Finale! De muziek van 2018

Op dit mooie platform mocht ik in het afgelopen jaar al vier keer een blog schrijven over muziek in Noord-Brabant en meer specifiek over de opdracht die ik heb als arrangeur. Zoals u ongetwijfeld is opgevallen, heb ik in de eerste drie teksten een lange aanloop genomen om in het vierde blog een beeld te kunnen schetsen wat ik in mijn rol als arrangeur voor de Provincie Noord-Brabant aan het doen ben. Met dat vierde blog is daarom ook een eind gekomen aan deze reeks en zal ik vanaf nu hier proberen te doen wat eigenlijk hoort in een blog: reageren op de realiteit van alledag.

– Geschreven door Geert van Boxtel

Inmiddels staan we alweer met twee benen in een nieuw jaar: 2019. Daarom in deze finale een korte terugblik op enkele concerten en muzikale gebeurtenissen uit het afgelopen jaar. Concerten die ikzelf zéér de moeite waard vond én die passen in het beeld dat ik in de reeks columns hiervóór heb proberen te schetsen: ‘klassieke’ muziek die zich betekenisvol verhoudt tot onze huidige wereld in vorm én inhoud.

Twee concerten die ik in dit kader zeker even wil belichten, hebben direct met mijn werk als arrangeur te maken. Zij hebben een financiële bijdrage gekregen omdat ze voor mij raken aan de opdracht die ik heb om te werken aan innovatie en verbreding van de klassieke muzieksector. Allereerst is dat het openingsconcert van het Tromp Concours dat plaatsvond op vrijdag 9 november. Dit concert is gemaakt door een voormalig winnaar van het concours: Dominique Vleeshouwers. Hij bedacht een voorstelling met als rode draad ‘straatmuziek’ wat een zéér veelzijdig concert opleverde. Onder die noemer dansten The Ruggeds, trok er een keur aan slagwerkers door het Eindhovense Muziekgebouw Frits Philips en werd het overvolle podium in beslag genomen door de Harmonie Sint-Michaël uit Thorn.

In allerlei combinaties en met een enorme diversiteit aan muzikale stijlen kreeg de ‘straatmuziek’ gestalte: van de verstilling van Steve Reichs ‘Nagoya Marimbas’ tot Avner Dormans ‘Spices’, een deel uit het ‘Goldrush Concerto’ van de Nederlandse componist Jacob TV naast een acrobatisch stuk voor 6 slagwerkers ‘Chopstakovich’ en Afrikaanse muziek naast een bijdrage van Ruggedsproducer Y’skid. Vanaf de eerste noten ging het dak eraf, daar in Eindhoven. Volgend jaar is deze prachtige productie nog te zien in Eindhoven en vermoedelijk ook in Tilburg en Roosendaal.

In allerlei combinaties en met een enorme diversiteit aan muzikale stijlen kreeg de ‘straatmuziek’ gestalte

Opera Zuid maakt jaarlijks twee grote zaal producties die naast Limburg en Brabant ook op andere plekken in het land te zien zijn. Intendant Waut Koeken wil dat Opera Zuid zich niet teveel bezighoudt met het louter amuseren van een groot publiek met de zoveelste productie van een beroemde opera. Ambitieus, maar met de productie van ‘A Quiet Place’ van Leonard Bernstein, een zelden uitgevoerde opera uit 1983, slaagt Opera Zuid wonderwel in die opzet. Het verhaal is eigentijds, herkenbaar en weinig ‘operatesk’ in die zin dat het gaat over gewone mensen met hun dagelijkse beslommeringen. Bernsteins muziek is al even eigentijds, veelkleurig en divers in die zin dat menig stijlcitaat uit de muzikale canon langstrekt. In een sterke regie en vertolkt door prachtige stemmen bracht dirigent Karel Deseure de Philharmonie Zuid tot grote hoogten in een partituur vol expressieve details, kolkende tutti-passages en geraffineerd samenspel. Het publiek luisterde ademloos. Niet omdat men de muziek herkende en wilde horen of het allemaal wel verantwoord was wat er klonk, maar simpelweg vanwege de dwingende kracht van de klanken en markante muzikale psychologie van de personages. Muziek die op het podium gepersonificeerd werd door de vocale cast, waar vooral de Nederlandse bariton Michael Wilmering opviel in de rol van de afvallige zoon die hij met verve en overtuiging speelde en zong. Een opera die daadwerkelijk iets durft te zeggen over ons en onze tijd, zonder enige neiging tot megalomanie én, moeilijker wellicht nog, zonder dat zij in scenische en muzikale platitudes vervalt. Mooi dat het publiek én de pers eensluidend zéér positief waren over deze bijzondere productie.

Het symfonieorkest van zuid-Nederland, de Philharmonie Zuid, heeft innovatie hoog op haar prioriteitenlijst staan. In verschillende vormen en met verschillende partners waagt het orkest zich steeds vaker op de ongebaande paden van nieuw gecomponeerde muziek, en samenwerkingen met andere kunstdisciplines. Ook zoekt het orkest nadrukkelijk naar afwijkende concertvormen om haar muzikale kwaliteiten in te etaleren.

Op 11 oktober speelde het orkest één van hun iClassicsprojecten in het Eindhovense Klokgebouw. Het orkest was volledig door de hele ruimte opgesteld wat de toeschouwers de mogelijkheid bood om dwars door de musici heen te lopen. Dit had alles te maken met de muziek op de lessenaar: ‘Empty Mind 1’ van de Vlaamse Wim Henderickx. Een virtuoze, door-en-door moderne partituur die volledig bestaat uit indrukwekkende muzikale gestiek met een sterke associatie met Aziatische cultuur en geconcentreerde zeggingskracht. Het betreft een concert voor één van de beste solisten die Nederland op dit moment telt: blokfluitist Erik Bosgraaf. Hij bewoog zich, net als het publiek, door het orkest heen en dook steeds weer op een andere plek (en met andere fluiten) op. Het stuk van Henderickx, bepaald geen ‘gemakkelijk’ stuk, kreeg de concertsituatie die het verdient: de transparantie in de orkestopstelling paste naadloos bij de afgewogen partituur en het publiek, de musici en de muziek zelf leken met elkaar te versmelten. Niet voor niets was boven het publiek een camera opgehangen waarvan de beelden levensgroot op een zijwand werden geprojecteerd: het bracht de totale, ‘immersieve’ ervaring dichterbij. Enkele korte stukken van Renaissancecomponist Josquin Desprez, treffend bewerkt door Anthony Fiumara, boden het kader om de muziek van Henderickx heen. De abstractie van ‘Empty Mind’ kreeg binnen dit welluidende raamwerk van Fiumara/Desprez de uitgebalanceerde aandacht die het verdiende.

de musici en de muziek zelf leken met elkaar te versmelten. Niet voor niets was boven het publiek een camera opgehangen waarvan de beelden levensgroot op een zijwand werden geprojecteerd: het bracht de totale, ‘immersieve’ ervaring dichterbij.

Niet in Brabant, maar toch van belang in deze context, is het concert dat ik zag van het wereldberoemde Kronos Quartet in het Holland Festival van afgelopen zomer. Dit strijkkwartet behoort tot de meest eigenzinnige en beste van de wereld. Kronos speelt muziek van de meest aansprekende componisten van onze tijd, afkomstig uit de gecomponeerde traditie maar net zo gemakkelijk uit de jazz, de popmuziek of uit een volstrekt andere muzikale cultuur. Zo ook in het programma ‘Sight Machine’ dat werd gepresenteerd in het Amsterdamse Muziekgebouw waar muziek van Laurie Anderson, George Gershwin, Steve Reich en Islam Chipsy prijkt naast traditionele Turkse muziek. ‘Sight Machine’ presenteerde het kwartet bespied door een tiental video-camera’s waarvan de beelden werden geprojecteerd op de wand achter de musici. Deze beelden werden real-time gekoppeld aan zogenoemde ‘big data’: een enorme hoeveelheid gegevens die iets zeggen over de persoon die in beeld is. De informatie die de beelden van de spelende musici van het kwartet uit deze big data filterden, werd toegevoegd aan deze beelden. Het resultaat was een bombardement aan informatie dat aan de live-beelden van de musici was toegevoegd. Een even intrigerend als onheilspellend resultaat was het gevolg, ingegeven door zorgen over de wijze waarop de mens in de publiek ruimte zich nooit meer onbespied kan wanen…

Na al deze technologie wil ik een laatste voorbeeld aanhalen dat eerder het tegenovergestelde belichaamt: een concentratie op het zuiver muzikale waarin samenspel en -klank de hoofdrol vervullen. Ik heb het over het Atlas Ensemble dat ik zag in Arnhem waar zij een wel heel bijzondere compositie speelden: ‘Nomaden’ van de Nederlandse componist en artistiek leider Joël Bons. Bons verzamelde een uitermate divers gezelschap aan instrumentalisten om zich heen, elk afkomstig uit een land met een rijke muzikale cultuur langs de voormalige zijderoute. In dit Atlas Ensemble tref je Westerse instrumenten aan als de klarinet en de viool, maar daarnaast is er plaats voor een keur aan snaar-, blaas- en slagwerkinstrumenten uit Azerbeidjan, China, Japan of Armenië. Zelden heeft muziek een zo universele waarde uitgestraald als in dit ensemble. Elk van de instrumenten is gekoppeld aan een bepaalde speelwijze die historisch gegroeid is en die heeft geleid tot heel specifieke klanken. Vanzelfsprekend brengen de totaal verschillend geaarde instrumenten niet zomaar ‘logische’ of ‘kloppende’ samenklanken tot stand en is alleen al het verschil in dynamische mogelijkheden een culturele kloof op zichzelf. Joël Bons heeft met al deze karakteristieken rekening gehouden in het stuk dat hij voor deze bijzondere groep van meer dan 20 musici schreef en dat treffend ‘Nomaden’ is getiteld. Het werk is een staalkaart aan intermuzikale inventie, draait en tolt om archetypen uit allerlei muziekculturen heen, suggereert muziek van onbestaande volkeren en biedt een weergaloos luisteravontuur aan eenieder die er enige tijd en moeite in stopt. Inmiddels heeft Joël Bons een prestigieuze prijs voor dit werk ontvangen: onlangs werd bekend dat Bons de Amerikaanse Grawemeyer Award heeft gewonnen waar een geldbedrag van maar liefst 100.000 dollar aan is verbonden. Volkomen terecht

Zelden heeft muziek een zo universele waarde uitgestraald als in dit ensemble. Elk van de instrumenten is gekoppeld aan een bepaalde speelwijze die historisch gegroeid is en die heeft geleid tot heel specifieke klanken.

Welnu, in tóch weer meer woorden dan ik had gepland, heb ik hierboven mijn muzikale jaar geschetst. De momenten waarop ik geïnspireerd raakte, de tijd volledig vergat en soms zelfs ook de plek waar ik was. Die momenten koester ik, omdat ik even mezelf en mijn gedachten kwijt ben geraakt om in louter klank te worden ondergedompeld. Soms is daar een overdonderend spektakel voor nodig, soms een intrigerend verhaal, soms een technologisch pandemonium en soms ook alleen maar dit: een grote diversiteit aan geïnspireerde musici die de vurige wens hebben jou deelgenoot te maken van de klankrijkdom die zij aan hun instrumenten weten te ontlokken.

Ik wens u een geweldig en bijzonder muzikaal 2019!

Dit project wordt inhoudelijk ondersteund en gefaciliteerd door Kunstloc Brabant en financieel door de provincie Noord-Brabant. Heb je suggesties of vragen aan Geert? Deel ze dan vooral onder dit artikel!

Share on Facebook0Share on LinkedIn0Tweet about this on Twitter
Tags:
Geen reacties

Geef een reactie