TON Talk, Trends, Ontwikkelingen en Nieuws #11

Tweewekelijks neemt documentalist Ton van der Linden jou mee langs de belangrijkste Trends, Ontwikkelingen en Nieuwtjes. Geheel in lijn met het thema ‘Opladen’ neemt Ton jou in aflevering #11 van de TON Talk mee in een aantal ontwikkelingen op het gebied van de canon.

De volgende onderwerpen komen aan bod in deze aflevering van de TON Talk:

De canon

Een nationale canon is in het algemeen een overzicht van historische gebeurtenissen of culturele producten (boeken, kunstwerken, films ) die voor een gegeven land of taal als belangrijk voor dat land of taalgebied gezien worden. Een canon kan richtinggevend zijn voor het onderwijs.

De Canon van Nederland, een lijst van vijftig thema’s die chronologisch een samenvatting geeft van de geschiedenis van Nederland, werd in 2006 samengesteld in opdracht van de Nederlandse staat ten behoeve van het geschiedenisonderwijs.

Recent werd de presentatie van de Canon van Nederland in het Openluchtmuseum nog met een internationale prijs bekroond. Door fysieke, interactieve en audiovisuele media op een theatrale wijze te combineren met bijzondere collectiepresentaties is een prikkelende en fascinerende beeldvertelling ontstaan. In een ruimtelijke collage van geschiedkundige iconen staan verhalen van gewone mensen centraal en kan de bezoeker het verleden op indringende wijze beleven.

Canon ruimtelijke ordening

De CanonRO is een canon van de geschiedenis van de ruimtelijke ordening. Het laat zien welke projecten, personen en plannen typerend zijn voor de inrichting van Nederland. Het geeft een overzicht van wat er tussen 1940 en 2015 met ruimtelijke ordening is bereikt. De canon helpt bij actuele discussies over de verdere ontwikkeling van het land. In de CanonRO staan de 35 belangrijkste iconen uit de ruimtelijke ordening.

Canon Nederlandse literatuur

De Canon van de Nederlandse literatuur werd in 2002 door de leden van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde omschreven. De Canon omvat de volgens stemmers ruim 100 meest klassieke literaire auteurs en de 125 meest klassieke literaire werken uit het Nederlands taalgebied. De volgorde en samenstelling in de beide onderdelen van de Canon is tot stand gekomen op basis van uitgebrachte stemmen.

Er staan 12 vrouwen op en geen enkele auteur van Marokkaanse of Turkse origine haalde de lijst. Er is zelfs geen spoor van Abdelkader Benali, die in 1997 met zijn debuutroman ‘Bruiloft aan zee’ al eens genomineerd werd voor de Libris Literatuur Prijs en die onderscheiding in 2003 ook effectief kreeg voor zijn tweede roman ‘De langverwachte’. Er kwamen geen correcties op de keuze.

Vlaams perspectief

Vlaanderen vond het wel nodig om een nieuwe canon van de Nederlandse Literatuur op te stellen, vanuit Vlaams perspectief.  Op 1 juli 2015 zag een nieuwe Canon van de Vlaams-Nederlandse literatuur (ook: De canon van de Nederlandse Literatuur vanuit Vlaams perspectief) met 51 titels het licht, waarin ruimere aandacht wordt besteed aan het Vlaamse literaire erfgoed. Deze lijst werd samengesteld in opdracht van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde in Vlaanderen en het Vlaams Fonds voor de Letteren.

De Vlamingen zeggen: “Dit is geen in beton gegoten inventaris van zogenaamd verplichte literatuur. Dit is geen stenen tafel voor de eeuwigheid, wel een menukaart die de smaak van vandaag toetst aan de literaire keuken van ons verleden. De canon is een gids, een inspiratie. Niet méér, maar zeker ook niet minder. De canon is een belangrijke schakel in een beleid van leesbevordering. Hij is een leidraad voor leraren, leesclubs, bibliothecarissen, uitgevers, theatermakers, cultuurministers, televisiemakers en andere lezers. De canon toont aan welke boeken er in Vlaanderen als essentiële werken uit de Nederlandstalige literatuur worden beschouwd. Dat zegt veel over waar canonisering vooral om draait, iets aanreiken, maar voorzichtig, niet de eeuwigheid, een leidraad.”

Mohamed Ikoubaân

“In een superdiverse samenleving is het begrip ‘canon’ bijzonder problematisch geworden. Door migratie en globalisering is de samenstelling van de bevolking, vooral in grote steden, de afgelopen vijftig jaar radicaal gewijzigd. Velen delen het referentiekader van de oorspronkelijke bewoners en gemeenschappen niet of maar gedeeltelijk. Blijven steken in de oude historische canon sluit dus mensen uit en duwt velen in een moeilijke zoektocht naar een identiteit die toch een gevoel van samenhorigheid en veiligheid geeft. Sommigen raken geïsoleerd en vervreemden van onze samenleving, met alle gevolgen van dien”, volgens Mohamed Ikoubaân, directeur van Moussem, Nomadisch Kunstencentrum.

Mohamed Ikoubaân verwijst in zijn artikel op rekto verso naar de Franse socioloog Pierre Bourdieu die de canon zag als een uitvinding van de elite om zich te onderscheiden. Iemands culturele smaak blijkt niet simpelweg een persoonlijke voorkeur, maar in veel gevallen een uiting van de groep waartoe hij of zij behoort.  Door hun opvoeding en in mindere mate hun opleiding hebben mensen uit de hogere klassen een habitus ontwikkeld waarin ‘hoge cultuur’ centraal staat. Zij zijn geneigd om kunstwerken meer op vormaspecten, originaliteit en de verhouding tot andere kunst te beoordelen dan op de inhoud, het oproepen van emoties en het directe nut. Al dan niet bewust zetten ze zich daarmee af tegen mensen uit lagere klassen. Omgekeerd hebben mensen uit de midden- en arbeidersklasse die hogerop willen, vaak niet genoeg aan een hoge opleiding om volledig geaccepteerd te worden door de hoogste klassen. Ze beschikken over onvoldoende ‘cultureel kapitaal’; hoge cultuur zit niet in hun ‘habitus’.

Internationale poëzie

Op 25 april vond er in het MONO in Rotterdam een avond plaats waarin er op zoek werd gegaan naar een nieuwe canon van de internationale poëzie. Startpunt van het debat was de steeds luider klinkende kritiek op de huidige canon van de Nederlandstalige literatuur, die teveel zou steunen op het werk van De Witte Man. Dichters en lezers die zich niet in die canon herkennen zoeken hun literaire inspiratie over de grens. Daarmee dient zich meteen de vraag aan waar te zoeken en bij welke auteur te beginnen? Kortom, welke buitenlandse dichter zou moeten worden  geïntroduceerd bij de Nederlandse lezer. Raoul Markaban, stagiair communicatie bij het Nederlands Letterenfonds, doet daarvan verslag.

Waar de voorgaande sprekers trachtten het idee van de canon te herzien, stelde Van de Voorde vragen bij de definitie van het concept an sich. De canon zoals we die kennen is volgens hem het product van een old boys’ network – een canon als historisch lijstje, waar de markt tegenwoordig een (te) belangrijke rol in speelt en waarin de grens tussen belangrijk en succesvol steeds vager wordt. Zijn idee van canonisering is juist persoonlijk en dynamisch: een lijst weliswaar, maar een lijst waarin verandering elk moment mogelijk is.

Van de Voorde vind vooral het debat over de canon belangrijk: “De constante zoektocht naar manieren om niet alleen het verleden, maar ook het heden en vooral de toekomst te representeren.”

Naomi Combrink

Naomi Combrink is zeer uitgesproken op de website hard/hoofd. Ze valt inhoudelijk het ‘canoniek kapitaal’ aan: “Op een dagelijkse basis vieren we de nalatenschap van racisten en seksisten. Ons hele onderwijs is erop gebouwd. Op filosofen als Kant en kunstenaars als Renoir, die ervan overtuigd waren dat vrouwen minderwaardige denkers waren ondanks de heldinnen die het tegendeel bewezen. Op de revolutionairen van de 18de en 19de eeuw, die ondanks hun democratische ideeën vrouwen het stemrecht en koloniën hun onafhankelijkheid ontzegden. Op onze grootste schrijvers, Mulisch en Reve, die respectievelijk vonden dat vrouwen niks leerzaams te vertellen hebben en dat Apartheid noodzakelijk was voor de democratie.”

“Natuurlijk vrezen we voor de verliezen die we zullen lijden. We willen de schoonheid van Wagners muziek, Renoirs schilderijen en Mulisch’ proza niet missen, of in het verlengde daarvan, de films van Woody Allen en Polanski. Maar we staan er weinig bij stil hoeveel we kunnen terugkrijgen. Veel mensen die ik ken lezen, zonder daar bewust voor te kiezen, zelden iets wat niet door een witte man is geschreven. Terwijl de wereld zoveel te bieden heeft. Het openbreken van onze wittemannencanon zal ons rijker en wijzer maken dan ooit tevoren.”

“Het is tijd om uit te graven welke verhalen uitgegumd of nooit opgeschreven zijn. En als die, zoals in veel gevallen waarschijnlijk, voor altijd verloren zijn, moeten we er de conceptuele ruimte voor maken om dat te erkennen: we moeten ruimte in onze geschiedschrijving en canon maken voor alle ideeën en daden die nooit geweest zijn door de bloederige, verkrachterige, mensonterende onderdrukking door de rijke witte man.”

“Emancipatie zal nooit voltooid zijn zolang we vasthouden aan onze huidige noties van kwaliteit en historische relevantie”, schrijft ze.

Kortom, de democratisering van de samenleving, een andere waardering voor wat tot voor kort low culture genoemd werd, de globalisering, de instroom van mensen uit andere culturen, de me-too beweging en zijn pleidooien voor genderpariteit en erkenning van het belang van vrouwelijke kunstenaars.  Allemaal ‘bedreigingen’ voor het ‘canonieke kapitaal’, waarin wij ons weerspiegeld zien.

Joep Leerssen

Prof. dr. J.Th. (Joep) Leerssen, hoogleraar Moderne Europese Letterkunde aan de UvA, begon in september 2017 aan zijn fellowship bij de Koninklijke Bibliotheek en het NIAS, The Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Sciences (NIAS-KNAW). Tot 31 januari 2018 onderzocht hij de nationale canonvorming in het Nederlandse culturele zelfbesef. Hoe wordt de nationale canon gevormd? Hoe kunnen we ontwikkelingen of breuklijnen in de nationale (cultuur)geschiedenis en literatuur digitaal onderzoeken en visualiseren?  Hij maakte daarbij gebruik van de collecties gedigitaliseerde tekstbestanden, onder meer Delpher en de DBNL (Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren).

Joep Leerssen onderzocht de digitale bestanden om een ‘citatie-index’ van de Nederlandse letteren en cultuur te destilleren. Zo wil hij onderzoeken wie wie recenseerde, wie aan wie een werk opdroeg, welke personen een standbeeld kregen of naar wie straten vernoemd werden en netwerken visualiseren om zo de dynamiek van canonvorming in kaart te brengen.

Zijn conclusies:

  • Canoniciteit is een gewaarwording van culturele bestendigheid
  • Canoniciteit weerspiegelt niet zozeer de continuïteit van de natie vanuit haar verleden, alswel de identificatie van de natie met haar verleden
  • Canoniciteit is meer geheugen dan geschiedenis, meer affiliatie dan filiatie (meer verbondenheid dan verwantschap)

Elke donderdag het culturele nieuws uit Brabant en de rest van Nederland in je mailbox? Meld je dan aan voor een gratis abonnement op de mail.

Share on Facebook23Share on LinkedIn0Tweet about this on Twitter
Tags:
Geen reacties

Geef een reactie