TON Talk, Trends, Ontwikkelingen en Nieuws #6

De populaire Trends & Ontwikkelingen die wij iedere dinsdag publiceren ken je natuurlijk al! Om jullie nog meer gevoel en diepgang te geven bij de laatste ontwikkelingen neemt documentalist Ton van der Linden jullie tweewekelijks mee langs de belangrijkste Trends, Ontwikkelingen en Nieuwtjes. Geheel in lijn met het thema Koninklijk neemt Ton jou in aflevering #6 van de TON Talk mee in een aantal ontwikkelingen op het gebied van portretten, blockbusters en het mecenaat.

Portretten

Tot en met 3 juni is in het Rijksmuseum de expositie High Society te zien. Een tentoonstelling waarbij portretten centraal staan en de terugkeer van Rembrandts Maarten en Oopjen in Amsterdam wordt gevierd. Topschilders zoals Velázquez, Veronese, Cranach de Oudere, Anthony van Dyck, Gainsborough, Manet, Singer Sargent en Munch zijn er te bewonderen. Zij schilderden koningen, keizers, edelen, kooplieden, industriëlen en hun vrouwen. Oud en nieuw geld, met geld in overvloed, want dan kon jij je pas een schilderij veroorloven. Zo vroeg Rembrandt 500 gulden, omgerekend naar nu €100.000,-, voor een schilderij. De prijs kon in het jaar 1900 oplopen tot de prijs van een luxe huis.

Blockbusters

High Society is een blockbuster. De tentoonstelling wordt mede mogelijk gemaakt door het Blockbusterfonds. Dit fonds ondersteunt de realisatie van evenementen met “blockbusterpotentie”. Bijzondere culturele initiatieven die gericht zijn op een groot en breed publiek.

James Bradburne, directeur van museum Pinacoteca di Brera in Milaan, vertelde in januari tegen the Financial Times dat blockbusters de nagels aan de doodskist van musea zijn. Museumdirecteuren werden in de jaren ’80 gedwongen om met blockbusters de bezoekersaantallen te verhogen. Nu zijn ze een drug geworden, zegt hij, omdat zonder hen een museum niet kan overleven. Maar het is, meent hij, een verraad aan het rentmeesterschap van de collecties.

In Nederland is de situatie toch wat anders. De Jeroen Bosch tentoonstelling van Het Noordbrabants Museum bleek een blockbuster. Overigens niet gefinancierd door het Blockbusterfonds. Het museum leerde daar ontzettend veel van: “Je kijkt met andere ogen naar de toekomst”, zegt directeur Charles de Mooij. “In een korte tijd deden we veel ervaring op met digitalisering, bezoekersontvangst en met ticketverkoop via internet. Er heerst nu het idee: goh, wij kunnen meer dan we eigenlijk dachten.”

Het museum stelde vervolgens de plannen bij in de nota Nieuwe Ambities. In de periode tot 2021 wil het museum uitgroeien tot één van de best bezochte musea buiten de randstad, met vanaf 2020 minstens 200.000 bezoekers per jaar met uitschieters naar 300.000. Ook wil het museum in die periode ‘ten minste één topaankoop’ doen.

Het mecenaat

Kunst en geld. Het mecenaat van vroeger, maar denk ook eens aan de particuliere musea, die overal gebouwd worden. Of aan de bedrijfscollecties. Bedrijfscollecties hebben vaak een uitstekende neus voor jonge, talentvolle kunstenaars. Er is een behoorlijk aankoopbudget: gemiddeld tussen de 60 en 90 duizend euro per jaar, met forse uitschieters.  De laatste jaren richten ze zich niet meer op kleine werken, maar kopen ze eerder een beperkt aantal grotere, meer museale werken. Dat heeft te maken met de verandering in doelstellingen: vroeger wilde men werknemers kennis laten maken met kunst, nu wil men klanten ontvangen in een ‘artistieke’ omgeving. Musea lenen steeds vaker werk uit bedrijfscollecties.

Echter, zo schreef Renée Steenbergen vorig jaar op nrc.nl, het kan niet zo zijn dat de verantwoordelijkheid van de kunstfinanciering geheel bij particuliere gevers komt te liggen. “Het mecenaat is geen pinautomaat”, schreef Renée. “Pas als de deuren van museum of podium openen, kunnen bezoekers aangesproken worden op een extra bijdrage, naast het kaartje dat ze gekocht hebben. Om bijzondere projecten te steunen, zoals experimenten of kleinschalige initiatieven die niet volledig uit reguliere budgetten betaald kunnen. Samengevat: publiek geld is bedoeld om te faciliteren, privaat geld is aanvullend voor het excelleren.”

Tot slot

Iedere Nederlandse beeldende kunstenaar die de beeldende kunst zelfstandig en beroepsmatig uitoefent en op 1 januari 2018 nog geen 35 jaar was, kan meedingen naar de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst. De uiterste inzenddatum is 15 mei 2018.

Elke dinsdag het culturele nieuws uit Brabant en de rest van Nederland in je mailbox? Meld je dan aan voor een gratis abonnement op de mail.

Share on Facebook7Share on LinkedIn0Tweet about this on Twitter
Tags:
Geen reacties

Geef een reactie