hoe het werkt met professionele kunst. Als er voor wordt betaald, wordt het ook geacht van waarde te zijn voor een publiek. Dat is niet zo heel gek, maar wat mij fascineert is het uitgangspunt dat die professionalisering van je talent iets is dat je per se zou moeten willen. Ben je een goede zanger, kun je mooi tekenen of speel je bij elke schoolvoorstelling je tegenspelers naar huis, dan is het wachten op de gevleugelde woorden “daar moet je wat mee doen”. Het idee dat talent niet verspild mag worden. Mijn buurman zei daarover: ‘Dat is eigenlijk heel raar. Jij doet iets, je maakt iets, zegt: “Kijk, ik heb iets gemaakt.” En dan is de reactie: “Daar moet je wat mee doen”. Ja zeg, dat heb ik net gedaan!

Iets mag niet gewoon volbracht zijn. Je móet er blijkbaar meer mee willen bereiken.

Werkconferentie Amateurkunst | Foto door Imara Angulo Vidal

Werkconferentie Amateurkunst | Foto door Imara Angulo Vidal

De wijze pleegvader van Spider-man zei ooit: With great power comes great responsibility. Het is een gezegde dat veel Nederlanders zal aanspreken. Als je iets goed kunt heb je de verantwoordelijkheid ambitie te tonen. Maar waarom eigenlijk? Wie kunst maakt op professionele basis krijgt met veel meer te maken dan de kunst alleen. Ondernemerschap, onzekerheid, en niet te vergeten “het wereldje”.

Ikzelf heb als schrijver ook te maken met een “wereldje”. Dat is een soort mini-universum waarin kwesties als borrels, recensies, premières, dernières en wie er met wie slaapt van onmetelijk belang worden. Omdat het verschil tussen wel of geen werk hebben, wel of niet gezien worden en wel of geen werk van belang maken in de details zit. Het is een wereld vol met mensen die in de regel een goed hart hebben, maar die allemaal een beetje met hun ellebogen moeten werken willen ze het hoofd boven water houden. Want er is weinig geld en weinig publiek. En weet u, dat is het allemaal waard, als dat geld en dat podium en vooral dat publiek heel belangrijk voor je zijn.

Mijn buurman Cas hoefde niet per sé een publiek. Hij had geen behoefte in te haken op wat voor stroming dan ook. Het was het maken zelf, en het beter worden, dat hem genoegen schonk. Het geld dat men hem voor zijn schilderijen wilde betalen was in feite een bonus. Het hoefde niet veel te zijn, het hoefde niet meer te worden. Hij moest er vooral plezier in hebben. En alle randvoorwaarden van het professioneel kunstenaar zijn ontnamen hem zijn plezier.

Schilderen doet hij dus niet meer. Hij heeft, met het maken van een game, iets nieuws gevonden. Daarin kan hij beeldend bezig zijn, zoals vroeger, maar ook met tekst en muziek, zijn andere passies. En zijn baan als kok maakt dat allemaal mogelijk.

Of de game ooit door anderen gespeeld gaat worden is van ondergeschikt belang. Het ontbreken van een verwachtingspatroon vindt hij aangenaam. Hij wil beter worden en dat doet hij voor zichzelf.

Terug naar mijn bandje, Mores. Bandjes houden altijd een keer op met bestaan. Bij ons was dat precies toen twee van de vijf leden zeiden: Wij zouden best wel eens door kunnen breken.

Voor mij persoonlijk hield het daar en toen op. Om twee redenen. Ten eerste gingen wij absoluut niet doorbreken. Als er ergens nog een opname terug te luisteren zou zijn, zou u kunnen horen waarom. En ten tweede: dat was ook precies wat ik níet wilde: doorbreken. En ernaar streven leek me al helemáál een slecht idee. Ik wilde gewoon een half uur voor aanvang ergens komen opdagen, mijn bekkens op een gammel backlinedrumstel schroeven, zien dat er vijftien man in de zaal stonden en daarna net iets te aangeschoten aan onze set beginnen. Ik wilde amateur zijn. Eén kunstenaarswereldje leek mij méér dan genoeg.

41% van de Nederlandse bevolking van zes jaar en ouder doet aan kunstzinnige of creatieve vrijetijdsbesteding. Het zijn hobbyisten, amateurs, het zijn liefhebbers. Ze bedrijven kunst omdat het ze gelukkig maakt. Omdat ze zich erin kunnen uiten, omdat ze zich ontwikkelen en daar voldoening uit putten, of gewoon omdat het iets totaal anders is als waar ze de rest van de dag mee bezig zijn. Ze zijn, in de eerste plaats, kunstenaar voor zichzelf. “Daar moet je wat mee doen”; die zin suggereert dat wat je ook doet, er altijd meer uit te halen is. Maar soms hoeft dat niet. Soms is de drempel te hoog, zijn de randvoorwaarden ongunstig, of de opoffering te groot. En soms is waar je mee bezig bent simpelweg voldoende, omdat het je al brengt wat je zoekt.

Share on Facebook0Share on LinkedIn0Tweet about this on Twitter
Geen reacties

Geef een reactie