De impact van platformbedrijven op de publieke waarde van de stad

“Uber is een schoolvoorbeeld van de zogenoemde platformbedrijven, dat net als zijn evenknie Airbnb parasiteert op de publieke waarde van de stad, zonder iets terug te geven.” Marleen Stikker, oprichter van de Amsterdamse Waag Society, hield in het Parool een stevig pleidooi rondom nieuwe media en technologiebedrijven. Maken bedrijven tegenwoordig echt op deze manier gebruik van een stad? Mestmag.nl zocht het uit.

– Geschreven door Jip Bierkens

In het artikel op het Parool maakt Marleen onderscheid tussen zogenoemde platform-coöperatieven en platform-corporaties: “Waar die eerste proberen de stad leefbaarder te maken, en winsten laten terugvloeien naar haar gebruikers en daarmee de stad, zijn de platform-corporaties er voornamelijk op uit om met veel financiële macht agressief markten te veroveren en de wereld af te grazen zonder waarde terug te geven aan lokale economieën.” Middels een telefonisch gesprek met Mestmag.nl licht Marleen Stikker haar visie op deze technologiebedrijven toe: “Platform-coöperatieven voeden het land om opnieuw te kunnen gebruiken, maar platform-corporaties pakken zo snel mogelijk hun winst en laten het land onbruikbaar achter, zoals bij het winnen van fossiele brandstoffen bijvoorbeeld het geval is.”

Smart data

Volgens Marleen hebben de nieuwe platform-corporaties, zoals Uber en Airbnb, wel degelijk veel overeenkomsten met de traditionele grootmachten. Beiden worden bijvoorbeeld door aandeelhouders gestuurd en focussen zich vooral op winstmaximalisatie en kwartaalcijfers. “Bedrijven zoals Philips beginnen zelfs meer datagestuurd te worden, met een verlegging van het scheerapparaat naar de data die zo’n apparaat genereert”, licht Marleen toe. Ook de traditionele bedrijven ontwikkelen daarom een businessmodel rondom de verkregen data, gericht op gesloten, niet leesbare technologie. Hierdoor groeien bedrijven zoals Philips steeds meer in de richting van de platform-corporaties als Uber. Zij zijn zelf geen infrastructuur, maar gebruiken de intelligentie en data van anderen om diensten aan te kunnen bieden aan een tweede of derde partij.

Traditionele bedrijven worden nu uitgedaagd om hetzelfde te doen: om data te verzamelen over haar gebruikers en deze smart te maken. Kopers worden op deze manier snel afhankelijk van de leverancier en het product.
– Marleen Stikker

Grote bedrijven gebruiken mensen op deze manier om de markt te domineren. “Alle bedrijven die nu aan de top staan, maken gebruik van mensen als een soort melkkoeien in de stal”, zegt Marleen. “We worden gevoerd, krijgen brokjes, we mogen ons huisje af en toe uit, mogen centjes verdienen. In de tussentijd wordt onze data uit ons getrokken en wordt daarin gehandeld.” Bedrijven die zo snel mogelijk de wereld willen domineren, zijn volgens Marleen de winnaars van dat spel. “Traditionele bedrijven proberen dat te leren, maar commerciële partijen hebben al gewonnen.”

Marleen Stikker. Bron: Waag Society
Marleen Stikker. Bron: Waag Society

Winst voor de stad

Kan een commercieel bedrijf ook niet veel opleveren voor een stad? “Het kan ook veel kosten”, antwoordt Marleen direct. “Natuurlijk is het goed dat mensen hun diensten aanbieden en dat anderen daar geld mee verdienen, zo lang de waarde maar in de stad blijft en we er nog wat over te zeggen hebben.” Om dit te verduidelijken, vervolgt ze: “Mensen verdienen via Airbnb veel geld met het verhuren van hun huis, terwijl het kopen van huizen in diezelfde buurt veel te duur wordt. Mensen met een huurhuis moeten meer betalen omdat hun buren extra inkomsten krijgen en zelf kunnen zij deze inkomsten niet genereren terwijl hun huur wel omhoog gaat. De vraag is of Airbnb uiteindelijk wel wat oplevert en voor wie.” Een beter initiatief is Fairbnb, een online verhuurbedrijf dat haar winst ook gebruikt om delen van de stad te ontwikkelen en lokale projecten te ondersteunen.

Mensen verdienen via Airbnb veel geld met het verhuren van hun huis, terwijl het kopen van huizen in diezelfde buurt veel te duur wordt.
– Marleen Stikker

Het is volgens Marleen gemakzuchtig om te kiezen voor de grote partijen in een stad, om zeker te weten dat er succes behaald wordt. In plaats daarvan zou een gemeente zich volgens Marleen moeten richten op het vinden van gemeenschappelijke waarden, de zogenoemde ‘commons’. Ze baseert zich hier op het recent verschenen boek Doughnut economics van Kate Raworth, waarin moderne economische modellen besproken worden en nieuwe ideeën voor de toekomst worden toegelicht. “Een aantal steden, waaronder Gent, is al bezig met het vinden van deze gemeenschappelijke waarden in de stad en de manier waarop de gemeente hierop kan sturen”, vertelt Marleen. “Niet alleen in het begrip van de markt, maar ook gericht op huishoudens en samen produceren en beheren.” Marleen denkt niet dat het moeilijk is om deze ideeën onder de aandacht te krijgen bij het grote publiek: “Er zijn altijd pioniers die ideeën uit moeten vinden en uit moeten zoeken, manieren moeten vinden om deze op te schalen. Je kunt tegenwoordig geen chocolade meer kopen die niet fair geproduceerd is, terwijl dat 10, 15 jaar geleden nog nergens te zien was.”

Meer weten? Op woensdag 10 januari geeft Kate Raworth, auteur van het boek Doughnut Economics, een lezing in Tilburg. Kijk op de website van Tilburg University en schrijf je in!

Share on Facebook0Share on LinkedIn0Tweet about this on Twitter
Tags:
Geen reacties

Geef een reactie