Brengt technologie ons in de toekomst dichter bij onszelf?

Mestmag.nl staat in april in het teken van Futurisme. Arthur Kok (Filosoof, Docent en zakelijk leider bij Sounding Bodies) trapt de themamaand af in een column waarin hij je meeneemt in de wereld van robotica, artificial intelligence en algoritmes. En daartegenover het belang van de unieke kracht van de mens en de waarde van het persoonlijke contact. Zal de technologie ons wel dichter bij onszelf gaan brengen?

– Geschreven door Arthur Kok

Het is een zonnige voorjaarsdag in 2012. Ik ben op bezoek bij het Dalle Molle Institute for Artificial Intelligence in Lugano, Zwitserland. De stad is prachtig gelegen tussen de hoge uitlopers van het Alpengebergte aan de voet van een schitterend meer. Maar het instituut ligt aan de rand van de stad, ver van het toeristisch centrum, ergens op een uitgestrekt industrieterrein. Ik bezoek een oude studievriend. Ik net gepromoveerd filosoof, hij computerwetenschapper, gespecialiseerd in kunstmatige intelligentie. Samen schrijven we aan een artikel over objectherkenning bij robots. Dat gebeurt tegenwoordig natuurlijk grotendeels via de computer, daarvoor hoef je niet meer fysiek samen te zijn, maar vrienden zoeken elkaar nu eenmaal graag op.

In de gedigitaliseerde wereld van massaconsumptie is een persoonlijk en fysiek contact een schaars goed geworden, en dus waardevol.

Het instituut blijkt in het bezit van Europa’s meest geavanceerde AI-robot, de iCub. Op deze mooie dag mag ik hem ontmoeten. In het instituut, dat er grotendeels uitziet als een gewoon kantoor, bevindt zich een aparte afdeling met alle robotica. Er staat bijvoorbeeld een grote bak met vlakke bodem op een paar simpele bouwmarktschragen met daarin een vijftal vuistgrote robotjes. Deze kunnen helemaal zelfstandig voetballen, legt mijn vriend uit. Elders staat een mechanische hand opgesteld. De hand kan worden aangestuurd met hersengolven, door onze eigen gedachten dus. Mijn vriend is enthousiast. Cybernetica heeft de toekomst. Over de toekomst van AI is hij opvallend terughoudend, om niet te zeggen sceptisch. De doorbraak die al 70 jaar voorspeld wordt, is nooit gekomen. Technologische ontwikkeling is weerbarstig.

De iCub blijkt een mannetje ter grootte van een kind. Hij staat roerloos op een metalen tafel. Typisch een tafel voor als je iets te onderzoeken hebt. Twee benen, een rompje, twee armen, dan een vrij groot hoofd met ogen, een neus en een mond. Het valt me op dat de neus en de mond, eigenlijk het hele gezicht op de ogen na, geen functie hebben. Het is gewoon een stuk wit plastic in de vorm van een mensengezicht. Daarachter een warboel van draden. Ik vraag waarom ze dat gedaan hebben. Mijn vriend weet het niet precies. Veel mensen zijn bang voor robots, het kindergezichtje maakt hem minder eng. Maar dit is geen mens hoor, zegt hij, ineens gedecideerd. Als ik vraag of de iCub misschien even “aan” mag, krijg ik te horen dat dit ten strengste verboden is. Het eerste wat deze jongen zou doen is zichzelf kapot maken. Hij heeft namelijk geen lichaamsbewustzijn en weet dus niet dat hij moet stoppen met zijn arm bewegen als deze tegen zijn romp aankomt.

Martine Beetz
Martine Beetz

Flashforward naar 2019. Ik woon samen met een kunstenaar en muzikante, Jacqueline Hamelink, en filosofeer nu over kunst, theater en muziek. Vanuit standplaats Tilburg, niet bepaald het Lugano van het Noorden, bedenken we artistieke concepten om klassieke en hedendaagse muziek te vertalen naar zo intens mogelijke theatrale ervaringen. Alles draait om aandacht, aanwezigheid en lijfelijkheid. We moeten van een experience economy naar een empathy economy, hoorde ik laatst iemand zeggen. Dat spreekt me wel aan. In de gedigitaliseerde wereld van massaconsumptie is een persoonlijk en fysiek contact een schaars goed geworden, en dus waardevol. Live muziek als middel om te ervaren dat je in de wereld aanwezig bent.

Maar de link met technologie is nooit ver weg in deze tijd. Begin 2019 presenteerde smartphonefabrikant Huawei de Unfinished Symphony van Schubert, voltooid door een AI-applicatie. Een knappe prestatie, maar kenners zoals Dominic Seldis van het Koninklijk Concertgebouworkest reageerden kritisch. Hier was duidelijk hoorbaar niet de echte Schubert aan het werk geweest. Een componerende AI is niet nieuw. In 2016 ontwierp een groep onderzoekers aan Cambridge University de BachBot. Uit tests blijkt dat luisteraars, ook professionele, het verschil vaak niet horen tussen een robotcompositie en de ‘echte’ Bach. Benieuwd of ik de klank van de meester wel zal herkennen, doe ik de online-test. Terwijl ik hoogst geconcentreerd zit te luisteren, vraag ik me ineens af of ik ooit weleens op deze manier naar muziek geluisterd heb.

Er bestaat een groot verschil tussen denken wat je wil en voelen wat je wil.

Nou, nooit eigenlijk dus. Het is ook wel een hele rare manier om naar muziek te luisteren. Je luistert alleen met je hoofd, niet met je hart. De subjectieve ervaring verdwijnt en ook de uitvoerder doet er niet meer toe. Alles wordt gereduceerd tot een set van noten. Vreemd, want de laatste keer dat ik echt naar Bach luisterde zocht ik urenlang op Spotify naar een uitvoering die mij beviel. Voor de liefhebber, mijn meest verrassende vondst waren de Franse suites op piano door Zhu Xiao Mei. Ik heb de LP besteld. Het liefste hoor ik muziek live gespeeld. Het gaat dan niet om perfectie, want dat kan alleen op een studio-opname, maar om het besef dat iets gecreëerd wordt, enkel en alleen voor dit moment. Iets dat er nooit eerder was en er nooit meer zal zijn. Eenmaligheid is een geheel eigen categorie van schoonheid.

Natuurlijk snap ik ook wel dat al die algoritmes in de toekomst steeds beter worden en steeds meer kunnen. Toch is het maar de vraag of zij ons dichter bij onszelf brengen. Kan een app vol gezondheidsdata werkelijk op tegen het gevoel gewoonweg ‘lekker in je vel te zitten’? Weten Google en Facebook echt beter wat wij willen? Misschien willen ze ons vooral doen geloven dat ze het beter weten. Er bestaat een groot verschil tussen denken wat je wil en voelen wat je wil. Wie teveel met het eerste bezig is, loopt het risico het laatste te vergeten. Ik denk aan het robotjongetje iCub, dat niet aan mocht omdat hij zichzelf kapot zou maken. Dit zal een mens niet snel overkomen, en andere dieren trouwens ook niet. Wellicht worden we uiteindelijk niet door onze rationele vermogens in leven gehouden, maar door iets heel anders.

Arthur Kok is filosoof, docent aan Fontys Academy for Creative Industries en zakelijk leider bij Sounding Bodies | Jacqueline Hamelink

Share on Facebook0Share on LinkedIn0Tweet about this on Twitter
Tags:
2 Reacties
  • Paulien
    Geplaatst op 10:23h, 03 april Beantwoorden

    Ik begrijp de zoektocht naar de mooiste opname heel goed. Toch zal ik niet heel snel meerdere malen naar zo’n opname luisteren omdat voor mij dan de magie van de herinnering verdwijnt. De opwinding van dat unieke moment. Als ik herbeluister ontdek ik waarschijnlijk meer van het stuk, ontdek ik misschien ook waarom die opname zo goed is, maar luister ik dan ook niet met mijn hoofd?
    Laatst hoorde ik een gesprek met Irma Boom. Ter voorbereding van een boek heeft ze zich drie maanden lang opgesloten in de bibliotheek van het Vaticaan. Daar is het ten strengste verboden foto’s te maken. Kijkn, kijken, kijken. Ze vertelde dat ze nog nooit zoveel had gezien. Werkt dat ook niet zo met muziek. In onze tijd kunnen we alsmaar herbeluisteren. Verplaats je eens in Bach die uren moest lopen om een muziekstuk te horen.

  • Paulien
    Geplaatst op 10:25h, 03 april Beantwoorden

    Ik denk dat robots vooral ondersteunend zijn bij geautomatiseerde handelingen. Wellicht komt daardoor meer ruimte vrij.

Geef een reactie op Paulien Annuleer reactie