De schoonheid van treinstations

Foto door: Rhiannon Coolen 

Ik ben een fervente treinreiziger. Gemiddeld vijf dagen per week maak ik een treinreis, bevind ik mij op stations en loop door een spoorzone. En zelfs in mijn vakanties reis ik graag per trein. Het is voor mij een perfecte manier om mij van A naar B te verplaatsen, van het landschap genietend, lezend, koffiedrinkend of bijpraten met collega’s. Ik vond het daarom extra bijzonder om eind mei aanwezig te zijn bij een symposium over kunst op de Nederlandse stations georganiseerd door Bureau Spoorbouwmeester. Het symposium was ter gelegenheid van de presentatie van het boek en de website over kunst op stations, een inventarisatie waar lang aan was gewerkt.

– Geschreven door Liesbeth Jans

Non-plaatsen

Het symposium ging ook over het belang van kunst in onze openbare ruimte. Daarbij werd de theorie van Marc Augé aangehaald. Augé, een Franse antropoloog, is met name bekend om zijn studie Non-lieux: introduction à une anthropologie de la surmodernité, waarin hij omgevingen zoals stations, vliegvelden en hotels omschrijft als ‘non-plaatsen’. Deze plekken zien er overal ter wereld hetzelfde uit en iedereen is er slechts tijdelijk. De toename van non-plaatsen, een onvermijdelijk gevolg van wat Augé de ‘supermoderniteit’ noemt, heeft volgens hem vergaande gevolgen voor onze samenleving, omdat non-plaatsen veel menselijke interactie overbodig maken en daardoor een nieuwe vorm van eenzaamheid veroorzaken. Maar, was de conclusie tijdens het symposium, juist kunstenaars kunnen een kwaliteit aan de omgeving toevoegen waardoor die een eigen identiteit krijgt, kunnen een ziel aanbrengen in de ruimte waardoor die herkenbaar wordt en weer een menselijke maat krijgt.

Kunst in openbare ruimte

Ik kan natuurlijk niet anders dan die conclusie onderschrijven, sterker nog hij is mij op het lijf geschreven. Dit is waar wij bij Kunstloc al jarenlang voor pleiten: schakel kunstenaars in bij het inrichten van onze publieke ruimte! Laat ze vanaf het begin meedenken en creëer fysieke en financiële ruimte voor kunst. En maak van non-plaatsen plaatsen die herkenbaar zijn en aangenaam om te verblijven. In het boek en op de website van Bureau Spoorbouwmeester staan meer dan 300 mooie voorbeelden van kunstwerken in de openbare ruimte. Kunstwerken die we lang niet altijd bewust waarnemen, waar soms bij toeval je oog op valt maar die we zeker zouden missen als ze er niet zouden zijn. Want dan wordt zo’n station ineens een kale, anonieme plek.

Kunstopdracht

Het was een leuke verrassing om bladerend door het boek ook een kunstopdracht te ontdekken die vorig jaar door Kunstloc is begeleid in opdracht van de gemeente Oisterwijk. Studio Maarten Kolk & Guus Kusters maakte een kunstwerk voor de nieuwe spoortunnel die het oude centrum van Oisterwijk verbindt met het KVL-terrein. De opdracht was om de bijzondere kwaliteiten van Oisterwijk en omgeving te verbeelden. Maarten Kolk en Guus Kusters lieten zich vervolgens inspireren door het rijke vogelleven aldaar. Wat ook een prominente plaats in het boek heeft gekregen is het prachtige glasmozaïek van Piet Buys uit 1965 op het station van Tilburg dat ik nu ineens weer veel bewuster waarneem. Wat zou het goed zijn als daar nog een monumentaal hedendaags kunstwerk aan wordt toegevoegd ter ere van alle bouwwerkzaamheden in de Tilburgse spoorzone!

Studio Maarten Kolk & Guus Kusters
Studio Maarten Kolk & Guus Kusters

Kunstloc Brabant vindt het belangrijk om kunst en cultuur in te zetten in andere maatschappelijke sectoren zoals zorg, welzijn en ruimtelijke ordening. We zijn ervan overtuigd dat de inbreng van kunstenaars een innoverende rol kan spelen bij het realiseren van de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties. Maar hoe werkt dit in de praktijk? En welke rol speelt Kunstloc hierbij? Liesbeth Jans, programmaleider Verbinden van Kunst & Samenleving, schrijft er maandelijks een blog over.

Share on Facebook0Share on LinkedIn0Tweet about this on Twitter
1Reactie
  • Harald Schole
    Geplaatst op 13:45h, 02 augustus Beantwoorden

    In opdracht van Jeroen Boomgaard, het Lectoraat Kunst en Openbare Ruimte, onderzocht ik vanuit een Time Table/vertrekstaat de mogelijkheden en kansen voor kunst bij het toekomstig vernieuwde station aan de Zuid-as, Amsterdam. Mijn visie en concepten kregen de titel: verleidelijk tegendraads.
    Rob Steenhuis was destijds Spoorbouwmeester.
    Uit het laatste hoofdstuk:
    Blijven de mooiste stedenbouwkundige plannen met kunst in een la liggen, is de utopie te ver weg of het plan gewoon te slecht of disfunctioneel? Het zal nog jaren duren voor Station Zuid/WTC, het Zuiderstation, in gebruik is.
    TIME TABLE geeft richtingen van komen en gaan aan en is vanuit het perspectief geschreven dat het behulpzaam kan zijn bij verdere stappen.
    Er zijn vijf onderwerpen waarin ik hoop dat de notitie nog een keer van pas komt:
    – TIME TABLE beoogt cultuur en kunst hand in hand te laten gaan met toekomstgerichte plannen.
    – Het biedt een kritisch en loyaal, tegendraads en verleidelijk toetsingskader voor het ontwerp van het station aan de Zuidas.
    – Als derde vraagt ook het ruimte voor de bijdrage vanuit de kunst.
    – Het beoogt het dokmodel te ondersteunen en
    – het is indirect ook een pleidooi om bij uitstel van de realisatie van een grotendeels ondergrondse infrastructuur de mogelijkheden van een ondergrondse bouw niet te blokkeren.

    Het grote station uit de 19de eeuw kende al een groot aantal voorzieningen die gerelateerd waren aan het internationale reizen. Het gebouw uitte (in)direct een ode en verlangen aan het reizen en onbekende. Tegenwoordig lijkt het gebouw doordrongen door uitbaters die zich van de drang impuls en last minute inkopen hebben meester gemaakt.
    Het gebouw onderscheidt zich niet meer van een kantoor of winkelpand. Een uitnodigende luifel wordt even gemakkelijk bij kantoorpanden toegepast en de stationshal met het hoge plafond tref je tussen de kantoren als overdekt atrium aan.

    Het grote station van de toekomst is een vervoersknooppunt dat toegang geeft tot bestemmingen over de hele wereld. Het reizigersverkeer is geëxploreerd en de wereld wordt als een groot dorp voorgespiegeld. Exotische bestemmingen zijn dan net zo gemakkelijk bereikbaar als het restaurant dat hier ter plekke de traditioneel ogende maaltijden serveert.

    Stations, te samen met de start van grote reizen begonnen aan de rand van de stad, liggen nog steeds in de periferie en verbinden een fysiek transferium met die van de geest.
    Het periëtigisch perspectief is de blik van de rondtrekkende reiziger die zijn horizon aftast. Een grens ontdekt en telkens merkt dat achter de gevonden rand een nieuwe periferie opdoemt. De ervaring ligt in het bestaande blikveld omsloten. Juist stations bieden een optelsom van grensoverschrijdingen, van nieuwe perspectieven.
    Het stationgebouw ook teruggebracht tot omhulsel met entree of lift naar de treinen beneden of helikopterplatform op het dak blijft een perifeer gebouw.

    Een eenvormigheid of niet-herkenbare architectuur is wellicht het sublieme tegendraadse station dat aan het begin als opgave door Jeroen Boomgaard als ‘tegendraads’ werd geformuleerd. Die boute ontkenning van het stationsgebouw reduceert alle architectuur en functionele bouwwerken tot bedrijfshallen, die we langs de snelweg als regel verafschuwen.

    Echter de ruimtelijke disciplines Stedenbouw, Architectuur en Beeldende Kunst kunnen de handen inéénslaan. Het stationsgebouw in de periferie van de stedelijke gebieden vertegenwoordigt overgangen en transformaties. Het is aan de opdrachtgever om een daarbij geëigende status, herkenning en aantrekkingskracht verlenen. De kunst staat er klaar voor.
    Harald Schole,
    beeldend kunstenaar, initiator & curator

Geef een reactie