Zoek bijvoorbeeld naar een activiteit of pagina

Welkom bij de tweede serie van Hub! In deze podcasts van TalentHub Brabant gaan makers van verschillende kunstdisciplines met elkaar in gesprek over hun werk en hun drijfveren. Ze vertellen wat het talentontwikkelingstraject hen heeft gebracht en delen tips en tricks voor andere makers.

In deze aflevering gaan theatermaker Timo Tembuyser en zangeres Rianne Wilbers met elkaar in gesprek. Timo maakt deel uit van de TalentHub PLAN voor de podiumkunsten. Rianne deed mee aan Music Hub Brabant. De meest prangende vragen waar beginnende makers na de kunstopleiding mee worstelen passeren de revue. 

Hoe breid ik mijn werkgebied uit naar de Randstad? Hoe kom ik aan fondsen? Hoe kan ik maken wat ik wil maken en hoe durf ik los te laten wat me is geleerd om mijn eigen stem te vinden? Hoe biedt TalentHub Brabant dan precies de ruimte om te onderzoeken en experimenteren? En hoe gaat die deskundige begeleiding dan door een coach in je vakgebied? 

Ze bespreken de overeenkomsten tussen architectuur, theater en koormuziek. En halverwege ontdekken Timo en Rianne dat ze toevallig met hetzelfde thema bezig zijn, maar dan precies tegenovergesteld.

Ontdek alle hubs en talenten op TalentHub Brabant!

Transcriptie

Intro: Hé, je luistert naar Hub! In deze podcast van TalentHub Brabant gaan makers uit verschillende kunstdisciplines met elkaar in gesprek over hun werk en drijfveren. Ook vertellen ze over wat het talentontwikkelingstraject dat ze deden bij TalentHub Brabant hen gebracht heeft. En ze delen tips en tricks voor makers. 

Vandaag te gast: Timo Tembuyser en Rianne Wilbers. Timo is performer, zanger, componist en theatermaker zijn performances zijn ruimtes waarbinnen nieuwe vocale compositie de theatrale dialoog sturen tussen performers onderling, tussen performers en het publiek en tussen de toeschouwers onderling. Geluidskunstenaar Rianne is een musicus die houdt van uitdagingen. Als ambassadeur en pionier van de hedendaagse muziek werkt Rianne graag samen met levende componisten. 

Rianne: Hai! 

Timo: Hallo Rianne: Leuk je te ontmoeten. 

Timo: Insgelijks. 

Rianne: Dank je. 

Timo: Ja, we zijn in Eindhoven. Gij woont in Eindhoven. Woon je hier al lang? 

Rianne: Goede vraag. Hoe lang woon ik in Eindhoven? Ik weet het eigenlijk niet. Ergens in het derde jaar van m'n conservatorium ben ik hier komen wonen. Dat is lang geleden. In 2009 ben ik begonnen met studeren, klassiek, zang. Dus tien jaar ongeveer. 

Timo: En ge hebt op Tilburg gestudeerd. En ben je dan na je afstuderen vrijwel meteen in de Hub gekomen, in dit platform in Brabant? 

Rianne: Ik ben in 2016 afgestudeerd aan de Master Klassiek Zang. En in 2019-2020 ben ik aan de Hub mee gaan doen. Dat heeft een paar jaar geduurd. 

Timo: Hoe ben je daarbij gekomen? 

Rianne: Nou, ik werd gevraagd, dus ik heb me nergens voor aangemeld. Ik werd ineens gebeld door Bart van dongen één van de coaches van de Music Hub. En hij zei: “Jij bent gescout en je zit in de Music Hub en toen zei ik: jeej, wat leuk! Dus ik werd ervoor gevraagd. 

Timo: En je hebt intussen de Hub afgerond? 

Rianne: Intussen heb ik de Hub afgerond, al een tijdje. Dat was een spannend traject. 

Timo: Ja, want als we dan even naar de eerste vraag kijken. Wat heeft de Hub je dan gebracht als je er nu op terugkijkt? 

Rianne: Ik heb me in de Hub beziggehouden met de grenzen zoeken van mijn fysieke stem. Hoe ver je kan gaan met je stem, maar ook in stijl. Ik heb natuurlijk klassiek zang gestudeerd, maar ik voelde me daar nooit helemaal thuis. Dus ik ben al snel de moderne muziek ingerold, de hedendaagse, nieuwe gecomponeerde muziek. Dat was heel fijn, want dat is een soort van cross-over tussen allerlei stijlen waarin ik me beter voel. Dan kan je lekker eclectisch zijn en allerlei dingen proberen en experimenteren. En in de Hub heb ik onderzoek gedaan naar improvisatie. Als klassiek zangeres is dat natuurlijk niet zo gepast om te improviseren, behalve in de barok. En ik dacht: ja, waarom zou ik niet met mijn achtergrond gaan improviseren? Dus toen heb ik heel veel coaches gevraagd en met ze samengewerkt en een soort van eigen improvisatie stijl ontdekt. Het was echt een heel goed onderzoek naar mij en mijn stem. Dat je dan een budget krijgt om met coaches te werken, is echt superfijn, (om dat allemaal zelf te betalen, dat deed ik natuurlijk al,) maar dat geeft gewoon mogelijkheden. 

Timo: Dus het was vooral een fijn kader om te onderzoeken. Die eigen improvisatie methode, hoe zou je die omschrijven? 

Rianne: Het is niet echt een methode, het was meer een soort van zoektocht naar durven. Hoe durf ik zonder voorbereiding op een podium te gaan staan en in het moment iets te laten ontstaan met de muzikanten om mij heen of alleen? Ik heb ook elektronica gekocht. Daarmee ben ik ook gaan experimenteren, waardoor ik alleen met mezelf, met de looper, delay of allerlei effecten, een soort van groter ding kan maken dan één stem. En jij? 

Timo: Ik sta eigenlijk aan het begin van mijn Talent Hub ervaring. Ik ben sinds dit seizoen verbonden ben aan PLAN Brabant. Ik heb me aangemeld voor PLAN Brabant, wat een samenwerking is van tien verschillende podia, festivals, productiehuizen binnen Brabant. En Festival Cement is een beetje m'n huis. Daar heb ik mijn afstudeervoorstelling gemaakt en Leonie Clement is m'n mentor. Via haar ben ik voorgedragen voor PLAN Brabant. En dan via PLAN Brabant ben ik nu in contact met de TalentHub. Maar ik moet nog m'n intake hebben. M’n nulmeting, waarmee het allemaal begint, die komt nog. Dus ik vind het wel leuk om jou te horen aan het einde van die Hub-situatie. Ik heb dus meer nog alleen een intentie en wat je zegt is wel exact hoe ik het zie. Dat het een kader geeft en niet alleen financieel, maar ook gewoon in tijd en ruimte, een heel helder kader om mentoren uit te nodigen, om onderzoek te doen. Ik ben drie jaar geleden afgestudeerd op de performing opleiding in Maastricht. Wij zijn zo gewend om te produceren en voorstellingen te maken, dat de ruimte voor onderzoek soms niet verdwijnt, maar wel heel erg gekoppeld is aan een product of gekoppeld is aan de voorstelling die je wil maken. Ik probeer altijd binnen een creatieproces ook nog iets te onderzoeken, wat natuurlijk niet heel abnormaal is, maar ik vind het net heel fijn om nu de tijd te nemen om even productloos te onderzoeken, dat het niet meteen een voorstelling moet worden waar mensen iets over gaan vinden en wat in een lijn moet staan van makerschap, om net die lijn even te vergeten en misschien iets heel anders te ontdekken. 

Rianne: Maar je hebt dus niet een een bepaald onderwerp of een bepaald thema waarin je onderzoek wil doen? 

Timo: Nou, dat natuurlijk wel. Ik ben zanger ook, maar helemaal niet vanuit een klassieke opleiding of vanuit een zangopleiding, maar eerder vanuit intuïtie of improvisatie. Dus ik kom eigenlijk net vanuit andere kant. En ik werk heel vaak samen met zangers, ensembles. Ik ben componist, ik schrijf polyphonie. Ik hou heel erg van oude muziek en ik heb heel lang in kamerkoren gezongen. Ik heb op zich wel een soort van opleiding of een soort van kader binnen die zang gehad. Maar ik werk altijd met heel verschillende zangers, zowel klassieke zangers als popzangers, musical, geschoolde mensen, ongeschoolde zangers. Mijn onderzoek is eigenlijk net een taal te vinden die al die verschillende achtergronden begrijpt. Dus hoe kunt ge een klassieke zangeres en een niet geschoolde en een musical geschoolde stem toch samen krijgen in één homogene klank? Dat kooronderzoek is wel een heel erg duidelijk onderzoek dat ik doe. 

Rianne: En ben jij dan een soort van artistiek leider? Of ben je dan ook deel van het ensemble of hoe moet ik dat zien? 

Timo: Ik ben altijd ook deel van het ensemble. Ik zing altijd mee, maar ik ben ook een beetje de aanstichter. Op een bepaald moment hoop ik dan altijd dat het overspringt naar het ensemble. Ik zie het meer als een collectief waarbij iedereen muzikaal leider is, omdat iedereen een gelijkwaardige stem heeft daarin. Ik kan dan wel een aanbod doen of een partituur leveren.Maar hoe we die dan samen zingen, dat hangt dan weer af van van alle mensen afzonderlijk. Ik wil geen stem die een andere stem overneemt bijvoorbeeld. Als ik in de ensemble iemand moet vervangen, dan verandert gewoon het stuk. Dan verandert de dynamiek ook. Dan neem ik altijd weer tijd om te kijken hoe iemand zich daar dan in weeft als een gelijkwaardige stem. 

Rianne: En hoe vind je die mensen dan? 

Timo: Ik heb nu mijn eerste voorstelling binnen PLAN Brabant gemaakt. Missa Mater Sola heette die, over de eenzame moeder met een zonenkoor. Voor dat koor heb ik audities gehouden, voor het eerst. Ik heb nu best wel veel mensen leren kennen dankzij die audities. Tot hiervoor kon ik het zo wel halen uit de poelen van mensen waarmee gestudeerd heb en vrienden van vrienden. Soms ook op social-media stuur ik gewoon mensen een bericht van ‘Hé, ik heb dit filmpje gezien’ of ik heb hun naam gehoord. Zullen we eens koffiedrinken? Zullen we samen zingen? Op verschillende manieren kom ik tot tot die ensembles. 

Rianne: Leuk, en wanneer ga je starten met je traject? 

Timo: Ik ben eigenlijk vanaf dit seizoen begonnen, maar ik heb nu eerst m'n eigen voorstelling gemaakt, wat best wel tijdsintensief was, dus ik heb even gefocust op dat product. En nu heb ik iets meer ruimte om die voorstelling nog uit te diepen en uit te werken en dus ook iets meer met TalentHub te doen. Om die nulmeting uit te voeren, om die workshops die de TalentHub organiseert en aanbiedt om die ook degelijk te volgen. Die vielen nu in mijn creatieproces, dus ik kon nog niet meedoen. Maar dat is misschien weer een fijne vraag aan jou. Hoe heb je die workshops ervaren? En heb je ook andere mensen leren kennen? Heb je je netwerk kunnen uitbreiden? 

Rianne: Dat vond ik eigenlijk het minste puntje. Die workshops waren heel leuk en heel fijn en het liefst zou ik meer verbinding willen met de makers. Maar we hadden maar één moment waarop alle makers van alle disciplines bij elkaar kwamen. Daar heb ik wel een schilder ontmoet, waar ik nu mee bevriend ben en dingen samen doe, maar voor mij mocht dat nog meer. Dat zou een reflectie zijn. Dat we ook echt de tijd krijgen om met elkaar te praten. Je kreeg dan een lezing van een coach of een workshop over een bepaald onderwerp. Dat was heel fascinerend, maar de ontmoeting zou voor mij nog meer mogen. Je zit daar natuurlijk met z'n allen wel te luisteren en je ziet mensen en je praat met elkaar tussendoor. Maar het zijn zoveel mensen dat dat even tijd nodig heeft om elkaar echt te spreken en te ontmoeten. 

Timo: Hoeveel mensen zijn dan zo bij elkaar in die Music Hub? 

Rianne: Dit was met de Music Hub en WOLK en alle andere samen, met de hele Hub, dus ook met literatuur en beeldende kunst, dus dat weet ik niet exact. Maar iedere Hub heeft weer tientallen talenten. En het grappige is natuurlijk dat ik van het netwerk van de Music Hub de meeste muzikanten al ken omdat ik hier vandaan kom. Voor mij was dat niet per se een meerwaarde. Misschien kan ik in een Hub in Antwerpen gaan. 

Rianne: Naar aanleiding van jouw plan: waarom wil je zo graag met zangers werken? 

Timo: Ik ben er op de performers opleiding achtergekomen dat ik altijd vanuit de stem wil beginnen, of vanuit zang. En niet alleen in een muzikale zin, maar ook als politiek instrument. Het feit dat ik een stem heb. Het feit dat ik een podium heb om die stem op te zetten. Ik studeerde af en toen kwam corona en kwamen ook de grote protesten. Black lives matter. Ik ben queer, queer activism heeft ook steeds meer zijn stem gevonden, is het meer aan het vinden. Me too. Die puitsen die openbarsten en het activisme en het hebben van een stem daarin. Daarom is stem voor mij iets heel logisch of iets heel belangrijks om te onderzoeken. Daarom de stem en ook het ensemble daarin. Ik hou gewoon ontzettend van polyphonie en van koormuziek. Dat heb ik altijd gezongen, ook als kind. Ik had even een mental breakdown op school. Ik wist even niet meer wat ik moest maken. Er was heel veel vorm en gewoon even een moment dat je het niet meer weet. En in die periode heb ik alleen maar koormuziek geluisterd omdat het mij zo rustig maakte. En ik heb gewoon eindeloos door gescrold op Spotify en YouTube en allemaal componisten leren kennen. En toen dacht ik: hé, volgens mij snap ik dit. Volgens mij snap ik hoe dit geschreven is, snap ik hoe dit gemaakt is. En dan ben ik langzaam zelf melodieën gaan uitschrijven en met mijn vrienden op school geprobeerd te zingen en gevoeld dat dat zo fijn is. Mensen die samen zingen, voor mij kwam daar alles samen. En dan is langzaamaan ook daar een soort theorie rondgekomen en de theorie van samen leven en hoe structureert ge een gemeenschap? Wat is harmonie? Je kunt geen harmonie zingen als ge elkaar niet eens kent. Wat in klassieke kamerkoren vaak gebeurt is dat iedereen zijn partitudes heeft gestudeerd, samen. Ge zingt in perfecte muzikale harmonie, tussen aanhalingstekens, maar ge weet niet eens wat iemand over dat stuk vindt, of iemand kinderen heeft, hoe iemand nadenkt over de wereld. En dan vind ik het heel gek eigenlijk om zo samen te zingen. Ook heel mooi, maar ik probeer steeds meer tijd te geven aan zo'n koor proces. Door echt met de mensen te praten over wat zingen we nu eigenlijk? En waarom zingen we dit? Dat ge eerst samen stil kunt zijn of in energie in harmonie kunt zijn, voordat ge samen zingt. Dat dat het gevolg is, in plaats van de aanleiding. 

Rianne: En wil je altijd dan een geëngageerd thema aansnijden? 

Timo: Ja, sowieso, dat is gewoon m'n visie op theater. Theater is een politieke ruimte. Theater staat in de wereld, in de stad en dat hoeft nooit op een te letterlijke manier. Iedereen heeft daar, denk ik, zijn eigen manier in. Maar ik ik wil in mijn voorstellingen altijd entertainment en healing aan elkaar koppelen. De stem is voor mij het healing instrument par excellence. Dat is een heel krachtig helend instrument. Ge hoort aan een stem eigenlijk meteen wat er, wat er gebeurt of wat er vastzit of vrijkomt. In die zin vind ik dat eigenlijk al politiek. Samen in harmonie willen zingen vind ik in deze tijd echt al een een politiek statement, want ik vind dat er veel te weinig naar elkaar geluisterd wordt, dat er veel te veel wordt geschreeuwd en niet in harmonie wordt gesproken of geluisterd. Echt samen zingen is heel gevaarlijk, vind ik, want dan verliest ge een deel van uzelf. 

Rianne: Maar moet het dus altijd een harmonie zijn? 

Timo: Nee, dat hoeft dus niet, maar het is voor mij, op dit moment in m'n makerschap, wel altijd de zoektocht naar harmonie. Soms lukt dat dus niet. Soms botst dat of soms maakt iemand die harmonie kapot en daar wordt het theater, daar wordt het spannend. 

Rianne: Want de mooiste verhalen zijn natuurlijk waar er een conflict is, waar het uiteindelijk opgelost wordt of niet. Een conflict maakt een verhaal natuurlijk interessant. 

Timo: Ja, al voel ik dus op één of andere manier dat het conflict soms ook gewoon met de wereld is. Zeker als ge een groep hebt die samen aan het zingen is. En het is perfect in harmonie. En daar kijkt een publiek naar die in die zin perfect in harmonie is, omdat ze dan niets stuk maken en hun gsm uit hebben en meeluisteren. En dan hebt ge gewoon buiten de wereld waar van alles aan de hand is. Ik vind dat ook al een conflict en dat is heel ontroerend. Dus ik hoef dat conflict niet te kopiëren op de vloer of in theater, want dat zie ik overal al. Ik vind het op dit moment in m'n makerschap heel fijn om te zoeken naar harmonie met een groep performers, met een groep publiek. Want mensen komen van buiten en gaan daarna weer naar buiten. Dan is het conflict voor het oprapen. Dus in die zin hoef ik niet precies zo'n verhaal te vertellen of een conflict te tonen, maar eigenlijk net meer een oefening of een handvat te bieden. Waar haal jij je inhoud vandaan? 

Rianne: Eigenlijk precies hetzelfde. Ik vind het fascinerend dat we hier samen zitten. Voor mij is het wel enigszins tegenovergesteld. Ik vind koormuziek heel moeilijk. Voor mij is het te veel harmonie. Ik ben het met je eens over de vergelijking met de samenleving, dat er zoveel conflicten zijn en daar ben ik ook mee bezig. En dat we vooral heel veel moeten luisteren naar onszelf en in verbinding moeten gaan met elkaar en dat daarin inderdaad zoveel moois ligt. Maar ik vind zelf de koormuziek en niet allemaal, want er is zoveel koormuziek, de oude muziek vind ik mooier, maar Mozart en Puccini, daar krijg ik kriebels van. Ik vind het super knap dat mensen het kunnen en en fascinerend hoe het is ontstaan. Ik vind het leuk dat je dus met zangers werkt van verschillende disciplines. Een klassiek zanger een popzanger, een rapper. Omdat inderdaad iedereen het heeft. Het is de stem en het is gewoon uniek. Er zijn miljarden mensen en iedere stem is uniek. Hoe fascinerend is dat! Maar ik zoek juist naar een samenwerking met zangers of performers die juist durven niet altijd in de harmonie te zijn, als een weerspiegeling dat in de disharmonie óók heel veel prachtigs zit. Dat vind ik een leuk onderzoek. Om ook lelijk te durven zijn, weet je wel. En de vraag is dan natuurlijk: wij hebben taal en we uiten onszelf op een manier met taal, maar die is soms gewoon te kortzichtig. In het samen zingen dan voel je die harmonie, terwijl het natuurlijk niet alleen in woorden zit, maar juist in die samenklank, die harmonisch kan zijn, of juist niet harmonisch, maar in die verbinding daar zit zoveel wat mensen missen in deze tijd. Dat is heel fascinerend. Dus eigenlijk zijn we met hetzelfde bezig, alleen dan het tegenovergestelde, vanuit een andere hoek. Dus dat is heel leuk om je daar zo over te horen praten. 

Timo: Ja, zeker! En je bent nu klaar met de Hub. Waar ben je nu mee bezig? 

Rianne: Ik ben nu bezig met het oprichten van mijn eigen stichting om mijn eigen projecten te kunnen initiëren en mezelf te ontwikkelen als artistiek leider. En ik wil een zang ensemble op gaan zetten. 

Timo: Kijk! Toch die koren. 

Rianne: Ja! En ik ben met allerlei projecten bezig. Vooral heel veel nieuwe ideeën aan het verzamelen en de juiste partners vinden. Van alles en nog wat. 

Timo: En is dat ondernemen ook iets dat je binnen de Hub hebt geleerd of waar je workshops in hebt gekregen? 

Rianne: Ik heb een deel van mijn budget gereserveerd voor business coaching, omdat ik merkte dat de zakelijke kant bij mij niet het sterkste is. Nog steeds niet, en dat zal het nooit zijn. Maar je kan wel handvatten creëren om daar goed mee om te gaan. Dus ik had business coaching van ‘namedropping’ Meike van Zandvoort, een hele fijne vrouw, waar ik heel veel aan heb gehad. Van haar heb ik geleerd om te budgetteren en om te kijken naar m'n geldstromen en naar m'n patronen en daarmee durven werken. Dat was heel fijn voor mij. Dat heeft me echt wel zakelijk geholpen om dichter bij mezelf te blijven en om wel tegen die programmeur te zeggen: ‘het kost zoveel geld en zoveel tijd’. Het is eigenlijk een soort van zelfverzekerdheid creëren, financieel. Dat je durft op te komen voor jezelf. Ja, dat was heel fijn dat ik dat met de Hub kon doen. 

Timo: En is er ook een soort uitwisseling tussen de Hub en het werkveld, in de zin van programmeringen of festivals? Of is daar ook nog iets uitgekomen of zijt ge daar ook in geïnspireerd geraakt? 

Rianne: Nou, je hebt natuurlijk verschillende coaches in de Music Hub. Bijvoorbeeld vanuit November Music of Muziekgebouw Eindhoven of Festival Cement. Dus dat was heel fijn dat je daar dichterbij staat. Ja, maar die mensen ken ik al wel een beetje. 

Timo: Ja, en dat bleef ook wel binnen Brabant? 

Rianne: Ja, terwijl mijn ding nu ook is om te onderzoeken hoe ik ook in de Randstad kan worden geprogrammeerd en daar een naam krijg. Maar je hebt natuurlijk wel een ingang daartoe als je die mensen beter leert kennen. Ja, dus dat is heel fijn dat er een pool is van coaches. 

Rianne: En hoe sta jij nu in je ondernemerschap? 

Timo: Ik ben nu binnen Festival Cement een voorstelling aan het maken binnen PLAN Brabant. Het hele zakelijke aspect zit nog bij het festival. Ik word daar heel erg ondersteund, dat ik zelf de begroting niet hoef bij te houden. We zijn natuurlijk samen aan het maken en ik vraag samen met Festival Cement extra fondsen aan. Ik weet hoe het werkt, maar ik hoef het nog niet allemaal alleen te doen, wat heel erg prettig is. Ik denk dat dat ook wel mijn verlangen is om de komende twee, drie jaar, als ik straks uitstroom uit PLAN en uit de TalentHub, om dan wel te snappen hoe het allemaal zelf gaat. En of ik het zelf wil doen of dat ik misschien iemand heb leren kennen die het voor mij doet. Ik ben zo aan het begin daarvan. Ik ben nog niet m'n eigen stichting. Ik maak autonoom werk, ik maak werk in duet, in dialoog met Hélène Vrijdag. Zij is ook een performer en zangeres die ik van school in Maastricht ken. Ik maak nog ander werk. Er zijn verschillende aspecten aan mijn werk waarvoor ik nog even moet kijken wat de juiste vorm is. Ik denk dat dat ook is wat ik wil ondervinden. Waar ligt het zwaartepunt artistiek? Maar ook productioneel, financieel en hoe kan dat elkaar helpen? In plaats van dat dat altijd de noodzakelijke after thought is van ‘oh, hoe gaan we dat nu ook allemaal vormgeven en produceren? Zeker omdat het vaak met grotere groepen is en ensembles. Ja, dat is nog wel een vraag die ik heb, want ik begrijp dus ook die klassieke koorwereld waarin je gewoon in twee repetities bij elkaar komt, de muziek is gekend, omdat je werkt met een koor van 30 man, die kunt ge nie vier weken lang alle 30 betalen, want dan zijt ge gewoon een opera aan het maken, nou een kleine, maar alsnog. Maar gewoon voor theater kan dat niet. Ik zou niet weten hoe ik daarvoor het geld bij elkaar krijg. Dus ik snap heel erg van de koorwereld, dat ik mijn partituur opgestuurd krijg en dat we in twee dagen een programma van anderhalf uur zingen. Dat is voor theater ondenkbaar, dat je met een groep spelers in twee dagen een voorstelling van anderhalf uur maakt. Dat vind ik zo bizar hoe die twee werelden zo anders werken. Ik denk dat dat mijn grootste vraag is: hoe met grotere ensembles toch iets meer tijd samen te kunnen repeteren? En ook misschien samen nieuwe muziek te schrijven meer zoals in theater. Ja, dat weet ik niet ‘hoe?’. Dus dat zou mijn vraag zijn: hoe dat productioneel vorm te geven? 

Rianne: En je hebt performance gestudeerd? En daar zijn natuurlijk meer mensen, de vrienden waarmee je mee samen dingen maakt. Hoe kan het dan dat als je dat hebt gestudeerd, dat je dan alsnog wel zo geïnteresseerd bent in in de manier van werken van een andere wereld waar je niet vandaan komt? Is dat juist een soort van nieuwsgierigheid? Of juist een ik wil een ander pad? 

Timo: De performance opleiding Maastricht is superbreed. We hebben anderhalf jaar een soort basisopleiding waarbij ge een blok muziek hebt, een blok licht, een blok beweging, een blok tekst, verschillende ingangen, verschillende vormelijke onderzoeken. En dan in het tweede deel van de opleiding, de bovenbouw, wordt ge uitgenodigd om te beginnen met een solo of een performance. Van wie zijt ge nu, halverwege het tweede jaar? Wat wilt ge nu onderzoeken? En dan gaat ge dat pad in. Sommige mensen worden videokunstenaar of worden echt acteur. Nou, ik ben componist, zanger, performer. Iedereen gaat zo echt zijn eigen kant op. In die zin vond ik het eerst een heel moeilijke opleiding, omdat alles kan, maar daarna een hele fijne opleiding. Als ge gevonden hebt waar dat ge van aangaat, dan is het een super fijn klankbord waar dus alles kan. En ik heb dus halverwege school gevoeld dat koormuziek en dat zingen, dat klopt gewoon heel erg en daar zit heel veel te onderzoeken in voor mij. Ik heb voor mijn performance opleiding ook architectuur gestudeerd in Gent en Stedenbouw. Dus ik heb vijf jaar lang mij zo gebogen over de stad en de samenleving, maar heel erg vanuit een academisch perspectief en een sociologisch perspectief. 

Rianne: Maar dan vind ik het heel grappig dat je dus van polyphone muziek houdt nu je deze informatie geeft. 

Timo: Ja? Waarom? 

Rianne: Nou ik vind dat wel op elkaar lijken. Het is gewoon ook een gebouw, dus ik snap het helemaal dat je die stroming zo fijn vindt. 

Timo: Ja, de dingen zijn gewoon zo in elkaar gaan klikken. Ook hoe die performers dan in de ruimte staan. Ik zing zelf als freelance tenor in koren, dus ik ik weet een beetje hoe die koorwereld werkt. En bijna elke dirigent wil ook wel eens iets met een choreografie. Of met: ‘jullie gaan dan daar in de ruimte staan’. Maar dat loopt dan altijd mis want zangers kunnen elkaar niet horen en er is te weinig repetitietijd om elkaar daarin te vertrouwen. Maar dat doe ik zelf heel graag: in een ruimte mensen zetten zoals pilaren en het publiek helemaal in het midden zetten, alsof ze in een speaker zitten. In die zin komt die architectuur en die akoestiek weer heel erg terug. En ik ga nu beginnen aan een master Zang. Eigenlijk voor het eerst ga ik me nu helemaal in de zang gooien, omdat ik voel dat ik nu pas toe ben aan echt die totale verdieping en echt als een vakneuroot op die stem zitten, op die vierkante centimeter. Omdat ik nu ook weet wat ik wil leren. Voor mij was het heel fijn om dat in die volgorde te doen, en echt die architectuur, theater, muziek, die drie pijlers van m'n werk, helemaal uit te diepen. 

Rianne: Mooi! Fascinerend! 

Timo: Gelukkig. We hebben nog een paar minuten. De tip moeten we sowieso nog geven. Maar misschien hebben we nog even tijd voor de laatste persoonlijke dingen. Is er nog iets waarvan je hoopte het te kunnen delen, maar waar we nog niet aan toe zijn gekomen? 

Rianne: Nee, eigenlijk niet, want je weet het, alles is verweven met ons werk. Zoveel persoonlijkheid zit er al aan vast. Alles wat je beschrijft, de zoektocht naar wie jij bent en wat je uit wil dragen in je werk dat is verweven met wie je bent en de ontwikkeling op persoonlijk vlak, tenminste bij mij is dat zo. 

Timo: Misschien kunnen we voor we naar de tip gaan nog een een droom delen? 

Rianne: Mijn droom is dat ik over vijftien á twintig jaar een eigen productiehuis heb, waar ik de artistiek leider van ben en mooie projecten kan initiëren. 

Timo: Nou kijk, dat is super helder. 

Rianne: En jouw droom? 

Timo: Ik denk dat mijn droom op een bepaalde manier hetzelfde is, maar dat het dan misschien eerder over een huis gaat, over echt een fysieke plek, in de natuur. En dan het het hele productionele gebeuren eromheen ook. Maar ik zie vooral een plek in de natuur waar ook duurzamer kan worden omgegaan met ons vak en dan niet alleen met onze energie, van dat produceren, produceren, produceren, maar ook met hoe we met de natuur omgaan en hoe vervuilend een voorstelling is. En het hele idee van duurzaamheid niet in wat ik maak, maar wel ‘hoe’ ik maak begint steeds belangrijker te worden. Ik heb het steeds moeilijker met vervuiling en de voetafdruk van het theatervak. Daar droom ik van dat ik in elk geval mensen om me heen verzamel om daar concreet over na te denken. En nu nog een tip voor de luisteraar. Ik heb niks voorbereid. 

Rianne: Ik ook niet. Maar één tip die ik iedereen zou willen geven en het is echt een cliché ding en ik denk dat het heel logisch is, maar voor mij is het dat wat ik had gewild dat iemand tegen mij zei: Blijf gewoon bij jezelf. 

Outro: Deze podcast werd gemaakt door Aswin Baaijens, in opdracht van Kunstloc Brabant. Wil je meer weten over de ontwikkeling van toptalent in de professionele kunsten in Brabant? Check dan www.talenthubbrabant.nl